Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 24 januari 2024. Op 29 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en alsnog een besluit heeft genomen tijdens het beroep, is hij geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen aan verzoeker.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en stelt de kosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.