8.1.Verweerder heeft ook mogen vinden dat eiser vaag, onduidelijk en wisselend heeft verklaard over de problemen met zijn oom ten aanzien van de overname van de positie van zijn overleden vader en over de bedreigingen door zijn oom. Eiser heeft vaag en onduidelijk verklaard over wanneer het incident met zijn oom heeft plaatsgevonden wat heeft geleid tot zijn vertrek, zo heeft hij voor wat betreft het jaartal niet concreter kunnen worden dan 2012, 2013 of 2014. Ook mocht verweerder betrekken dat eiser, afgaand op de door hem zelf afgelegde verklaringen, nog anderhalf jaar in Nigeria heeft verbleven zonder concrete problemen in de vorm van bedreigingen van zowel zijn oom als van leden van de Ogboni en dat eiser sinds zijn vertrek – inmiddels ruim twaalf jaar geleden – uit Nigeria nooit meer iets gehoord heeft van zijn oom of leden van de Ogboni, waardoor er geen concrete aanwijzing is geweest van dreiging. Het voorgaande concludeert de rechtbank uit de correcties en aanvullingen op het nader gehoor in samenhang met het verslag van het nader gehoor. Volgens de correcties en aanvullingen heeft de oom van eiser hem in 2013 of 2014 verteld dat het de bedoeling was dat eiser de positie van zijn vader bij de Ogboni zou innemen. Dit gesprek zou hebben geleid tot een gevecht en na die ontmoeting is eiser nog één keer benaderd door vrienden van zijn vader, waarna eiser het contact met de sekteleden en zijn oom heeft verbroken en op 14 augustus 2014 Nigeria heeft verlaten. Tijdens zijn nader gehoor had eiser, op de vraag hoe oud hij was toen zijn oom hem vertelde dat hij de positie van zijn vader moest overnemen, ondubbelzinnig verklaard dat hij toen om en nabij 15 of 16 jaar oud was, wat dus in het jaar 2012 of 2013 moet zijn geweest. Ook heeft eiser verklaard dat het rond zijn verjaardag, [datum], is geweest. Op de vraag hoe zijn oom daarop reageerde, heeft eiser verklaard: “We hebben gevochten.” en verder heeft eiser verklaard dat hij vanaf het jaar 2013 werd lastiggevallen door zijn oom. Verweerder heeft hieruit mogen concluderen dat het incident dat zou hebben geleid tot het vertrek van eiser – hoewel eiser daar zelf vaag, onduidelijk en wisselend over heeft verklaard – heeft plaatsgevonden in maart 2013, dat eiser is vertrokken uit Nigeria in augustus 2014 en dat eiser dus anderhalf jaar in Nigeria heeft verbleven zonder dat hij problemen heeft ondervonden en ook na zijn vertrek geen dreigingen van zijn oom of de Ogboni heeft meegemaakt. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank ook dat de correcties en aanvullingen wel degelijk zijn betrokken bij het bestreden besluit.
9. Eiser heeft in de beroepsgronden gesteld dat verweerder ten onrechte niet erkent dat de Ogboni een cult is. Daarbij heeft eiser gewezen op landeninformatie en informatie van het Responses to Information Requests van de Immigration and Refugee Board of Canada, waaruit volgens eiser volgt dat het vanwege de verborgenheid van de organisatie onduidelijk is in hoeverre de Reformed Ogboni Fraternity daadwerkelijk gescheiden is van andere ‘Ogboni-societies’ die nadrukkelijk worden gerapporteerd als cults. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt, nu eisers verklaringen geen ondersteuning vinden in de aangehaalde bronnen. Zo vermelden de bronnen niets over de door eiser aangevoerde voodoopraktijken, bloedoffers en zwarte magie. Verder heeft verweerder mogen betrekken dat eisers verklaringen niet overeenkomen met de informatie van de website van de Reformed Ogboni Fraternity en de landeninformatie. De stelling van eiser dat het ontbreken van consensus over het omstreden karakter van deze organisatie niet betekent dat daarvan geen sprake is, is daartoe onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.
10. Eisers beroepsgrond dat verweerder de samenwerkingsverplichting heeft geschonden, slaagt niet. Gelet op hetgeen is overwogen onder rechtsoverweging 8. en 8.1 heeft verweerder eisers verklaringen, de correcties en aanvullingen en de aangedragen (landen)informatie betrokken bij zijn besluitvorming. Het enkele feit dat de aangedragen informatie niet tot inwilliging van de asielaanvraag heeft geleid, betekent niet dat deze informatie in zijn geheel niet is betrokken bij de besluitvorming. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
11. Gelet op het hiervoor onder rechtsoverweging 8 tot en met 10 overwogene, heeft verweerder een voldoende dragende motivering gegeven bij de beoordeling dat de verklaringen van eiser over het asielmotief van de gestelde problemen vanwege de Ogboni sekte ongeloofwaardig worden geacht. De beroepsgronden met betrekking tot de gestelde identiteit van eiser zullen hierna worden besproken in relatie tot de afwijzingsgrond ‘kennelijk ongegrond’.
12. Gelet op het voorgaande heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij een terugkeer naar Nigeria een gegronde vrees heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt. Het beroep op de uitspraak van de zittingsplaats Roermondleidt niet tot een ander oordeel, nu de rechtbank in die zaak een ordemaatregel oplegde die inhield dat de vreemdeling niet gepresenteerd mocht worden bij de Nigeriaanse ambassade in beroep. In onderhavige zaak is een presentatie bij de ambassade niet aan de orde. De beroepsgronden slagen niet.
Verblijfsvergunning regulier
13. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser geen reguliere verblijfsvergunning krijgt op humanitaire gronden, omdat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zijn beschermwaardig familieleven onvoldoende heeft onderbouwd. De enkele stelling dat eiser sinds januari 2025 een vriendin in Nederland heeft waar hij zielsveel van houdt, zij verloofd zijn en een foto hebben overgelegd met een hand en een ring, is hiertoe immers onvoldoende.
14. Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser zijn identiteitsdocument heeft vernietigd of weggemaakt en hij hierover wisselend heeft verklaard. Zo heeft eiser enerzijds verklaard dat zijn paspoort werd gestolen tijdens zijn reis naar Nederland en anderzijds dat hij zijn tas is kwijtgeraakt en vergeten is in de trein. Dat is wisselend en eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom hij hierover wisselend heeft verklaard. Omdat het gaat om een document waarmee eiser zijn gestelde identiteit had kunnen onderbouwen, mocht verweerder op de wisselende verklaringen het vermoeden baseren dat eiser waarschijnlijk ter kwade trouw een identiteitsdocument heeft vernietigd of weggemaakt. Daarnaast heeft eiser zich niet gewend tot de Nigeriaanse ambassade om documenten te regelen en dus geen inspanningen verricht om alsnog aan identificerende documenten te komen. De enkele niet onderbouwde stelling van eiser dat hij vreest voor de Nigeriaanse autoriteiten omdat de Reformed Ogboni Fraternity actief is binnen de Nigeriaanse autoriteiten, is onvoldoende om dit verschoonbaar te achten. Ook heeft eiser zich zonder goede verklaring lange tijd niet gewend tot de Nederlandse autoriteiten. Hij heeft immers pas een dag na het nader gehoor aangifte van vermissing van zijn paspoort gedaan. Uit voorgaande overwegingen met betrekking tot de autoriteiten, in combinatie met de wisselende verklaringen, mocht verweerder de conclusie trekken dat eiser waarschijnlijk ter kwade trouw een identiteitsdocument heeft vernietigd of weggemaakt en heeft verweerder de aanvraag kennelijk ongegrond mogen verklaren.
15. Nu de aanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond heeft verweerder overeenkomstig zijn beleid bepaald dat eiser onmiddellijk Nederland moet verlaten.Verweerder was vervolgens gehouden om een inreisverbod tegen eiser uit te vaardigen.Verweerder heeft in hetgeen eiser heeft aangevoerd, geen aanleiding hoeven zien om vanwege humanitaire redenen een inreisverbod achterwege te laten. Zoals reeds in rechtsoverweging 10. is overwogen, heeft eiser niet onderbouwd dat hij in Nederland een beschermwaardig familieleven heeft dat het opleggen van een inreisverbod in de weg staat.