De Raad voor de Kinderbescherming heeft bij beschikking van 30 juli 2025 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een jeugdhulpaccommodatie tot 30 januari 2026. De Raad verzoekt verlenging van deze machtiging voor de resterende zes maanden tot 30 juli 2026, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De minderjarige verblijft sinds 20 december 2025 in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, waar zij positieve gedragsontwikkelingen vertoont. Zij volgt Dialectische gedragstherapie (DGT) en toont verbeteringen in emotiebeheersing en communicatie met ouders en behandelaars. De ouders en de gecertificeerde instelling steunen het verzoek tot verlenging.
De kinderrechter overweegt dat ondanks eerdere tegenslagen de minderjarige zich positief ontwikkelt en dat de voortzetting van de uithuisplaatsing noodzakelijk is voor haar verzorging en opvoeding. De beschikking wordt dan ook toegewezen en direct uitvoerbaar verklaard. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.