ECLI:NL:RBDHA:2026:3417

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
09/172262-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ramkraak en brandstichting met gevaarzetting in Den Haag

Op 12 mei 2021 vond in Den Haag een ramkraak plaats bij juwelier [bedrijfsnaam], waarbij een metalen container werd gebruikt om het rolluik te forceren en sieraden en horloges werden weggenomen. De daders vluchtten op een scooter, die later onder een zeil werd aangetroffen zonder kentekenplaat. Kort na de ramkraak werd een Mitsubishi Outlander, gebruikt bij de ramkraak, in brand gestoken, wat leidde tot gevaar voor omliggende gebouwen en goederen.

DNA-sporen van de verdachte werden aangetroffen op een jas, handschoenen en de autosleutel die op de plaats delict werden gevonden. De verdachte gaf een alternatief scenario voor het aantreffen van zijn DNA, maar de rechtbank verwierp dit wegens onvoldoende aannemelijkheid en de samenhang van het bewijs. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van twee jaar, terwijl de verdediging om matiging vroeg. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van ramkraken en brandstichting, het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De straf weerspiegelt de ernst van de gepleegde feiten en dient tevens als afschrikking en preventie voor toekomstige delicten. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden verklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor ramkraak en brandstichting met gevaarzetting.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/172262-25
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres 1] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 6 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Limburg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.S. Dijkstra naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 12 mei 2021 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere sieraden en/of horloges, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] en/of juwelier [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.
hij op of omstreeks 12 mei 2021 te ’s-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht aan een voertuig (Mitsubishi Outlander), door open vuur in aanraking te brengen met een brandende (vloei)stof, welke zich op voornoemd voertuig bevond, ten gevolge waarvan dat voertuig is gaan branden, althans open vuur in aanraking te brengen met voornoemd voertuig (al dan niet behulp van een brandbare (vloei)stof) ten gevolge waarvan dat voertuig is gaan branden, terwijl daarvan gemeen gevaar voor naast gelegen gebouwen en/of woningen en/of
een container, in elk geval gemeent gevaar voor goederen, te duchten was.

3.De bewijsbeslissing

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat de verdachte ten aanzien van feit 1 partieel wordt vrijgesproken voor de diefstal van horloges.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet de verdachte was die de ramkraak heeft gepleegd en de auto in brand heeft gestoken. Voor de door de politie aangetroffen DNA-sporen van de verdachte heeft de verdachte een alternatief scenario geschetst.
Daarnaast is door de raadsvrouw bepleit dat er met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit onvoldoende sprake is van gemeen gevaar voor naast gelegen gebouwen en/of woningen en dat dit bestanddeel daarom niet bewezen kan worden verklaard.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hieronder zal worden gemotiveerd.
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met nummer PL1500-2021132860 van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag Zuid, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 384).
De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.
1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 12 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 44-45):
Ik doe namens mijn broer aangifte van de inbraak in zijn juwelierspand aan de [adres 2] . Mijn broer heet [broer] . Vandaag, 12 mei 2021, werd mijn broer door een beveiligingsbedrijf gebeld dat er een ramkraak had plaatsgevonden bij zijn juwelierszaak. Ik woon dichterbij dus hij vroeg mij gelijk naar de winkel te gaan. Men heeft eerst een ijzeren container voor de deur van het pand geplaatst en daarna met een auto de container geramd, waarna de auto in brand werd gestoken. Ik zag dat de container het rolluik dusdanig had geforceerd dat de container deels het pand in was geduwd.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 december 2021, voor zover inhoudende (p. 280-281):
Ik zag dat dit camerabeelden betrof van juwelier [bedrijfsnaam] . De datum die op de beelden wordt weergegeven is 12-05-2021. Op de beelden is eerst een persoon te zien die op een scooter aan komt rijden. Deze persoon stapt af van de scooter en loopt naar het voertuig waarmee de ramkraak gepleegd wordt. Terwijl deze persoon dit doet komt er een ander persoon met een vuilcontainer aan rennen. Vervolgens is te zien dat, nadat het rolluik geforceerd is gebruikmakende van een vuilcontainer en hier met een voertuig tegen aan te rijden, dat er een persoon de juwelier binnen gaat. Vervolgens is te zien dat deze persoon een aantal spullen uit de juwelier in een tas stopt waarna deze persoon weer naar buiten gaat.
Ik zie dat deze scooter niet voorzien is van een kenteken.
Op de beelden zie ik NN2 in beeld komen. Ik zie dat hij een vuilcontainer voor zich uit duwt en dat hij deze met zich mee trekt. Ik kan NN2 als volgt omschrijven:
- Zwarte bivakmuts
- Zwarte handschoenen
- Zwarte schoenen
- Zwart trainingsvest met lichte strepen ter hoogte van de bovenarmen. Op de rug van het trainingsvest is groot het nummer 7 te zien.
Nadat NN2 de afvalcontainer gepositioneerd heeft zie ik hem nog vaak kijken naar de telefoon. Ik zie dat hij snel draait naar NN1 waarna hij de scooter weer loslaat en de afvalcontainer herpositioneerd. Nadat het rolluik voor de tweede keer geramd is zie ik NN2 richting de bestuurderszijde, net buiten beeld, van de auto lopen. Terwijl NN2 terug het beeld in rent, weg van de auto, zie ik een lichtflits vanuit de richting van de auto komen. Ik zie hierna dat NN2 op de scooter stapt en deze dicht bij het rolluik positioneert. Nadat NN1 de juwelier uit komt rijdt NN1 direct met NN2 achterop weg.
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 55):
Op 12 mei 2021 omstreeks 03:52 uur was ik met het uitvoeren van noodhulp belast. Ik hoorde het verzoek van de centralist om te gaan naar de [adres 2] . Aldaar zou een ramkraak zijn gepleegd bij een juwelier. Ik zag dat voor het pand, een zwarte voertuig in brand stond. Later bleek dit een zwartkleurige Mitsubishi Outlander te zijn voorzien van kenteken [kenteken] . Ik zag dat de voorbumper van het voertuig in de richting stond van het pand. Ik zag dat het voertuig geheel in brand stond. Ik zag dat de [adres 2] een juwelier betrof genaamd [bedrijfsnaam] Juweliers.
4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , opgemaakt op 12 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 85):
Op 12 mei 2021 werd ik wakker van geritsel. Ik keek naar buiten en zag ter hoogte van nummer [huisnummer] een jongeman een plastic zeil over de scooter doen. Ik zag dat de jongeman wegrende richting de Lau Mazirellaan. Ik zag dat hij tijdens het rennen zijn zwarte jas uittrok. Ik zag dat het een dun en sportief jasje was. Ik zag dat hij rechtsaf de hoek om rende richting het water en hoorde kort hierna het geluid van een ondergrondse container.
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 83-84):
Ter plaatse aangekomen op de Lau Mazirellaan zagen wij dat er ter hoogte van huisnummer [huisnummer] een scooter onder een zilver zeil stond. Wij zagen dat het een Piaggio scooter betrof. Wij zagen dat er geen kentekenplaat op de scooter bevestigd was. Ik zag dat er in een van de vuilcontainers twee zwarte handschoenen en een zwarte jas lagen.
Ik zag dat hij mij twee zwarte handschoenen en een zwarte jas overhandigde welke ik beide afzonderlijk van elkaar in een Breatheable Evidence Bag plaatste.
Goed(eren) : PL1500-2021133057-2590420, kleding (Jas), bijzonderheden zwart, uit de ondergrondse container gehaald.
: PL1500-202113057-2590422, handschoen, 2 stuks, kleur zwart, uit de ondergrondse container.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 89):
Na mijn dienst zag ik dat er beelden op internet stonden van de ramkraak op de [adres 2] . Deze ramkraak vond plaats in de ochtend van 12 mei 2021. Op de beelden zag ik dat de verdachten wegreden op een scooter. Ik herkende deze scooter als de scooter [de rechtbank begrijpt: als de
soortscooter] die ik in beslag had genomen op de Lau Mazirellaan. Ik herkende de scooter aan de achterlichten en de grijze bagagedrager. Op de beelden zag ik ook dat een van de verdachten een jasje aan had van Emporio Armani met het cijfer zeven op de rug. Ik had hetzelfde soort jasje gevonden in een ondergrondse container aan de Lau Mazirellaan en in beslag genomen.
7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 65):
Ik hoorde van een getuige dat een van de twee verdachten een personenauto had achtergelaten en dat een van de twee verdachten deze in brand had gestoken. Dit bleek achteraf een Mitsubishi type Outlander te zijn voorzien van kenteken [kenteken] . Dit is een hybride auto en de brandweer heeft lang moeten blussen voor het gevaar van zeer giftige gassen.
8. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 oktober 2021, voor zover inhoudende (p. 100):
De Mitsubishi sleutel is op 12 mei 2021 aangetroffen op de plaats delict en later bemonsterd door het NFI. Wij zagen dat de sleutel op het slot past. Ik heb vervolgens getracht de sleutel te draaien en wij zagen dat ook dit lukte.
9. Het geschrift, te weten een aanvraag extern forensisch onderzoek, opgemaakt op 18 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 176):
Goednummer: PL1500-2021133057-2590420
SIN: AAON6913NL
Object: Kleding (Jas)
Bijzonderheden: Zwart, uit ondergrondse container
Goednummer: PL1500-2021133057-2590422
SIN: AAON6912NL
Object: Handschoen
Aantal/eenheid: 2 stuks
Kleur: Zwart
Bijzonderheden: Zwart, uit ondergrondse container
10. Het proces-verbaal van forensisch onderzoek bedrijf, opgemaakt op 28 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 109-110):
Ik zag dat:
- de eerste persoon richting de auto loopt;
- er rook uit de richting van de auto in beeld komt.
Ik zag dat:
- links naast de vuilcontainer een kentekenplaat en een autosleutel op de grond lagen;
- het een autosleutel betrof met het logo van het merk Mitsubishi;
Ik zag dat de kentekenplaat die voor het rolluik lag de volgende kenmerken had:
- cijfer- en lettercombinatie: [kenteken] .
Ik heb de autosleutel die voor het rolluik op de grond lag afzonderlijk verpakt voor mogelijk nader onderzoek in breathable evidence bags.
Goednummer: PL1500-2021132860-2590355
SIN: AAOU8043NL
Object: Afstandsbediening (Auto)
Aantal/eenheid: 1 stuks
Verpakking: Breathable bag
Merk/type: Mitsubishi
Land: Nederland
Bijzonderheden: Op de grond voor het rolluik. 6.15 uur
11. Het geschrift, te weten een onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek, opgemaakt op 25 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 201-202):
12. Het geschrift, te weten een onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek, opgemaakt op 15 juli 2021, voor zover inhoudende (p. 213):
13. Het geschrift, te weten DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een veroordeelde, opgemaakt op 27 mei 2022, voor zover inhoudende (ongenummerd):
Het DNA-profiel WAAU8851NL van de veroordeelde [verdachte] is op 3 mei 2022 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafaken en wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking zijn tot op heden twee matches gevonden. Bovenstaande betekent dat DNA in het sporenmateriaal met de identiteitszegels AAMX2408NL#01 en AAON6913NL#01, uit DNA-profielcluster 51222, afkomstig kan zijn van de veroordeelde [verdachte] .
14. Het geschrift, te weten vergelijkend DNA-onderzoek, opgemaakt op 22 juli 2022, voor zover inhoudende (p. 371-372):
Politie Eenheid Den Haag heeft verzocht om het DNA-proefiel van verdachte [verdachte] WAAU8851NL (geboren op [geboortedatum] 2000) te vergelijken met DNA-mengprofiel AADU8043NL#01 (gehele buitenzijde van de sleutel, inclusief het ringetje) en #02 (het deel van de sleutel dat in de afstandsbediening past, inclusief het gedeelte van de buitenzijde van de afstandsbediening dat niet zichtbaar is als de sleutel erin zit). Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of een deel van het DNA in deze bemonsteringen afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] .
SIN: WAAU8851NL
Naam: verdachte [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] 2000
Dit betreft een afgeleid DNA-profiel waarvan is aangenomen dat alle DNA-kenmerken van één persoon afkomstig zijn. Voor dergelijke DNA-profielen is vastgesteld dat wanneer het DNA-profiel van een persoon ermee overeenkomt de bewijskracht meer dan één miljard is. Daarom geldt voor de overeenkomsten met het DNA-profiel van verdachte [verdachte] dat het afgeleide DNA-hoofdprofiel AAOU8043NL#1 meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] , dan wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van een willekeurige persoon.
15. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 september 2025, voor zover inhoudende (proces-verbaal nummer 119, ongenummerd):
Vervolgens werd het DNA van [verdachte] vergeleken met de in de databank aanwezige DNA profielen. Hierbij bleek dat er een match was tussen het DNA profiel van [verdachte] en het, uit het DNA cluster opgenomen DNA spoor AAON6913NL#01, aangetroffen in de kraag van de aangetroffen jas en afkomstig van ‘Onbekende man A’.
Het aangetroffen DNA in het onderstaande cluster bleek dus afkomstig te zijn van verdachte [verdachte] met een bewijskracht van méér dan één miljard:
  • AAON6913NL#01 in de kraag van de aantroffen jas
  • AAON6913NL#02 in de rechter manchet van de aangetroffen jas
  • AAON6912NL#01 binnenzijde linker handschoen
  • AAON6912NL#02 binnenzijde rechter handschoen
  • AA0U8043NL#01 gehele buitenzijde van de sleutel, inclusief het ringetje
16. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 6 april 2022, voor zover inhoudende (p. 327):
Door de aangever werd het in de bijlage gevoegde bestand verstrekt.
Bijlage(n): Uitdraai voorraadlijst juwelier [bedrijfsnaam] .
3.4
Bewijsoverwegingen
Ramkraak
Op 12 mei 2021 omstreeks 03.52 uur vond bij juwelier [bedrijfsnaam] aan de [adres 2] een ramkraak plaats, waarbij sieraden en horloges zijn weggenomen. Aangever verklaarde dat er een ijzeren of metalen container voor de deur van het pand was geplaatst en dat deze container daarna door een auto naar binnen geramd was. Vervolgens is de auto in brand gestoken. Uit de aangifte blijkt dat de container het rolluik dusdanig had geforceerd dat de container deels het pand in was geduwd.
De ramkraak zoals door aangever beschreven is te zien op camerabeelden. Op de beelden is zoals door de politie beschreven te zien dat nadat het rolluik geforceerd is, een persoon de juwelier binnengaat. Deze persoon stopt een aantal spullen uit de juwelier in een tas en gaat daarna weer naar buiten.
Op camerabeelden van de ramkraak is verder een man te zien met zwarte handschoenen en een zwart trainingsvest met lichte strepen ter hoogte van de bovenarmen. Op de rug van het trainingsvest is groot het nummer 7 te zien. De politie noemt deze persoon ‘NN2’. Op de beelden is vastgelegd dat deze NN2, nadat het rolluik voor de tweede keer geramd is, richting de bestuurderszijde van de auto loopt. Hierbij raakt NN2 uit het beeld. Wanneer NN2 al rennend terug in beeld komt, verschijnt er een lichtflits vanuit de richting van de auto.
Eenmaal ter plaatse treft de politie voor het pand van juwelier [bedrijfsnaam] een brandende, zwarte auto aan. Later blijkt dit een zwartkleurige Mitsubishi Outlander te zijn.
Aangetroffen voorwerpen
Getuige [getuige] verklaart dat hij op 12 mei 2021 heeft gezien dat een jongen een plastic zeil over een scooter deed. Dit vond plaats ter hoogte van [adres 3] . De getuige zag deze jongen vervolgens wegrennen terwijl hij zijn zwarte jasje uittrok. Kort nadat de jongen de hoek om rende, hoorde de getuige het geluid van een ondergrondse vuilcontainer. Ter hoogte van [adres 3] treft de politie een scooter aan die onder een zeil staat. Dit betrof een Piaggio scooter zonder kentekenplaat. Ook treft de politie twee zwarte handschoenen en een zwarte jas aan in een vuilcontainer om de hoek van de Lau Mazirellaan.
Een opsporingsambtenaar die beelden van de ramkraak bekijkt, herkent de scooter op de camerabeelden als de soort scooter die hij in beslag heeft genomen aan de Lau Mazirellaan. Op de beelden zag hij ook dat een van de verdachte een jasje aan had met het cijfer zeven op de rug. De verbalisant had eenzelfde soort jasje gevonden in een ondergrondse container aan de Lau Mazirellaan.
DNA
Het in de vuilcontainer aangetroffen jasje en de handschoenen zijn bemonsterd. Dit geldt ook voor de op de plaats delict aangetroffen autosleutel van de Mitsubishi Outlander. Zowel op de handschoenen, als op het jasje en de autosleutel wordt het DNA-profiel aangetroffen van een persoon aangeduid als ‘Onbekende man A’. Toen het DNA van de verdachte in verband met een veroordeling in een andere zaak in de databank terechtkwam, bleek ‘Onbekende man A’ de verdachte te zijn.
De verdachte heeft ter terechtzitting een verklaring afgelegd omtrent het aantreffen van zijn DNA-profiel op verschillende voor het strafonderzoek relevante voorwerpen. Hij zou het jasje ooit hebben weggedaan of uitgeleend en hij zou de handschoenen gebruiken tijdens het keepen en daarna hebben achtergelaten op een veldje. Over het aantreffen van het DNA op de sleutel heeft de verdachte verklaard dat hij wel eens met andere jongens in een Mitsubishi heeft gezeten en toen de sleutel heeft aangeraakt.
De rechtbank verwerpt dit alternatieve scenario en overweegt hiertoe als volgt. Hoewel er DNA-sporen zijn aangetroffen op verplaatsbare objecten, kunnen deze sporen in onderlinge samenhang niet anders worden geduid dan dat de verdachte betrokken was bij de ramkraak. Dit geldt te meer nu de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het aantreffen van zijn DNA-profiel op al deze voorwerpen die zijn gebruikt tijdens het plegen van de ramkraak. Bovendien zijn deze voorwerpen aangetroffen op verschillende locaties, waarbij de autosleutel door de politie is aangetroffen op de plaats delict. De handschoenen en het jasje zijn aangetroffen in de vuilcontainer nabij de Lau Mazirellaan, waar door de politie is gezocht naar aanleiding van de verklaring van de getuige [getuige] op 12 mei 2021.
De rechtbank overweegt dat de combinatie van bevindingen leidt tot de conclusie dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om het onder 1 ten laste gelegde feit bewezen te verklaren.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank als volgt. Eerder stelde de rechtbank al vast dat op 12 mei 2021 een ramkraak heeft plaatsgevonden waarbij een Mitsubishi Outlander in brand werd gestoken. Op camerabeelden is te zien dat een persoon richting de auto loopt. Wanneer de persoon terug het beeld in rent, wordt een lichtflits vanuit de richting van de auto waargenomen. Op de plaats delict treft de politie een brandende auto aan. Uit de bewijsoverweging met betrekking tot feit 1 volgt dat de verdachte de persoon is die op de beelden wordt omschreven als de persoon die de auto in de brand steekt.
Anders dan door de raadsvrouw is betoogd, is de rechtbank van oordeel dat hierbij wel degelijk sprake is geweest van gevaarzetting met betrekking tot naast gelegen gebouwen, woningen en de container en dat deze gevaarzetting een direct gevolg is geweest van het in brand steken van de Mitsubishi Outlander. Uit het procesdossier volgt dat het een hybride auto betrof en dat de brandweer het vuur lang heeft moeten blussen. Daarnaast betreft de [adres 2] een drukke winkelstraat, gelegen in woongebied.
De rechtbank overweegt dat deze omstandigheden leiden tot de conclusie dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om het onder 2 ten laste gelegde feit bewezen te verklaren.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1.
hij op 12 mei 2021 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meerdere sieraden en horloges, die aan juwelier [bedrijfsnaam] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
2.
hij op 12 mei 2021 te ’s-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht aan een voertuig (Mitsubishi Outlander), door open vuur in aanraking te brengen met voornoemd voertuig (al dan niet behulp van een brandbare (vloei)stof) ten gevolge waarvan dat voertuig is gaan branden, terwijl daarvan
gemeengevaar voor naast gelegen gebouwen en woningen en
een container, te duchten was.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Indien de verdachte wel wordt veroordeeld, heeft de verdediging verzocht om een matiging van de straf. De raadsvrouw voert hiertoe aan dat de oriëntatiepunten van de rechtbank, met betrekking tot een ramkraak, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden voorschrijven en dat ramkraken per definitie gepaard gaan met schade. De schade kan daarom niet als strafverzwarend worden meegewogen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan het plegen van een ramkraak. Ramkraken als de onderhavige leveren aanzienlijke schade op aan panden en winkelinterieurs, zoals ook uit het onderhavige dossier is gebleken. Daarnaast levert het wegnemen van goederen, zoals sieraden, omvangrijke schade op voor slachtoffers. Het is voor winkeliers vrijwel onmogelijk om zich tegen deze vorm van criminaliteit te beveiligen en ook leidt deze vorm van criminaliteit tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.
Na de ramkraak is een auto in brand gestoken. Brandstichting heeft een destructief en gevaarzettend karakter waardoor het gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt binnen de lokale gemeenschap. Dit geldt temeer voor brandstichtingen aan auto’s, waarin zich brandgevaarlijke stoffen bevinden.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 19 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte op 28 januari 2022 is veroordeeld wegens het plegen van een mishandeling. Deze eerdere veroordeling, die heeft plaatsgevonden na het begaan van het in onderhavige zaak bewezenverklaarde, betekent dat de rechtbank rekening zal houden met het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen ter terechtzitting door en namens de verdachte naar voren is gebracht over zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte staat onder begeleiding van een ambulant jongerencoach en zit in een traject voor schuldhulp voor jongeren. Ook is de verdachte als vrijwilliger betrokken bij een maatschappelijke organisatie die actief is in de Schilderswijk in Den Haag. De verdachte is bezig met een opleiding tot rijinstructeur.
Strafmaat
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en de strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Als uitgangspunt voor een ramkraak wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden vermeld.
Daar komt bij dat de ramkraak gepaard ging met de bewezenverklaarde brandstichting.
De rechtbank weegt het tijdsverloop als strafmatigende factor mee, nu het een feit betreft uit 2021 en al in 2022 sprake was van een DNA-match met de verdachte. De rechtbank merkt hierbij op dat een overschrijding van de redelijke termijn niet aan de orde is, nu de verdachte pas in een later stadium op de hoogte raakte van de verdenking.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De rechtbank acht, alles overwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf passend, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 14a, 14b, 14c, 57, 63, 157, 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
ten aanzien van feit 2:
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (ACHTTIEN) MAANDEN;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
6 (ZES) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door
mr. S. Pereth, voorzitter,
mr. E.C. Kole, rechter,
mr. L.J. van den Herik, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A. Copier en S.J.H. Oosterloo, LL.M., griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2026.