ECLI:NL:RBDHA:2026:3509

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/692477 / FA RK 25-7444
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 PaspoortwetArt. 34 PaspoortwetArt. 1 Wet op de jeugdzorgArt. 1.1 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming vervangende aanvraag reisdocument minderjarige onder toezicht

De Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een reisdocument voor een minderjarige die onder toezicht is gesteld. De minderjarige is erkend door de vader en staat onder gezamenlijk gezag van beide ouders. De rechtbank nam kennis van het verzoek en behandelde de zaak op 19 december 2025.

De minderjarige verblijft momenteel bij de grootmoeder aan vaderszijde en is onder toezicht gesteld sinds oktober 2024, met verlengingen van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. De ouders hebben beiden ingestemd met het verzoek om vervangende toestemming.

Op grond van artikel 36 Paspoortwet Pro kan de rechter vervangende toestemming verlenen indien een ouder weigert toestemming te geven voor het verkrijgen van een reisdocument. Gezien het belang van de minderjarige en de instemming van de ouders, verleent de rechtbank de gevraagde toestemming aan de gecertificeerde instelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 23 januari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor de aanvraag van een reisdocument ten behoeve van de minderjarige onder toezicht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7444
Zaaknummer: C/09/692477
Datum beschikking: 23 januari 2026

Vervangende toestemming aanvraag reisdocument (artikel 36 Paspoortwet Pro)

Beschikking op het op 1 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna: Jeugdbescherming west,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2022,
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: D.G.M. van den Hoogen,

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
Op 19 december 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • namens de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [naam] ;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder.

Verzoek en verweer

De gecertificeerde instelling verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, zoals bedoeld in artikel 36, tweede lid, Paspoortwet, voor het verkrijgen van een reisdocument ten behoeve van de na te melden minderjarige.
De vader en de moeder hebben ingestemd met het verzoek.

Feiten

  • [minderjarige] is erkend door de vader.
  • De vader en de moeder hebben gezamenlijk het gezag over [minderjarige] .
  • Bij beschikking van 10 oktober 2024 van deze rechtbank is voornoemde minderjarige onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling.
  • Bij beschikking van 24 maart 2025 van deze rechtbank is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend.
  • Bij beschikking van 16 september 2025 van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling laatstelijk verlengd van 10 oktober 2025 tot 10 oktober 2026 en is de machtiging tot uithuisplaatsing laatstelijk verlengd van 22 september 2025 tot 22 maart 2026.
  • De minderjarige verblijft thans bij oma vaderszijde.

Beoordeling

Ingevolge artikel 36, eerste lid, Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd. Blijkens het tweede lid van eerstgenoemd artikel kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een stichting dan wel een gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, thans analoog art. 1.1 Jeugdwet. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechtbank zal, nu een identiteitsbewijs in het belang van [minderjarige] is en de ouders met het verzoek hebben ingestemd, de door de gecertificeerde instelling verzochte vervangende toestemming op grond van artikel 36, tweede lid, Paspoortwet verlenen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent toestemming aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, welke toestemming die van de moeder vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022, te [geboorteplaats];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2026.