ECLI:NL:RBDHA:2026:3354
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van verzoeker op 11 september 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoeker heeft tevens een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op de dag van deze uitspraak heeft de rechtbank in een andere procedure (zaaknummer NL25.44615) uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af en kent geen proceskostenvergoeding toe.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul op 18 februari 2026 te Middelburg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.