I. [gedaagde] verbiedt werkzaamheden uit te voeren aan de hijskraan, de hijskraan te gebruiken, of deze geheel of gedeeltelijk door een andere te vervangen, zonder voorafgaande toestemming van [eisers] c.s.;
II. de erfdienstbaarheden met betrekking tot (i) het hebben en houden van de hijskraan en (ii) het gebruik van een gedeelte van de tuin van [eisers] c.s. opheft;
III. [gedaagde] beveelt onmiddellijk na betekening van dit vonnis alle vereiste medewerking te verlenen aan doorhaling van de onder II bedoelde erfdienstbaarheden in de openbare registers;
IV. [gedaagde] beveelt binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis de door of vanwege hem op het perceel van [eisers] c.s. geplaatste roerende zaken te verwijderen en verwijderd te houden en daar geen andere zaken op te slaan;
V. [gedaagde] beveelt binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis de door of vanwege hem op het overpad geplaatste roerende zaken te verwijderen en verwijderd te houden en daar geen andere zaken op te slaan;
VI. [gedaagde] verbiedt werkzaamheden uit te voeren aan de heg van [eisers] c.s., anders dan de werkzaamheden waarin artikel 5:44 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) voorziet;
VII. [gedaagde] beveelt binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis gewone straattegels te plaatsen ter plaatse van de hijskraan, ter vervanging van de door hem verwijdere straattegels;
VIII. [gedaagde] beveelt de camera aan de westelijke gevel van het bedrijfspand verwijderd te houden en aan die gevel geen nieuwe camera te plaatsen, behoudens voor zover deze (na eventuele herplaatsing) zodanig fysiek wordt afgeschermd dat aanstonds duidelijk is dat deze niet in staat is beeld- en geluidsopnamen te maken van het perceel van [eisers] c.s.;
IX. [gedaagde] beveelt binnen 72 uur na betekening van dit vonnis de beeld- en geluidsopnamen die middels de onder VIII bedoelde camera zijn vervaardigd, blijvend te vernietigen, zonder zelf of door tussenkomst van anderen kopieën te behouden, en binnen 48 uur na deze vernietiging daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de advocaat van [eisers] c.s.;
X. te bepalen dat indien [gedaagde] handelt in strijd met het gevorderde onder I en III tot en met IX, hij een dwangsom verbeurt aan [eisers] c.s. ter hoogte van € 500 per dag, met een maximum van € 50.000, voor elk van de gevorderde bevelen en verboden afzonderlijk;
XI. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eisers] c.s. van de door hem gemaakte buitengerechtelijke kosten van € 925, vermeerderd met de wettelijke rente;
XII. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure.