ECLI:NL:RBDHA:2026:3363
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER
Verzoeker heeft een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft verzoeker bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard bij besluit van 3 oktober 2025. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft op 17 februari 2026 buiten zitting uitspraak gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.49038), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Daarnaast wordt verzoeker geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.