ECLI:NL:RBDHA:2026:35

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502713:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) wegens onvoldoende aannemelijkheid van nakoming verplichtingen

In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 5 januari 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van [verzoeker] om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om eerder toegelaten te worden tot de WSNP. Tijdens de zitting op 29 december 2025 is het verzoek behandeld, waarbij [verzoeker] en zijn beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.

De rechtbank heeft vastgesteld dat [verzoeker] niet voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de WSNP. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de verplichtingen van de WSNP zal kunnen nakomen. De rechtbank heeft hierbij gekeken naar de medische rapporten die aangeven dat [verzoeker] arbeidsgeschikt is, maar ook naar het feit dat hij in het verleden niet heeft gewerkt en zijn sollicitaties niet aansluiten bij zijn opleiding en ervaring. De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat zij het moeilijk vindt om [verzoeker] op het juiste spoor te krijgen en dat er een gebrek aan communicatie is.

Uiteindelijk heeft de rechtbank geconcludeerd dat [verzoeker] niet in staat is om de verplichtingen van de WSNP na te komen en heeft het verzoek afgewezen. De beslissing is openbaar uitgesproken door mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met mr. M.Y.P.M. Zeeman, griffier. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummer: NL:TZ:2502713:R-RK
uitspraakdatum: 5 januari 2026
[verzoeker],
wonende te Leiden,
verzoeker.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP, waarbij is verzocht om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering eerder in te laten gaan.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 29 december 2025. Op de zitting verschenen:
 [verzoeker] ,
 [naam] , beschermingsbewindvoerder.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Die voorwaarden zijn dat aannemelijk moet zijn dat [verzoeker] in een problematische schuldensituatie verkeert, dat hij in de afgelopen drie jaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden, alsmede dat aannemelijk is dat [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP zal nakomen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP naar behoren zal (kunnen) nakomen. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.
2.3.
[verzoeker] heeft een medisch rapport van Salude van 27 mei 2025 overgelegd waaruit volgt dat hij volledig arbeidsgeschikt wordt geacht. [verzoeker] is akkoord gegaan met de strekking van dat rapport, maar heeft vervolgens op eigen initiatief een herkeuring aangevraagd. Ook uit de herkeuring van 30 november 2025, waarvan een afschrift ter zitting is overgelegd, blijkt dat [verzoeker] in staat is om – met inachtneming van zijn beperkingen – te werken. Ondanks de overgelegde medische rapporten heeft [verzoeker] ten tijde van het minnelijk traject niet gewerkt, omdat hij – naar eigen zeggen – eerst omgeschoold zou moeten worden, voordat hij aan het werk kan gaan. Wel heeft hij in die periode enkele sollicitaties verricht, maar deze sollicitaties zien op functies waarvan niet is gebleken dat deze aansluiten op de opleiding en ervaring van [verzoeker] . Het is daarom onvoldoende aannemelijk geworden dat [verzoeker] daadwerkelijk op correcte wijze invulling zal (kunnen) geven aan de inspanningsplicht die in de WSNP geldt.
2.4.
Daar komt bij dat de beschermingsbewindvoerder van [verzoeker] op de zitting heeft verklaard het gevoel te hebben al anderhalf á twee jaar “aan een dood paard te trekken”. Het lukt haar niet om [verzoeker] op het juiste spoor te krijgen en heeft een hard hoofd in toelating tot de WSNP. Hoewel zij hier regelmatig om vraagt, ontvangt de beschermingsbewindvoerder geen of onvoldoende informatie van [verzoeker] , bijvoorbeeld over de herkeuring die [verzoeker] heeft aangevraagd zonder zijn beschermingsbewindvoerder of schuldhulpverlener daarover te informeren of over de gegevens van de schuldeiser die in het minnelijk traject weigerde in te stemmen. Als zij wel reacties krijgt, zijn dat, aldus de beschermingsbewindvoerder, soms onaardige berichten met de strekking dat zij alles voor [verzoeker] zou moeten doen. Daarmee legt [verzoeker] de verantwoordelijkheid voor de situatie buiten zichzelf. [verzoeker] heeft op de zitting gereageerd dat het de gemeente is die steken in de communicatie heeft laten vallen en de beschermingsbewindvoerder namens hem had moeten informeren. Daarmee gaat hij er aan voorbij dat hij zelf verantwoordelijk is voor de nakoming van verplichtingen. [verzoeker] lijkt bovendien zijn eigen weg te bewandelen en zich daarbij niet te willen of te kunnen aanpassen aan hetgeen in het beschermingsbewind van hem wordt verlangd. Niet aannemelijk is gemaakt dat dat in de WSNP anders zal (kunnen) zijn.
2.5.
Nu onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP naar behoren zal (kunnen) nakomen, zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [verzoeker] af.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met mr. M.Y.P.M. Zeeman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.