ECLI:NL:RBDHA:2026:3639

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
C/09/699014 / KG RK 26- 230
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens zakelijke kennissenkring

In deze zaak heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag op 11 februari 2026 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. De rechter die belast was met de hoofdzaak diende het verzoek in omdat een procespartij deel uitmaakt van zijn zakelijke kennissenkring.

De kamer overwoog dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals een zakelijke relatie met een partij aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor vooringenomenheid. Ook de uiterlijke schijn van partijdigheid speelt hierbij een rol.

Gezien de aangevoerde omstandigheden achtte de kamer het verzoek terecht en wees het toe om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak zal daarom worden voortgezet door een andere rechter, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek.

Een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de betrokken partijen en de rechter zelf.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2026/01
Zaak-/rekestnummer: C/09/699014 / KG RK 26- 230
Beslissing van 11 februari 2026
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. J. Kramer,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 09-326867-23 van:
[verdachte] ,
wonende te [woonplaats] ,
verdachte,
bijgestaan door mr. C.W. Noorduyn, advocaat te ‘s-Gravenhage.
Evt: Als belanghebbende is aangemerkt: mr. S. Sleewijk Visser Officier van Justitie

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter.
1.2.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:
☒ een procespartij maakt onderdeel uit van de zakelijke kennissenkring van de rechter

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 11 februari 2026 door mrs. S.M Krans,
A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier.