In deze zaak verzocht de vrouw om voorlopige voorzieningen in het kader van haar echtscheiding, waaronder het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toewijzing van het minderjarige kind aan haar, en vaststelling van partner- en kinderalimentatie. De man voerde verweer tegen enkele verzoeken en stelde ook eigen verzoeken.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek tot voorlopige toewijzing van het kind aan de vrouw gegrond was en wees dit toe. De zorgregeling werd beperkt vastgesteld vanwege de autistische kenmerken van het kind en lopend onderzoek door Veilig Thuis, waarbij de man het kind om de twee weken op zaterdagmiddag mag zien.
Het uitsluitend gebruik van de woning werd toegewezen aan de vrouw, met het bevel aan de man om de woning te verlaten. Een gebruiksvergoeding werd afgewezen omdat deze niet in de wet is voorzien. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €743 per maand en de partneralimentatie op €221 per maand, met ingangsdata respectievelijk 1 september 2025 en 26 november 2025. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.