De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind. Na eerdere aanhoudingen en een traumabehandeling van het kind, zijn de ouders op de zitting tot overeenstemming gekomen over een omgangsregeling waarbij het kind om de week op zaterdag of zondag van 10.00 tot 20.00 uur bij de vader is. Tevens is afgesproken dat de familie van de vader het kind zal halen en brengen.
De omgangsregeling omvat ook vier feestdagen per jaar bij de vader, waaronder Kerst en oud en nieuw, die jaarlijks wisselen, en een regeling voor de zomervakantie waarbij het kind in 2026 twee weken bij de vader verblijft en vanaf 2027 drie weken, in onderling overleg verdeeld. De rechtbank wijst het verzoek van de vader af om een dwangsom te verbinden aan de nakoming van de omgangsregeling, omdat de moeder in overleg omgang toestaat.
Daarnaast verwijst de rechtbank de ouders naar mediation om nadere afspraken te maken over de omgang, uitbreiding daarvan en eventueel een ouderschapsplan op te stellen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek voor meer of andersluidende voorzieningen is afgewezen.