ECLI:NL:RBDHA:2026:3372

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
NL25.57531 en NL25.57532
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 VwArt. 30b VwArt. 62 VwArt. 66a VwVluchtelingenverdrag 1951
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid en kennelijk ongegrondheid

Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht op 15 april 2023 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij vreesde terugkeer vanwege bedreigingen door de Ogboni sekte, een geheime organisatie waarin zijn vader een hoge positie bekleedde. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 18 november 2025 af als kennelijk ongegrond, mede vanwege het ontbreken van geloofwaardige documenten en wisselende verklaringen over zijn identiteit en vertrekdatum.

De rechtbank behandelde het beroep op 11 februari 2026 en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria loopt. De verklaringen over de problemen met zijn oom en de Ogboni sekte werden als vaag, onduidelijk en wisselend beoordeeld. Ook werd het ontbreken van concrete bedreigingen na zijn vertrek meegewogen.

Daarnaast vond de rechtbank dat verweerder terecht het vermoeden mocht hebben dat eiser ter kwade trouw identiteitsdocumenten had vernietigd of verwijderd, mede door wisselende verklaringen en het niet tijdig aanvragen van nieuwe documenten. Het beroep op een regulier verblijfsrecht op grond van artikel 8 EVRM Pro werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van een beschermwaardig gezinsleven.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M.A. Vinken op 19 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.57531 en NL25.57532
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker, hierna: eiser

(gemachtigde: mr. T.J.J.M. Wijngaard),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. Y. van der Lei).

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Ook wordt uitspraak gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 15 april 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 18 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. J.P.E. Huisman als waarnemer van de gemachtigde van eiser, A.K. Umar als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1997. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij te vrezen heeft voor de Ogboni sekte. Zijn vader bekleedde in die geheime groep een hoge functie. De oom van eiser heeft eiser op zijn vijftiende of zestiende verteld dat hij de positie van zijn vader in de sekte moest overnemen. Eiser is op 14 augustus 2014 naar Niger vertrokken en is sindsdien niet meer naar Nigeria teruggekeerd. Eiser vreest bij terugkeer dat hij jong zal sterven en hij vreest voor de Ogboni Fraternity.
Wat heeft verweerder besloten?
3. Volgens verweerder bestaat eisers asielrelaas uit de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met zijn oom vanwege de Ogboni sekte.
3.1.
Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst deels geloofwaardig gevonden. Verweerder acht eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft daarom getoetst of eiser dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt, maar dit is niet het geval. Eiser heeft onvoldoende documenten gegeven zonder daar een goede verklaring voor te hebben [2] en zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. [3] Verweerder achter eisers problemen met zijn oom vanwege de Ogboni sekte ongeloofwaardig. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft daarom getoetst of eiser dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt, maar dit is niet het geval. Eiser heeft volgens verweerder niet samenhangend en aannemelijk verklaard. [4] Dat eiser uit Nigeria komt is onvoldoende om aan te nemen dat hij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag [5] of dat hij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM [6] . Eiser komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. [7] Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteitskaart- of reisdocument, dat ertoe kon bijdragen dat zijn identiteit werd vastgesteld, heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan. [8] Tot slot heeft verweerder een terugkeerbesluit gericht op Nigeria opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar ingesteld.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Ten eerste voert eiser aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser, inhoudende dat hij jong is, weinig scholing heeft gehad en volgens de aanvullende gronden gezondheidsklachten heeft. Ten tweede heeft verweerder ten onrechte de werkelijke aard van de Reformed Ogboni Fraternity als cult met bijbehorende ritueelpraktijken niet onderkend. Eiser heeft in dat verband gewezen op zijn eigen verklaringen, maar ook op algemene openbare bronnen, zoals de landeninformatie en Responses to Information Requests van de Immigration and Refugee Board of Canada. Ten derde heeft verweerder de samenwerkingsverplichting geschonden en eiser ten onrechte het nadeel van de twijfel gegeven. Uit de houding van verweerder blijkt niet van bereidheid het asielrelaas te onderzoeken en hij heeft de correcties en aanvullingen en algemene informatie nagenoeg niet betrokken. Het besluit is hierdoor onzorgvuldig. Ten slotte heeft verweerder de aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. Eiser kan niet naar de Nigeriaanse ambassade stappen om nieuwe identiteitsdocumenten te verkrijgen, nu de Ogboni sekte zowel binnen als buiten Nigeria actief is. De verwachting van verweerder dat eiser zich moet wenden tot de Nigeriaanse overheid staat op gespannen voet met het non-refoulementsbeginsel. [9]
4.1.
Daarnaast komt eiser in aanmerking voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. Eiser heeft sinds april 2025 een relatie met mevrouw [naam] en zij zijn sinds 1 november 2025 verloofd. Zij beschikt over een asielvergunning voor onbepaalde tijd en daarom bestaat er een objectieve belemmering om het gezinsleven in Nigeria uit te oefenen. Het bestreden besluit en inreisverbod vormt een belemmering om zijn gezinsleven uit te oefenen. Ook heeft eiser privéleven opgebouwd, omdat hij een arbeidsovereenkomst als schoonmaker heeft.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.
Herhaald en ingelast
6. Voor zover eiser in beroep verwijst naar zijn standpunten uit de zienswijze en deze herhaalt, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Verweerder heeft op deze standpunten immers in de besluitvorming gemotiveerd gereageerd en eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom deze motivering niet juist is, hetgeen wel op zijn weg had gelegen.
Referentiekader
7. Voor zover eiser stelt dat verweerder in het bestreden besluit niet kenbaar heeft vermeld wat het referentiekader van eiser is, overweegt de rechtbank dat het expliciet uiteenzetten van het referentiekader in het bestreden besluit geen vereiste is. Waar het om gaat, is dat verweerder bij de beoordeling van de verklaringen rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zoals zijn leeftijd, achtergrond, ervaringen en overtuigingen. Eiser betoogt terecht dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt of en hoe zijn referentiekader bij de beoordeling is betrokken. Dit leidt echter niet tot vernietiging van het bestreden besluit omdat eiser in de beroepsgronden niet concreet heeft gemaakt op welke onderdelen dit, gelet op zijn referentiekader, tot een andere conclusie had moeten leiden. Het enkele betoog dat verweerder de gecorrigeerde vergissingen blijft tegenwerpen aan eiser, is daartoe onvoldoende. Verweerder heeft namelijk, zoals hierna in rechtsoverweging 8. is toegelicht, voldoende gemotiveerd waarom het betoog van eiser over zijn problemen met zijn oom en de Ogboni sekte niet wordt gevolgd. Met betrekking tot de in nadere gronden aangevoerde medische omstandigheden is niet gesteld, noch gebleken, hoe die invloed zouden hebben gehad op eisers vermogen om samenhangend en aannemelijk te verklaren. De beroepsgrond slaagt niet.
De geloofwaardigheidsbeoordeling van de gestelde problemen vanwege de Ogboni sekte
8. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder de problemen van eiser met zijn oom vanwege de Ogboni sekte ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Ten aanzien van eisers verklaringen over zijn vertrek uit Nigeria mag verweerder eiser tegenwerpen dat hij tweemaal heeft verklaard dat hij in 2015 is vertrokken uit Nigeria en een derde keer dat zijn vertrek in 2014 moet zijn geweest. Dit is wisselend en de enkele verklaring daarvoor dat eiser deze gebeurtenis moest terug construeren, maakt onvoldoende inzichtelijk waarom hij eerst tot tweemaal toe 2015 heeft genoemd en later 2014.
8.1.
Verweerder heeft ook mogen vinden dat eiser vaag, onduidelijk en wisselend heeft verklaard over de problemen met zijn oom ten aanzien van de overname van de positie van zijn overleden vader en over de bedreigingen door zijn oom. Eiser heeft vaag en onduidelijk verklaard over wanneer het incident met zijn oom heeft plaatsgevonden wat heeft geleid tot zijn vertrek, zo heeft hij voor wat betreft het jaartal niet concreter kunnen worden dan 2012, 2013 of 2014. Ook mocht verweerder betrekken dat eiser, afgaand op de door hem zelf afgelegde verklaringen, nog anderhalf jaar in Nigeria heeft verbleven zonder concrete problemen in de vorm van bedreigingen van zowel zijn oom als van leden van de Ogboni en dat eiser sinds zijn vertrek – inmiddels ruim twaalf jaar geleden – uit Nigeria nooit meer iets gehoord heeft van zijn oom of leden van de Ogboni, waardoor er geen concrete aanwijzing is geweest van dreiging. Het voorgaande concludeert de rechtbank uit de correcties en aanvullingen op het nader gehoor in samenhang met het verslag van het nader gehoor. Volgens de correcties en aanvullingen heeft de oom van eiser hem in 2013 of 2014 verteld dat het de bedoeling was dat eiser de positie van zijn vader bij de Ogboni zou innemen. Dit gesprek zou hebben geleid tot een gevecht en na die ontmoeting is eiser nog één keer benaderd door vrienden van zijn vader, waarna eiser het contact met de sekteleden en zijn oom heeft verbroken en op 14 augustus 2014 Nigeria heeft verlaten. Tijdens zijn nader gehoor had eiser, op de vraag hoe oud hij was toen zijn oom hem vertelde dat hij de positie van zijn vader moest overnemen, ondubbelzinnig verklaard dat hij toen om en nabij 15 of 16 jaar oud was, wat dus in het jaar 2012 of 2013 moet zijn geweest [10] . Ook heeft eiser verklaard dat het rond zijn verjaardag, [datum], is geweest. Op de vraag hoe zijn oom daarop reageerde, heeft eiser verklaard: “We hebben gevochten.” en verder heeft eiser verklaard dat hij vanaf het jaar 2013 werd lastiggevallen door zijn oom [11] . Verweerder heeft hieruit mogen concluderen dat het incident dat zou hebben geleid tot het vertrek van eiser – hoewel eiser daar zelf vaag, onduidelijk en wisselend over heeft verklaard – heeft plaatsgevonden in maart 2013, dat eiser is vertrokken uit Nigeria in augustus 2014 en dat eiser dus anderhalf jaar in Nigeria heeft verbleven zonder dat hij problemen heeft ondervonden en ook na zijn vertrek geen dreigingen van zijn oom of de Ogboni heeft meegemaakt. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank ook dat de correcties en aanvullingen wel degelijk zijn betrokken bij het bestreden besluit.
9. Eiser heeft in de beroepsgronden gesteld dat verweerder ten onrechte niet erkent dat de Ogboni een cult is. Daarbij heeft eiser gewezen op landeninformatie en informatie van het Responses to Information Requests van de Immigration and Refugee Board of Canada, waaruit volgens eiser volgt dat het vanwege de verborgenheid van de organisatie onduidelijk is in hoeverre de Reformed Ogboni Fraternity daadwerkelijk gescheiden is van andere ‘Ogboni-societies’ die nadrukkelijk worden gerapporteerd als cults. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt, nu eisers verklaringen geen ondersteuning vinden in de aangehaalde bronnen. Zo vermelden de bronnen niets over de door eiser aangevoerde voodoopraktijken, bloedoffers en zwarte magie. Verder heeft verweerder mogen betrekken dat eisers verklaringen niet overeenkomen met de informatie van de website van de Reformed Ogboni Fraternity en de landeninformatie. De stelling van eiser dat het ontbreken van consensus over het omstreden karakter van deze organisatie niet betekent dat daarvan geen sprake is, is daartoe onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.
10. Eisers beroepsgrond dat verweerder de samenwerkingsverplichting heeft geschonden, slaagt niet. Gelet op hetgeen is overwogen onder rechtsoverweging 8. en 8.1 heeft verweerder eisers verklaringen, de correcties en aanvullingen en de aangedragen (landen)informatie betrokken bij zijn besluitvorming. Het enkele feit dat de aangedragen informatie niet tot inwilliging van de asielaanvraag heeft geleid, betekent niet dat deze informatie in zijn geheel niet is betrokken bij de besluitvorming. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
11. Gelet op het hiervoor onder rechtsoverweging 8 tot en met 10 overwogene, heeft verweerder een voldoende dragende motivering gegeven bij de beoordeling dat de verklaringen van eiser over het asielmotief van de gestelde problemen vanwege de Ogboni sekte ongeloofwaardig worden geacht. De beroepsgronden met betrekking tot de gestelde identiteit van eiser zullen hierna worden besproken in relatie tot de afwijzingsgrond ‘kennelijk ongegrond’.
Risico bij terugkeer
12. Gelet op het voorgaande heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij een terugkeer naar Nigeria een gegronde vrees heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt. Het beroep op de uitspraak van de zittingsplaats Roermond [12] leidt niet tot een ander oordeel, nu de rechtbank in die zaak een ordemaatregel oplegde die inhield dat de vreemdeling niet gepresenteerd mocht worden bij de Nigeriaanse ambassade in beroep. In onderhavige zaak is een presentatie bij de ambassade niet aan de orde. De beroepsgronden slagen niet.
Verblijfsvergunning regulier
13. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser geen reguliere verblijfsvergunning krijgt op humanitaire gronden, omdat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zijn beschermwaardig familieleven onvoldoende heeft onderbouwd. De enkele stelling dat eiser sinds januari 2025 een vriendin in Nederland heeft waar hij zielsveel van houdt, zij verloofd zijn en een foto hebben overgelegd met een hand en een ring, is hiertoe immers onvoldoende.
Kennelijk ongegrond
14. Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser zijn identiteitsdocument heeft vernietigd of weggemaakt en hij hierover wisselend heeft verklaard. Zo heeft eiser enerzijds verklaard dat zijn paspoort werd gestolen tijdens zijn reis naar Nederland en anderzijds dat hij zijn tas is kwijtgeraakt en vergeten is in de trein. Dat is wisselend en eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom hij hierover wisselend heeft verklaard. Omdat het gaat om een document waarmee eiser zijn gestelde identiteit had kunnen onderbouwen, mocht verweerder op de wisselende verklaringen het vermoeden baseren dat eiser waarschijnlijk ter kwade trouw een identiteitsdocument heeft vernietigd of weggemaakt. Daarnaast heeft eiser zich niet gewend tot de Nigeriaanse ambassade om documenten te regelen en dus geen inspanningen verricht om alsnog aan identificerende documenten te komen. De enkele niet onderbouwde stelling van eiser dat hij vreest voor de Nigeriaanse autoriteiten omdat de Reformed Ogboni Fraternity actief is binnen de Nigeriaanse autoriteiten, is onvoldoende om dit verschoonbaar te achten. Ook heeft eiser zich zonder goede verklaring lange tijd niet gewend tot de Nederlandse autoriteiten. Hij heeft immers pas een dag na het nader gehoor aangifte van vermissing van zijn paspoort gedaan. Uit voorgaande overwegingen met betrekking tot de autoriteiten, in combinatie met de wisselende verklaringen, mocht verweerder de conclusie trekken dat eiser waarschijnlijk ter kwade trouw een identiteitsdocument heeft vernietigd of weggemaakt en heeft verweerder de aanvraag kennelijk ongegrond mogen verklaren. [13]
Inreisverbod
15. Nu de aanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond heeft verweerder overeenkomstig zijn beleid bepaald dat eiser onmiddellijk Nederland moet verlaten. [14] Verweerder was vervolgens gehouden om een inreisverbod tegen eiser uit te vaardigen. [15] Verweerder heeft in hetgeen eiser heeft aangevoerd, geen aanleiding hoeven zien om vanwege humanitaire redenen een inreisverbod achterwege te laten. Zoals reeds in rechtsoverweging 10. is overwogen, heeft eiser niet onderbouwd dat hij in Nederland een beschermwaardig familieleven heeft dat het opleggen van een inreisverbod in de weg staat.

Conclusie en gevolgen

16. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
17. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
18. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid en artikel 30b, eerste lid, onder d Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw.
3.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
4.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
5.Het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het bijbehorende Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
6.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
7.Zie ook artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw.
8.Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d van de Vw.
9.Eiser wijst op een uitspraak van de zittingsplaats Roermond van 6 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16602, r.o. 6 en 8.
10.pagina 19 Verslag nader gehoor.
11.pagina 21 Verslag nader gehoor
12.ECLI:NL:RBDHA:2023:16602, r.o. 6 en 8.
13.Op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw.
14.Artikel 62, tweede lid, van de Vw.
15.Artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vw.