ECLI:NL:RBDHA:2026:3521

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/678217 / FA RK 25-98
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens verstoorde communicatie en belangen kinderen

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over de drie minderjarige kinderen te beëindigen en het gezag eenhoofdig aan haar toe te wijzen. De vader verzet zich niet tegen dit verzoek. De ouders zijn sinds 2020 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. Sinds de zomer van 2022 heeft de vader geen contact meer met de kinderen en is er geen communicatie tussen de ouders, wat de gezamenlijke uitoefening van het gezag bemoeilijkt.

De rechtbank heeft de mening van de kinderen ingewonnen, die het verzoek van de moeder ondersteunen. De moeder geeft aan dat het ontbreken van toestemming van de vader de hulpverlening aan de kinderen vertraagt, wat nadelig is voor hun welzijn. Tevens is er sprake van een incident in juni 2024 waarbij de vader de moeder mishandelde en bedreigde.

De rechtbank concludeert dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder het gezag alleen uitoefent. De vader erkent zijn afwezigheid en vertrouwt erop dat de moeder de gezagsbeslissingen adequaat kan nemen. De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en kent haar het eenhoofdig gezag toe over de drie minderjarige kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-98
Zaaknummer: C/09/678217
Datum beschikking: 23 januari 2026

Gezag

Beschikking op het op 6 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E. Sondorp in Gouda , voorheen mr. N.M. van Leeuwen in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M. Buijs-van Bemmel in Krimpen aan den IJssel.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
  • de brief van 24 januari 2025 namens de moeder;
  • de brief van 31 januari 2025, met bijlage, namens de moeder;
  • de brief van 5 december 2025, met bijlagen, namens de moeder;
  • het verweerschrift namens de vader;
  • het bericht van 12 december 2025 namens de moeder.
Aangezien de vader in zijn verweerschrift heeft aangegeven zich niet te verweren tegen het verzoek van de moeder en gelet op de inhoud van de standpunten van partijen heeft de geplande zitting op 19 december 2025 geen doorgang gevonden.
De minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hun mening over het verzoek gegeven in een gesprek met de kinderrechter.

Feiten

  • De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2009 tot [datum 2] 2020.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 2] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 2] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van 31 december 2019 van de rechtbank Limburg is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte convenant en ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt te bepalen dat het gezag over de kinderen voortaan alleen aan haar toekomt, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader verweert zich niet tegen het verzoek en vraagt de rechtbank het verzoek van de moeder toe te wijzen.

Beoordeling

Wettelijk kader
Aangezien beëindiging van het gezamenlijk gezag niet ter vrije bepaling van de ouders staat, zal de rechtbank beoordelen of eenhoofdig gezag door de moeder in dit geval in het belang van de kinderen is.
Het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat is ontstaan tijdens hun huwelijk beëindigen, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Standpunten ouders
De moeder stelt dat de vader sinds de zomervakantie van 2022 geen contact meer heeft met de kinderen. De ouders hebben onderling ook geen contact met elkaar. Voor de kinderen is het nodig dat verdere hulpverlening wordt aangevraagd, waarvoor de vader toestemming moet verlenen. Het verkrijgen van die toestemming verloopt nu via derden. De hulpverlening voor de kinderen blijft hierdoor uit of komt vertraagd op gang, wat voor de moeder veel spanning en stress oplevert. Daarbij komt dat de moeder op 14 juni 2024 door de vader is mishandeld en bedreigd, waarvoor hij strafrechtelijk is vervolgd. De moeder is niet langer meer in staat om het ouderlijk gezag samen met de vader uit te oefenen.
De vader bevestigt dat hij de kinderen sinds 2022 niet meer heeft gezien. De relatie tussen de ouders is steeds meer verstoord geraakt, wat ook heeft geleid tot het incident in juni 2024. De vader zou het liefst wel contact met de kinderen hebben, maar hij heeft het sterke vermoeden dat er in de ontstane situatie geen verandering zal komen. Hij wil niet dat de kinderen last hebben van de verstoorde verhouding tussen de ouders. Op dit moment heeft de vader geen idee hoe het met de kinderen gaat. De vader heeft er vertrouwen in dat de moeder de gezagsbeslissingen die voor de kinderen nodig zijn alleen kan nemen. Hij wil daarin geen storende factor zijn.
Inhoudelijke beoordeling
Gebleken is dat er al sinds de zomer van 2022 geen contact meer is tussen de vader en de kinderen, waardoor de rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk is. De vader heeft sinds de zomer van 2022 geen contact met de kinderen en is sindsdien ook niet betrokken bij de verzorging en opvoeding van de kinderen. Voor het daadwerkelijk gezamenlijk uitoefenen van het gezag is het op zijn minst nodig dat de ouders met elkaar en in het belang van hun kinderen kunnen communiceren. Duidelijk is dat er geen communicatie tussen de ouders is en dat het de moeder veel tijd en inspanning kost om toestemming van de vader te verkrijgen om hulpverlening voor de kinderen in te schakelen. Dit leidt er bovendien toe dat hulpverlening voor de kinderen niet voortvarend van de grond komt, hetgeen zeer onwenselijk is. Deze situatie duurt nu al zo lang dat het niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verbetering in zal komen. Daarnaast hebben de kinderen in hun gesprek met de kinderrechter aangegeven dat zij achter het verzoek van de moeder staan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaan op dit moment niet naar school en alle drie de kinderen hebben EMDR-therapie gehad. De kinderen vinden het fijn als er geen toestemming meer nodig is van de vader voor hulpverlening of voor vakanties. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat de moeder alleen gezagsbeslissingen over de kinderen kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1986 in [geboorteplaats 3] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 2] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 2] ,
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.