Eisers vroegen op 26 mei 2023 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een warmtepomp met geluiddempende omkasting op hun woning. Het college verleende de vergunning op 16 augustus 2023, maar verklaarde later het bezwaar van derde-partijen gegrond en herzag het besluit. Eisers gingen hiertegen in beroep.
De rechtbank oordeelt dat het college een onvolledige beslissing op bezwaar heeft genomen en het besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:11 van de Awb. Het college had nader onderzoek moeten verrichten en aanvullende informatie moeten opvragen.
Na overleg en aanvullende berekeningen concludeert de rechtbank dat de warmtepomp voldoet aan de geluidsnorm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, verklaart het bezwaar van derde-partijen ongegrond en treedt deze uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit. Het college moet het griffierecht aan eisers vergoeden.