De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over de drie minderjarige kinderen te beëindigen en het gezag eenhoofdig aan haar toe te wijzen. De vader verzet zich niet tegen dit verzoek. De ouders zijn sinds 2020 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. Sinds de zomer van 2022 heeft de vader geen contact meer met de kinderen en is er geen communicatie tussen de ouders, wat de gezamenlijke uitoefening van het gezag bemoeilijkt.
De rechtbank heeft de mening van de kinderen ingewonnen, die het verzoek van de moeder ondersteunen. De moeder geeft aan dat het ontbreken van toestemming van de vader de hulpverlening aan de kinderen vertraagt, wat nadelig is voor hun welzijn. Tevens is er sprake van een incident in juni 2024 waarbij de vader de moeder mishandelde en bedreigde.
De rechtbank concludeert dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder het gezag alleen uitoefent. De vader erkent zijn afwezigheid en vertrouwt erop dat de moeder de gezagsbeslissingen adequaat kan nemen. De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.