ECLI:NL:RBDHA:2026:3431
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek doorhaling latere vermelding geslachtsnaam minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde op 24 december 2025 het verzoek van de officier van justitie tot doorhaling van een latere vermelding op de geboorteakte van een minderjarige, waarbij de geslachtsnaam van de moeder was gekozen. De ouders waren het niet eens met dit verzoek en wilden dat hun kind de geslachtsnaam van de moeder zou behouden.
De feiten zijn dat de minderjarige in 2018 werd geboren en dat de ouders in augustus 2024 een akte van naamskeuze lieten opstellen waarin werd gekozen voor de geslachtsnaam van de moeder. De ambtenaar van de gemeente Hillegom stelde echter dat deze keuze niet toegestaan was en verzocht de officier van justitie om de latere vermelding door te halen.
De rechtbank oordeelde dat het namenrecht dwingend is en dat de keuze voor een geslachtsnaam moet voldoen aan de wettelijke bepalingen in artikel 1:5 BW Pro. Sinds 1 januari 2024 is het mogelijk om een gecombineerde geslachtsnaam te kiezen, maar een keuze voor alleen de geslachtsnaam van de moeder is niet toegestaan als de ouders gehuwd zijn. De rechtbank gelastte daarom de doorhaling van de latere vermelding, waardoor de minderjarige weer de geslachtsnaam van de vader krijgt.
De rechtbank erkent de emotionele impact voor de ouders, maar benadrukt dat er geen uitzonderingen op het dwingende namenrecht mogelijk zijn. Tevens verzocht de rechtbank de ambtenaar van de gemeente Hillegom om samen met de ouders te onderzoeken of het nog mogelijk is om de gecombineerde geslachtsnaam te verkrijgen en om te bekijken of de kosten van een nieuw identiteitsbewijs door de gemeente kunnen worden gedragen.
Uitkomst: Verzoek tot doorhaling van de latere vermelding van de geslachtsnaam van de moeder wordt toegewezen; de minderjarige krijgt weer de geslachtsnaam van de vader.