ECLI:NL:RBDHA:2026:3581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije afgewezen
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 18 september 2025 is opgelegd. Hij betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije, mede omdat zijn vingerafdrukken niet zouden zijn toegevoegd aan de aanvraag van een laissez-passer (LP), en dat de overheid onvoldoende voortvarend handelt.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring tot 9 januari 2026 reeds rechtmatig was getoetst in eerdere uitspraken. De beoordeling richt zich daarom op de rechtmatigheid vanaf die datum. Uit het dossier blijkt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, aangezien de Algerijnse autoriteiten in 2025 114 LP’s hebben verstrekt, waarvan 85 tot daadwerkelijke uitzetting hebben geleid. De vingerafdrukken van eiser zijn volgens het verweerschrift wel toegevoegd aan de LP-aanvraag en er is geen aanwijzing dat de Algerijnse autoriteiten de LP zullen weigeren.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelt, met meerdere vertrekgesprekken en regelmatige rappellering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.