ECLI:NL:RBDHA:2026:3476
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Behoud eenhoofdig gezag moeder wegens conflicten en verschillende levensovertuigingen
De vader verzocht de rechtbank om samen met de moeder het gezag over hun minderjarige kind te verkrijgen. De moeder was het hier niet mee eens en voerde verweer. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:253c lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij het uitgangspunt is dat gezamenlijk gezag in het belang van het kind is, tenzij er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders.
De rechtbank concludeerde dat het in het belang van het kind noodzakelijk is het verzoek af te wijzen. Dit vanwege het gebrek aan vertrouwen in het vermogen van de ouders om samen goede gezagsbeslissingen te nemen, gebaseerd op de negatieve ervaringen uit hun relatie en de verschillende levensovertuigingen die leiden tot conflicten.
De moeder heeft spanningsklachten en hulp gezocht vanwege de relatie met de vader, die gekenmerkt werd door controlerend gedrag en mogelijk huiselijk geweld. De vader heeft zich bekeerd tot het Hare Krishna-geloof, wat tot conflicten leidt over de opvoeding en leefregels van het kind. De rechtbank achtte het onwaarschijnlijk dat de ouders binnen afzienbare tijd tot een goede samenwerking zullen komen.
Daarom blijft het eenhoofdig gezag bij de moeder, wat volgens de rechtbank het beste is voor het welzijn van het kind. De beschikking is uitgesproken op 22 januari 2026 door kinderrechter C. van Hees.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen wordt afgewezen en het eenhoofdig gezag blijft bij de moeder.