ECLI:NL:RBDHA:2026:3640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie legde op 9 februari 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank behandelde het beroep op 17 februari 2026. Eiser voerde aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, omdat hij beschikte over € 1.800,- en een ID-kaart waarmee hij zelfstandig naar Georgië kon terugkeren. De rechtbank oordeelde dat eiser ten tijde van het opleggen van de maatregel niet over de benodigde reisdocumenten beschikte en dat het risico op onttrekking aan toezicht voldoende was gemotiveerd door de minister.
Daarnaast bevestigde eiser tijdens het vertrekgesprek dat hij nog zaken met de Georgische autoriteiten moest regelen, wat tijd kost. De rechtbank vond geen grond voor onrechtmatigheid van de maatregel en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.