ECLI:NL:RBDHA:2026:340

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.61285 (beroep) en NL25.62992 (kennisgeving)
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • S.J. Hoekstra – van Vliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgregeling en verdeling overwaarde en inboedel na ontbinding geregistreerd partnerschap

Partijen zijn na ontbinding van hun geregistreerd partnerschap in geschil geraakt over de zorgregeling voor hun minderjarige kinderen en de verdeling van de overwaarde van de voormalige echtelijke woning en de inboedel. De man vordert nakoming van de beschikking van 14 oktober 2025 met dwangsommen, terwijl de vrouw verweer voert en tevens eigen vorderingen in reconventie heeft ingesteld.

Tijdens de zitting hebben partijen afspraken gemaakt over de zorgregeling tot 1 februari 2026, waarna de eerder vastgestelde regeling van kracht zal zijn. Tevens zullen beide ouders zich aanmelden voor het traject 'Ouderschap blijft'. Ten aanzien van de verdeling van de overwaarde en inboedel is er onenigheid over de gemeenschappelijkheid van schulden en de verkoop van inboedelgoederen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen tot nakoming van de verdeling van overwaarde en inboedel niet geschikt zijn voor kort geding vanwege het ontbreken van spoedeisendheid en het verschil van inzicht over de schulden. Daarom worden deze vorderingen afgewezen. De zorgregeling wordt aangepast en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De zorgregeling wordt aangepast en de vorderingen tot nakoming van de verdeling van overwaarde en inboedel worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisendheid.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/694872 / KG ZA 25-1147
Vonnis in kort geding van 6 januari 2026
in de zaak van
[de man]te [woonplaats 1] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. A. Kaynak te Rotterdam.
tegen:
[de vrouw]te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat: mr. M. Jonkman te Capelle aan den IJssel.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 6;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie met producties 1 t/m 7.
- het bericht van 19 december 2025 van de moeder met productie 8;
- het bericht van 21 december 2025 van de vader met producties 7 t/m 12.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Partijen zijn op 27 mei 2020 te [plaats] een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan dat bij beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank is ontbonden. Partijen zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats 2] .
Partijen oefenen het gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen uit. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw.
2.2.
Bij beschikking van 30 juli 2024 van deze rechtbank is voor, voor zover hier van belang, bepaald dat:
  • [minderjarige 1] elke woensdagmiddag, gezamenlijk met de vrouw en [minderjarige 2] , contact heeft met de man, voor de duur van twee uur, waarbij partijen in onderling overleg een andere dag/ander tijdstip overeen kunnen komen;
  • [minderjarige 1] – naast het contactmoment op woensdag met het hele gezin – vanaf 29 juli 2024 tot 26 augustus 2024 één keer per week een middag bij de man is, voor de duur van vier uur, waarbij partijen in onderling overleg overeen dienen te komen op welke dag dit contactmoment plaatsvindt;
  • [minderjarige 1] – naast het contactmoment op woensdag met het hele gezin – vanaf 26 augustus 2024 tot 23 september 2024 wekelijks op donderdag van 11.00 uur tot 19.30 uur bij de man is;
  • [minderjarige 1] – naast het contactmoment op woensdag met het hele gezin – vanaf 23 september 2024 tot aan de mondelinge behandeling van de bodemprocedure de ene week op donderdag van 11.00 uur tot 19.30 uur bij de man verblijft en de andere week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 bij de man verblijft, waarbij de man zorgdraagt voor het ophalen en het brengen van [minderjarige 1] ;
  • [minderjarige 1] de overnachtingen in de weekendregeling vanaf 23 september 2024 tot en met 27 oktober 2024 doorbrengt met de man bij de grootouders vaderszijde;
  • [minderjarige 1] de overnachtingen in de weekendregeling vanaf 2 november 2024 doorbrengt bij de man thuis;
  • de man voor alle contactmomenten het brengen en halen voor zijn rekening neemt, tenzij partijen in onderling overleg tot een andere afspraak komen;
2.3.
Bij beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank is voor zover hier van belang
- in het kader van de zorgregeling bepaald dat:
- de kinderen om de week van donderdag na school tot vrijdag naar school bij de man verblijven, waarbij de man [minderjarige 1] op vrijdag naar school brengt en [minderjarige 2] aansluitend daarop terugbrengt naar de vrouw;
- voor de duur van zes maanden: de kinderen om de week op vrijdag na school twee uur contact hebben met de man, bij de vrouw thuis, waarna [minderjarige 1] vervolgens bij de man verblijft tot zondag, om 19.30 uur;
- vanaf 14 april 2026: de kinderen om de week van vrijdag uit school tot zondag om 19.30 uur bij de man verblijven, waarbij de man verantwoordelijk is voor het halen en brengen van de kinderen;
- een verdeling van de feest- en vakantiedagen vastgesteld, in die zin dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de man verblijven:
- tijdens de gehele meivakantie, tenzij de meivakantie twee weken duurt, dan zijn de kinderen de eerste week van de meivakantie bij de man;
- tijdens de tweede en derde week van de zomervakantie;
- tijdens de tweede week van de kerstvakantie;
- in de even jaren op Eerste Kerstdag en in de oneven jaren op Tweede Kerstdag.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De man vordert – zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
I. de vrouw te veroordelen om de zorgregeling zoals opgenomen in de beschikking van 14 oktober 2025 onder kenmerk C/09/668091 en C/09/680134 na te komen, een en ander op straffe van een dwangsom van
€ 250,00 per dag of dagdeel dat de man zulks nalaat met een maximum van € 5.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag;
II. de vrouw te veroordelen tot nakoming van de beschikking van 14 oktober 2025 (onder kenmerk C/09/668091 en C/09/680134) voor zover deze ziet op de verdeling van de overwaarde van de voormalige echtelijke woning aan de [adres] , in die zin dat zij gehouden is haar schriftelijke medewerking te verlenen aan de uitkering van de overwaarde door de notaris, waarbij eerst de schuldeisers overeenkomstig de tussen partijen en de schuldeisers gesloten overeenkomst dienen te worden voldaan, en het resterende saldo vervolgens bij helfte tussen partijen dient te worden verdeeld, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag of dagdeel dat de vrouw in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 5.000,-, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag;
III. te bepalen dat, indien de vrouw niet binnen vijf werkdagen na betekening van het te wijzen vonnis haar schriftelijke toestemming aan de notaris verleent, dit vonnis in de plaats treedt van die toestemming, zodat de notaris zonder nadere handeling van de vrouw tot uitkering van de overwaarde kan overgaan;
IV. de vrouw te veroordelen tot nakoming van de beschikking van 14 oktober 2025 (onder kenmerk C/09/668091 en C/09/680134) voor zover deze ziet op de verdeling van de inboedel, in die zin dat zij gehouden is om aan de man volledig inzicht te verschaffen in de door haar behouden, verkochte of verplaatste inboedelgoederen, onder overlegging van een specificatie van de verkoopopbrengst, en de helft van deze opbrengst aan de man te voldoen, alsmede haar medewerking te verlenen aan de verdere verdeling van de inboedel, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag of dagdeel dat zij hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,-, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, kosten rechtens.
3.2.
De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
in reconventie
3.3.
De vrouw vordert:
- te bepalen dat de minderjarige [minderjarige 1] om de week bij de man zal verblijven van vrijdag vanuit school tot zondag 17:30 uur;
- een opbouw inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten behoeve van [minderjarige 2] vast te stellen waarbij [minderjarige 2] en de man contact zullen hebben:
- voor de duur van twee maanden:
 om de week op vrijdag na school twee uur in [locatie] /bij de zwemles;
 alsmede om de week op donderdagmiddag na school twee uur contact bij de man thuis waarbij de vrouw de minderjarige [minderjarige 2] zal ophalen;
- voor de duur van twee maanden (volgend op de hiervoor gestelde periode):
 om de week op zaterdagochtend van 9:00 uur tot 13:00 uur contact bij de man thuis waarbij de vrouw de minderjarige [minderjarige 2] zal brengen en halen omdat [minderjarige 1] reeds bij de man verblijft;
 alsmede om de week op donderdagmiddag na school twee uur contact bij de man thuis waarbij de vrouw de minderjarige [minderjarige 2] zal ophalen;
- voor de duur van twee maanden (volgend op de hiervoor gestelde periode):
 om de week op zaterdag van 9:00 uur tot 17:30 uur contact bij de man thuis waarbij de vrouw de minderjarige [minderjarige 2] zal brengen en halen omdat [minderjarige 1] reeds bij de man verblijft;
 alsmede om de week op donderdagmiddag na school twee uur contact bij de man thuis waarbij de vrouw de minderjarige [minderjarige 2] zal ophalen:
- zes maanden na het door de voorzieningenrechter af te geven vonnis:
 om de week van vrijdag vanuit school tot zondag 17:30 uur;
 om de week van donderdag na school tot vrijdagochtend naar school.
- te bepalen dat de bepaling omtrent de feestdagen ten aanzien van [minderjarige 2] pas ingaat per 14 april 2026 en dat de bepaling omtrent de vakanties ten aanzien van [minderjarige 2] pas ingaat zodra hij de leeftijd van vier jaren heeft bereikt, dan wel dat de regeling ten aanzien van Tweede Kerstdag en de tweede week van de kerstvakantie pas ingaat nadat het gerechtshof een oordeel heeft gegeven op het door de vrouw ingediende appelschrift.
3.4.
De man voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

in conventie en reconventie
4.1.
Gezien de samenhang tussen de vorderingen over en weer zullen deze hierna gezamenlijk worden besproken.
De zorgregeling
4.2.
Nadat partijen over en weer hun standpunt hebben toegelicht en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord heeft de voorzieningenrechter, daarin gesteund door de raadvertegenwoordiger, een vergelijk tussen partijen beproefd.
4.3.
Partijen hebben vervolgens op de zitting afspraken met elkaar gemaakt en verzocht deze afspraken op te nemen in het dictum van dit vonnis. Deze afspraken luiden als volgt:
- tot 1 februari 2026 zal de man om de week op donderdag nadat hij [minderjarige 1] heeft opgehaald uit school, [minderjarige 2] ophalen bij de vrouw. [minderjarige 2] verblijft tot 18:00 uur bij de man en wordt door de vrouw bij de man opgehaald. [minderjarige 1] blijft bij de man slapen en de man brengt [minderjarige 1] op vrijdag naar school;
- tot 1 februari 2026 zullen de kinderen elke zondag vanaf 12:30 uur bij de man doorbrengen en zal de man de kinderen na het eten en voor 18:30 uur weer thuisbrengen bij de vrouw;
- vanaf 1 februari 2026 geldt de zorgregeling zoals vastgelegd bij beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank;
- zowel de man als de vrouw gaan zich bij de huisarts aanmelden voor het traject ‘Ouderschap blijft’ zodat zij alvast op de wachtlijst komen te staan en zij zullen te zijner tijd, indien dat dan door hen nog nodig wordt geacht, het traject Ouderschap Blijft doorlopen;
- ten aanzien van de kerstvakantie geldt voor [minderjarige 2] dat [minderjarige 2] op tweede Kerstdag na zijn middagslaapje wordt gebracht en om 18:00 uur weer door de vrouw wordt opgehaald. De overige donderdagen en zondagen verlopen tot 1 februari 2026 zoals hierboven omschreven;
- als de kinderen bij de vrouw zijn mag de man de kinderen geregeld bellen.
De verdeling van de overwaarde van de echtelijke woning en de inboedel
4.4.
De man vordert de vrouw te veroordelen tot nakoming van de beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank voor zover deze ziet op de verdeling van de overwaarde van de voormalige echtelijke woning aan de [adres] en de verdeling van de inboedel. De overwaarde staat al maanden geblokkeerd op de derdengeldenrekening van de notaris en zonder de medewerking van de vrouw kan het bedrag niet worden uitgekeerd. De man kan de openstaande huwelijksschulden hierdoor niet voldoen waardoor hij steeds wordt geconfronteerd met aanmaningen, rentekosten en oplopende financiële druk. Ten aanzien van de inboedel heeft de man aangegeven dat elke keer als hij de kinderen ging bezoeken er inboedel weg was uit de woning. De man vindt dat de vrouw informatie moet verstrekken over de inboedel die de vrouw heeft behouden in haar woning en ook informatie moet verstrekken over welke spullen zij heeft verkocht en tegen welke waarde. Deze verkoopopbrengst moet volgens de man bij helfte met hem worden gedeeld.
4.5.
De vrouw betwist dat de door de man genoemde huwelijksschulden gemeenschappelijk zijn. Volgens de vrouw zijn de schulden door de inmiddels failliete onderneming van de man aangegaan, waardoor deze niet gemeenschappelijk zijn. De man heeft een aantal borgstellingen afgegeven waarvan de vrouw niet door de man op de hoogte is gebracht. De vrouw heeft pas na de mondelinge behandeling van het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap kennis kunnen nemen van een deel van de afgegeven borgstellingen. De vrouw heeft moeten constateren dat de handtekeningen onder de overeenkomsten niet van haar afkomstig zijn en heeft inmiddels de vernietigbaarheid van de borgstellingen ingeroepen. Ten aanzien van de inboedel heeft de vrouw gesteld dat zij noodgedwongen een aantal goederen heeft verkocht omdat de man sinds het uiteengaan van partijen nog geen enkele bijdrage heeft geleverd in de kosten van de huishouding. Door goederen te verkopen, heeft de vrouw kunnen voorzien in het levensonderhoud van de kinderen. De vrouw heeft diverse lijsten opgesteld en stelt voor dat zij de inboedel overneemt voor een bedrag van € 2.600,-. Op dit bedrag dient volgens haar de achterstallige kinderalimentatie te worden verrekend.
4.6.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een kort geding een procedure is, waarin in spoedeisende zaken een ordemaatregel kan worden getroffen, maar waarin geen plaats is voor nader onderzoek en eventuele bewijslevering. Nu partijen van mening verschillen over welke schulden gemeenschappelijk zijn en er geen overeenstemming bestaat over de verdeling van de inboedel, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vorderingen van de man tot nakoming van de beschikking van 14 oktober 2025 met betrekking tot de verdeling zich niet lenen voor behandeling in kort geding. Het gevorderde omtrent de nakoming van de beschikking van 14 oktober 2025 met betrekking tot de verdeling zal daarom worden afgewezen.
De proceskosten
4.7.
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren, zoals hierna vermeld in het dictum van dit vonnis.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie en reconventie
5.1.
bepaalt dat de zorgregeling, deels in afwijking van de beschikking van 14 oktober 2025, zal luiden als volgt:
- tot 1 februari 2026 zal de man om de week op donderdag nadat hij [minderjarige 1] ophaalt uit school, [minderjarige 2] ophalen bij de vrouw. [minderjarige 2] verblijft tot 18:00 uur bij de man en wordt door de vrouw bij de man opgehaald. [minderjarige 1] blijft bij de man slapen en de man brengt [minderjarige 1] op vrijdag naar school;
- tot 1 februari 2026 zullen de kinderen elke zondag vanaf 12:30 uur bij de man doorbrengen en zal de man de kinderen na het eten en voor 18:30 uur weer thuisbrengen bij de vrouw;
- vanaf 1 februari 2026 geldt de zorgregeling zoals vastgelegd bij beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank;
- zowel de man als de vrouw gaan zich bij de huisarts aanmelden voor het traject ‘Ouderschap blijft’ zodat zij alvast op de wachtlijst komen te staan en zij zullen te zijner tijd, indien dat dan door hen nog nodig wordt geacht, het traject Ouderschap Blijft doorlopen;
- ten aanzien van de kerstvakantie geldt voor [minderjarige 2] dat [minderjarige 2] op tweede Kerstdag na zijn middagslaapje wordt gebracht en om 18:00 uur weer door de vrouw wordt opgehaald. De overige donderdagen en zondagen verlopen tot 1 februari 2026 zoals hierboven omschreven;
- als de kinderen bij de vrouw zijn mag de man de kinderen geregeld bellen;
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra – van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.
AFL