ECLI:NL:RBDHA:2026:3337

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/09/697577 / JE RK 26-52
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp en ondertoezichtstelling minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor twaalf maanden en een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden. De minderjarige verblijft in een gesloten accommodatie en heeft positieve stappen gezet, maar het evenwicht is kwetsbaar en er is een groot risico op terugval.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn de standpunten van de minderjarige, haar ouders en de gecertificeerde instelling besproken. De minderjarige voelt zich onveilig op de huidige groep vanwege incidenten met de begeleiding, maar begrijpt dat verdere behandeling en stabilisatie nodig zijn voordat terugkeer naar huis mogelijk is.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. De machtiging wordt verleend voor drie maanden, met de verwachting dat de minderjarige binnen die periode kan doorstromen naar een open groep of terug naar huis kan. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/697577 / JE RK 26-52
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de KinderbeschermingDen Haag,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. J. Looman uit Wassenaar.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
en
[de vader],
hierna te noemen de vader,
samenwonende in [woonplaats] .
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026;
- het rapport van de Raad van 15 januari 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 19 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [minderjarige] met haar advocaat;
  • de vader;
- de moeder;
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] en [naam 3] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
[minderjarige] heeft ook voorafgaand aan de zitting samen met haar advocaat een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] verblijft bij [accommodatie] van [instelling] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 21 januari 2026.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 21 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de Raad een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.2.
De Raad heeft het verzoek, kort en zakelijk weergegeven, als volgt onderbouwd. De afgelopen periode heeft in het kader gestaan van het stabiliseren van [minderjarige] en het aanbrengen van structuur binnen het gesloten kader. In het begin moest [minderjarige] wennen aan de onrust op de groep, maar inmiddels wordt gezien dat ze zich goed aan de afspraken kan houden en positief in contact is. [minderjarige] gaat intern naar school, staat open voor gesprekken en laat zelfinzicht zien. Er zijn geen zorgen meer dat [minderjarige] ervaringen heeft met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Thuis is er ouderbegeleiding ingezet om de ouders te ondersteunen bij het omgaan met [minderjarige] en [minderjarige] is gefaseerd begonnen met verlof, wat goed verloopt. Ondanks de positieve ontwikkeling van [minderjarige] is er nog sprake van een pril en kwetsbaar evenwicht waarbij het risico op een terugval groot is. Voor de gesloten plaatsing waren er ernstige zorgen over [minderjarige] en het is van belang dat de positieve ontwikkeling eerst verder bestendigd wordt, diagnostisch onderzoek wordt gedaan, passende hulpverlening van de grond komt en dagbesteding of school voor [minderjarige] wordt geregeld voordat [minderjarige] naar een open groep of naar de ouders kan. Daarbij dient ook voldoende aandacht te zijn voor de veiligheid van [minderjarige] op de gesloten groep en wat zij daarin nodig heeft, gelet op de misstanden die daar vanuit de begeleiding hebben plaatsgevonden.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens [minderjarige] is naar voren gebracht dat het beter met haar gaat. Ze heeft geen incidenten gehad op de groep en houdt zich aan de afspraken. Ze gaat naar school bij [accommodatie] en wil het liefst weer terug naar haar oude school. [minderjarige] gaat elk weekend naar huis en dat gaat goed. Verder wil [minderjarige] het liefst naar een andere groep. Ze voelt zich niet veilig op de huidige groep door de incidenten die er gebeurd zijn met de begeleiding en de groep is erg druk, omdat er twee groepen zijn samengevoegd. De advocaat heeft naar voren gebracht dat de gebeurtenissen op de groep veel impact hebben gehad op [minderjarige] en dat de begeleiding en de nazorg te wensen overlaat. [minderjarige] voelt zich hierdoor niet veilig en wil liever naar een andere groep, ook als dat zou betekenen dat ze opnieuw moet wennen. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling daar voldoende aandacht voor heeft en samen met [minderjarige] kijkt wat ze nodig heeft en wat er mogelijk is. [minderjarige] begrijpt dat ze nog verder aan zichzelf moet werken om de positieve ontwikkeling te bestendigen en dat een thuisplaatsing op dit moment nog te snel is. De advocaat refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank.
4.2.
De gecertificeerde instelling onderschrijft het verzoek van de Raad. [minderjarige] heeft hard gewerkt en positieve stappen gezet, maar er is meer tijd nodig om deze lijn binnen de structuur en duidelijkheid van het gesloten kader door te kunnen zetten. Het Erasmus MC heeft aangegeven [minderjarige] niet de hulp te kunnen bieden die zij nodig heeft binnen hun open behandelsetting. De gecertificeerde instelling zal komende periode met de zorgcoördinator verder onderzoeken welke route het meest passend is voor [minderjarige] . Het is van belang dat er eerst diagnostisch onderzoek bij [minderjarige] wordt gedaan zodat duidelijk wordt wat [minderjarige] nodig heeft en dat er dagbesteding of school wordt geregeld in de thuissituatie. Daarbij zal gekeken worden of een tussenstap op een open groep nodig is of dat [minderjarige] met inzet van intensieve hulpverlening, bijvoorbeeld vanuit [hulpverlener 1] of [hulpverlener 2] , weer naar huis kan. De gecertificeerde instelling neemt de onveilige gevoelens van [minderjarige] op de groep serieus, maar denkt wel dat het beter is voor [minderjarige] om op de huidige groep te blijven. Er zijn momenteel geen vergelijkbare gesloten plekken beschikbaar en een wisseling van plek zou betekenen dat [minderjarige] opnieuw moet stabiliseren en het langer duurt voordat ze naar een open groep of naar huis kan. De komende periode zal met [minderjarige] gekeken worden hoe zij daarin verder ondersteund kan worden en zal er strenger toezicht op worden gehouden door de jeugdbeschermer dat [accommodatie] de gemaakte veiligheidsafspraken naleeft.
4.3.
De moeder stemt in met het verzoek van de Raad. De moeder maakte zich voor de gesloten plaatsing veel zorgen om [minderjarige] , maar de afgelopen periode heeft [minderjarige] grote positieve stappen gezet en de moeder is erg trots op haar. De moeder is het ermee eens dat er eerst meer continuïteit nodig is, diagnostisch onderzoek moet worden gedaan en de hulpverlening moet worden opgestart voordat [minderjarige] terug naar huis kan. Het verlof verloopt goed en de komende periode zal deze ook stapsgewijs verder worden uitgebreid. De ouders worden door [accommodatie] op de hoogte gehouden over wat er speelt op de groep en er is regelmatig contact met de mentor van [minderjarige] . Daarbij wordt aangegeven welke maatregelen er worden genomen, maar door personeelstekorten lukt dat niet altijd.
4.4.
De vader stemt in met het verzoek van de Raad. [minderjarige] heeft het de afgelopen periode heel goed gedaan binnen het gesloten kader en het is van belang dat ze deze positieve ontwikkeling blijft voortzetten om weer naar huis te kunnen. Daarbij dient er de komende periode diagnostisch onderzoek te worden gedaan zodat er meer duidelijkheid komt over welke hulpverlening en school passend zijn voor [minderjarige] en de ouders haar thuis zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Verder is het belangrijk dat er voldoende aandacht is voor het gevoel van onveiligheid van [minderjarige] op de groep en dat de jeugdbeschermer erop toeziet dat [accommodatie] de gemaakte afspraken nakomt.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter is ook van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] de afgelopen periode hard aan zichzelf heeft gewerkt en dat zij baat heeft bij de duidelijkheid en structuur van het gesloten kader. Ze gaat naar school, komt haar afspraken na en is steeds meer open tijdens gesprekken. [minderjarige] heeft hierdoor een positieve ontwikkeling laten zien waarvoor zij een groot compliment verdient. Op dit moment is het echter nog te vroeg voor [minderjarige] om weer terug naar huis te kunnen, omdat er al lange tijd ernstige zorgen over [minderjarige] waren en de positieve ontwikkeling nog pril en kwetsbaar is. Hierdoor is het risico op een terugval nog groot als [minderjarige] te snel naar een open groep of naar huis zal gaan. De komende periode dient er eerst aan het door de gecertificeerde instelling genaakte plan van aanpak gewerkt te worden (diagnostisch onderzoek, school en hulpverlening) en dient [minderjarige] nog verder te oefenen met haar verlof, wat stapsgewijs wordt uitgebreid. Vervolgens zal er gekeken worden of er een passende open plek is voor [minderjarige] of dat [minderjarige] met de inzet van hulpverlening weer veilig terug naar huis kan. De kinderechter zal [minderjarige] , gelet op de stappen die nog gezet moeten worden en de begeleiding en hulpverlening die daarbij nodig is, daarom onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. De verwachting is dat [minderjarige] binnen drie maanden kan doorstromen naar een open groep of terug naar huis kan. De kinderrechter zal de machtiging voor gesloten jeugdhulp daarom verlenen voor drie maanden.
5.3.
De kinderrechter begrijpt dat [minderjarige] zich onveilig voelt op de groep door de misstanden die daar geweest zijn door toedoen van de begeleiding. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling daar extra aandacht voor heeft en erop toeziet dat de groep zich aan de gemaakte veiligheidsafspraken houdt. Overplaatsing naar een andere groep is praktisch niet haalbaar en acht de kinderrechter ook niet in het belang van [minderjarige] , omdat de verwachting is dat zij op korte termijn zal kunnen doorstromen en een overplaatsing opnieuw voor instabiliteit zal zorgen en dit proces zal vertragen.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om [minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 20 januari 2026 tot 20 januari 2027;
6.2.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 20 januari 2026 tot 20 april 2026;
6.3.
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026 door mr. C.M. Koole, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 27 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek.
2.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet.