ECLI:NL:RBDHA:2026:3351
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming zorgregeling en verbod omgang bij vriendin vader
De moeder en vader zijn ouders van een minderjarige en hebben gezamenlijk gezag. De rechtbank had eerder de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld en een zorgregeling bepaald waarbij het kind om de week bij de vader verblijft.
De moeder vordert nakoming van deze zorgregeling, een dwangsom bij niet-nakoming, een verbod voor de vader om het kind mee te nemen naar de woning van zijn vriendin vanwege meldingen van huiselijk geweld, en vergoeding van proceskosten.
De vader heeft het kind recent een week langer bij zich gehouden dan toegestaan, wat niet de eerste keer is. De voorzieningenrechter oordeelt dat de zorgregeling strikt moet worden nageleefd en legt een dwangsom op van €500 per overtreding tot een maximum van €20.000. Het verbod om het kind mee te nemen naar de woning van de vriendin wordt toegewezen vanwege het belang van het kind.
De vorderingen om politie in te schakelen bij niet-nakoming en opschorting van de zorgregeling worden afgewezen omdat het contact met de vader belangrijk is. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en verboden het kind mee te nemen naar de woning van zijn vriendin, met oplegging van dwangsommen.