Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3511

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/652698 / FA RK 23-6099
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ontzegging omgang en geen vaststelling omgangsregeling tussen vader en kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder tot ontzegging van de omgang tussen de vader en de kinderen. Eerder was de beslissing aangehouden in afwachting van de resultaten van omgangsbegeleiding en behandeling van de vader.

Partijen hebben sinds juni 2024 geprobeerd afspraken te maken over omgang met hulpverlening, maar dit leidde niet tot overeenstemming. Na een incident in december 2025 gaf de jeugdbescherming aan eerst met de vader te willen spreken voordat begeleide omgang hervat kan worden. De moeder verzocht om schriftelijke afdoening om duidelijkheid te scheppen, terwijl de vader afzag van verdere hulpverlening en ook schriftelijke afdoening verzocht.

De rechtbank oordeelt dat onbegeleide omgang niet mogelijk is en ontzegging te vergaand zou zijn. Daarom wijst zij het verzoek tot ontzegging af, maar stelt ook geen omgangsregeling vast. Hiermee blijft de situatie zonder omgangsregeling tussen vader en kinderen.

Uitkomst: Verzoek tot ontzegging omgang wordt afgewezen, maar er wordt ook geen omgangsregeling vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-6099
Zaaknummer: C/09/652698
Datum beschikking: 23 januari 2026

Ontzegging omgang

Beschikking op het op 11 augustus 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I. Aardoom-Fuchs te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Tetteroo te Rotterdam.

Procedure

Bij beschikking van 5 juni 2024 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de omgangsregeling aangehouden in afwachting van de resultaten van de omgangsbegeleiding tussen de man en de kinderen bij [instantie] en de voortgang van de behandeling van de man bij [zorginstantie].
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
- het tussenbericht van [instantie] van 28 oktober 2024;
- het bericht van 1 november 2024 van de zijde van de moeder;
- het bericht van 4 november 2024 van de zijde van de vader;
- het bericht van 13 februari 2025 van de zijde van de vader;
- het bericht van 30 april 2025 van de zijde van de vader;
- het bericht van 13 mei 2025 van de zijde van de vader;
- het bericht van 29 juli 2025 van de zijde van de moeder;
- het bericht van 29 oktober 2025 van de zijde van de moeder;
- het bericht van 3 december 2025 van de zijde van de moeder;
- het bericht van 5 december 2025 van de zijde van de vader.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Omgang
Sinds de beschikking van 6 juni 2024 hebben partijen geprobeerd met elkaar en met de hulpverlening om afspraken te maken over de omgang tussen de vader en de kinderen. Dit heeft helaas niet tot afspraken geleid. Blijkens het bericht van 3 december 2025 van de moeder heeft er een incident plaatsgevonden waarna de jeugdbescherming heeft aangegeven eerst met de vader in gesprek te willen voor de begeleide omgang weer op te starten. De moeder verzoekt de zaak schriftelijk af te doen en de kinderen duidelijkheid te geven met betrekking tot de omgang met de vader. De vader heeft in zijn bericht van 5 december 2025 laten weten af te zien van het hulpverleningstraject voor de begeleide omgang met de kinderen en verzoekt ook om de zaak schriftelijk af te doen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank geen omgangsregeling tussen de vader en de kinderen bepalen. De vader wil niet meer meewerken aan het traject van begeleide omgang en vaststaat dat, gelet op de huidige situatie, onbegeleide omgang met de kinderen niet mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat het ontzeggen van de omgang te vergaand is, zodat zij formeel gezien het verzoek van de moeder zal afwijzen, maar ook geen omgangsregeling zal vaststellen.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2026.