ECLI:NL:RBDHA:2026:3363

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
NL25.49039
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER

Verzoeker heeft een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft verzoeker bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard bij besluit van 3 oktober 2025. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft op 17 februari 2026 buiten zitting uitspraak gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.49038), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.

Daarnaast wordt verzoeker geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49039

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 oktober2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.49038, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.