ECLI:NL:RBDHA:2026:3533

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/695735 / FA RK 25-9234
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 822 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening exclusief gebruik woning en zorgregeling kinderen bij echtscheiding

Partijen zijn gehuwd sinds 2021 en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzocht om het exclusieve gebruik van de echtelijke woning en de toewijzing van de kinderen aan haar, met opschorting van het contact tussen de man en de kinderen totdat begeleide omgang kan plaatsvinden. Tevens verzocht zij om een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de omgangsmogelijkheden.

De man voerde verweer en verzocht om een zorgregeling waarbij de kinderen bij hem verblijven in het huis van zijn ouders. De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen niet tegen toewijzing aan de vrouw sprak en kende haar het exclusieve gebruik van de woning toe. Gezien de psychiatrische problematiek van de man en een verontrustend voorval tijdens contact, stelde de rechtbank een voorlopige zorgregeling vast waarbij omgang onder professionele begeleiding plaatsvindt.

Partijen spraken overeen dat de man de hypotheeklasten en VvE-kosten betaalt, evenals de gas/water/lichtkosten die de vrouw aan hem vergoedt. De man zal kinderalimentatie betalen van €152 per kind per maand. De rechtbank verzocht de ouders en hulpverleningsinstanties om het traject omgangsbegeleiding te volgen en hierover te rapporteren in de bodemprocedure. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vrouw krijgt het exclusieve gebruik van de woning en de kinderen toegewezen, met een voorlopige zorgregeling waarbij omgang onder professionele begeleiding plaatsvindt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9234
Zaaknummer: C/09/695735
Datum beschikking: 23 januari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 8 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Ekholm te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek;
  • het F9-bericht van de vrouw van 5 januari 2026, met bijlagen;
  • de brief van de man van 7 januari 2026, met bijlagen;
  • het F9-bericht van de man van 9 januari 2026, met bijlage;
Op 9 januari 2026 van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Na de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de e-mail van de Raad van 16 januari 2026 ontvangen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] , aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- het contact tussen de man en de kinderen voorlopig zal worden opgeschort, totdat er begeleide omgang bij [instantie] of een soortgelijke instantie kan plaatsvinden;
- de Raad een onderzoek zal doen naar de (on)mogelijkheden van omgang tussen de man en de kinderen;
-
primair:de man, zolang de echtscheidingsprocedure aanhangig is, volledig zorg zal dragen voor de betaling van de maandelijkse hypotheeklasten van € 886,- voor de echtelijke woning van partijen, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift;
-
subsidiair:de man voorlopig een bedrag van € 192,- per maand aan de vrouw dient te betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift;
- indien de man de volledige maandelijkse hypotheeklast van € 886,- per maand betaalt, als bijdrage in de kosten voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een bedrag van € 630,- per maand zal voldoen, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans een bedrag van € 952,- per maand voor de kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] indien de man de volledige hypotheeklast niet blijft doorbetalen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verzochte zorgregeling en kinderalimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De man heeft daarnaast zelfstandig verzocht om te bepalen dat de kinderen bij de man zijn, in het huis van de ouders van de man en in hun aanwezigheid: iedere week van vrijdag uit school en/of de kinderopvang tot 18.30 uur en op zaterdag en zondag van 09.00 uur tot 18.30 uur.
De vrouw heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2021 te [plaats] .
  • Uit het huwelijk zijn de volgende, nog minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 2] ;
- Partijen zijn van rechtswege gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing kinderen
De vrouw heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen en de kinderen aan haar toe te vertrouwen, zodat zij met hen in de woning kunnen verblijven. De man heeft zich ten aanzien van deze verzoeken gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Nu ook niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich verzet tegen toevertrouwing aan de vrouw, zal de rechtbank deze verzoeken toewijzen. Het verzoek om te bepalen dat het uitsluitend gebruik van de woning ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De vrouw heeft verzocht om het contact tussen de man en de kinderen voorlopig op te schorten. Zij heeft grote zorgen heeft over de veiligheid van de kinderen bij de man vanwege zijn psychiatrische problematiek. De spanningen tussen hen zijn hierdoor opgelopen en het maken van veiligheidsafspraken heeft daarbij geen oplossing geboden. Er heeft eenmalig een contactmoment plaatsgevonden bij de ouders van de man thuis, maar de vrouw heeft geen vertrouwen in de begeleiding door de ouders van het contact. De man is het hiermee niet eens. Hoewel hij erkent dat hij een psychose heeft gehad, slikt hij nu antipsychotica, antidepressiva en rustgevende medicatie en is hij stabiel. Hij ontkent bedreigingen te hebben geuit of zich suïcide te hebben willen plegen zoals de vrouw stelt. De man ziet geen reden waarom de kinderen bij hem in het bijzin van zijn ouders niet veilig zouden zijn.
De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat kinderen onbelast contact met beide ouders moeten hebben. Hoewel de rechtbank in dit geval geen aanleiding ziet om van dit uitgangspunt af te wijken – zoals door de vrouw verzocht – deelt zij wel de zorgen over de gestelde psychische kwetsbaarheid van de man. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is gebleken dat tijdens het verblijf van de kinderen bij de man, in ieder geval een verontrustend voorval is geweest. De man stelt toen – bij wijze van een schreeuw om hulp – een afscheidsbrief te hebben geschreven en twee paracetamol en twee ibuprofen ingenomen te hebben. Vervolgens heeft hij zijn moeder en de huisartsenpost gebeld. Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat het contact, gelet op voornoemde zorgen, voor nu onder begeleiding van een professionele organisatie moet plaatsvinden. Dat geldt temeer nu ook nog onvoldoende onduidelijkheid bestaat over de diagnostiek en behandeling van de man, zoals ook door de Raad is benoemd.
In het kader van het plaatsvinden van begeleide omgang, hebben partijen op de zitting desgevraagd de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan een traject omgangsbegeleiding. De rechtbank zal hen in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.
De rechtbank zal daarnaast de Raad verzoeken om een onderzoek te verrichten naar het contact tussen de man en de kinderen, zoals ook is verzocht door de vrouw. De man heeft ook ingestemd met het raadsonderzoek. Het onderzoek dient te zien op de vraag welke belemmeringen er spelen bij het vaststellen van een zorgregeling tussen de man en de kinderen, in het bijzonder gelet op de psychiatrische kwetsbaarheid van de man, welke zorgregeling het meest passend is en welke hulpverlening er eventueel nodig is.
Zowel ten aanzien van het traject omgangsbegeleiding als het raadsonderzoek zal gerapporteerd worden in de bodemprocedure van de echtscheiding, met kenmerk C/09/696329 / FA RK 25-9584.
In het kader van de voorlopige zorgregeling is op de zitting tot slot gesproken over het contact in de directe toekomst, gelet op de wachtlijsten die bestaan in de hulpverlening en ook bij omgangsbegeleiding. Hoewel de man heeft aangevoerd dat zijn ouders de omgang kunnen begeleiden, acht de rechtbank dit met het oog op de mogelijke psychische problematiek van de man en de weerstand van de vrouw op dit moment niet in het belang van de kinderen dat het contact zonder begeleiding van een professional plaatsvindt. Naar aanleiding van de zitting is door de Raad op verzoek van de rechtbank contact opgenomen met mevrouw [naam 2] , jeugdconsulent van [instantie] . Uit de e-mail van de Raad volgt dat mevrouw [naam 2] bereid is om, in afwachting van een traject omgangsbegeleiding, alvast een contactherstelmoment te laten plaatsvinden. Indien dit eerste moment goed verloopt, kan er een tweede moment worden gepland en zo verder. Daarbij geldt dat één keer in de twee weken het hoogst haalbare is voor mevrouw [naam 2] en enkel onder de volgende voorwaarden:
  • de man staat open voor het aanbod tot begeleiding door mevrouw [naam 2] ;
  • er vindt een gesprek plaats met de man in het bijzijn van de jeugdconsulente van
de gemeente;
  • vooraf wordt ook een gesprek gevoerd over de voorwaarden voor de omgang;
  • het contactmoment vindt plaats op een neutrale locatie;
  • de overdracht verloopt zorgvuldig, waarbij de ouders elkaar in ieder geval niet
tegenkomen;
- achteraf vindt steeds een evaluatiegesprek plaats van het contactmoment.
Hoewel er naar het oordeel van de rechtbank meer contact zou moeten zijn tussen de man en de kinderen ziet de rechtbank op dit moment geen andere mogelijkheid hiertoe. Zij zal daarom de hiervoor beschreven zorgregeling, waarbij de begeleiding plaatsvindt door mevrouw [naam 2] totdat partijen met een traject kunnen starten, vaststellen. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat beide partijen zich zullen inspannen om dit contact in samenspraak met mevrouw [naam 2] te laten slagen.
Hypotheeklasten en kosten van de kinderen
Partijen hebben overeenstemming bereikt over de verdeling van verscheidene kosten gedurende de echtscheidingsprocedure. Zij zijn daarbij overeengekomen dat de man de hypotheeklasten van de woning van € 886,- per maand en de kosten van de VvE van € 112,- per maand op zich zal nemen. De man zal ook de kosten voor gas/water/licht voldoen aan de leveranciers, maar de vrouw zal dit vervolgens aan de man betalen. Dit betreft een bedrag van € 258,- per maand.
Partijen hebben daarnaast afgesproken dat de man, conform de door hem overgelegde berekening, aan de vrouw een voorlopige bijdrage aan kinderalimentatie zal voldoen van € 152,- per kind per maand, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift. De rechtbank zal dit bedrag vastleggen, nu het naar haar oordeel (vooralsnog) voldoet aan de wettelijke maatstaven.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen ook nog een afspraak gemaakt over het gebruik van de auto. De vrouw zal de auto voorlopig gebruiken en de kosten voor haar rekening nemen. De rechtbank overweegt dat deze afspraak zich niet leent voor opname in het dictum, gelet op de limitatieve opsomming van de te treffen voorlopige voorzieningen in artikel 822 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit laat uiteraard onverlet dat partijen deze afspraak na moeten komen. Ook hebben partijen kort gesproken over de defecte tv. Daarbij hebben zij de intentie uitgesproken om na te gaan of de inboedelverzekering dekking biedt.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 2] ;
aan de vrouw worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats], aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
stelt een
voorlopigezorgregeling vast tussen de man en de kinderen, waarbij de kinderen tot aan het moment waarop het traject omgangsbegeleiding start, contact hebben met de man onder begeleiding van mevrouw [naam 2] , jeugdconsulente van [instantie] , op de wijze en onder de voorwaarden, zoals in het lichaam van deze beschikking beschreven;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de man] (de vader),
wonende te [plaats] ,
en
[de vrouw] ,
(de moeder)
wonende te [plaats] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;
bepaalt dat de ouders de rechtbank in de bodemprocedure met kenmerk C/09/696329 / FA RK 25-9584 informeren over het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank in de bodemprocedure met kenmerk C/09/696329 / FA RK 25-9584 (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in de bodemprocedure met kenmerk C/09/696329 / FA RK 25-9584;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift (8 december 2025) een
voorlopigekinderalimentatie ten behoeve van de kinderen(bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt) van € 152,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;
*
stelt vast dat partijen ten aanzien van de woon- en gebruikerslasten van de echtelijke woning zijn overeengekomen dat:
- de man de hypotheeklasten (€ 886,- per maand) en de kosten van de VvE (€ 112,-
per maand) zal voldoen;
- de man aan de leverancier(s) de maandelijkse lasten voor gas/water/licht van € 258,- per maand zal voldoen, waarna de vrouw dit bedrag betaalt aan de man;
*
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.