ECLI:NL:RBDHA:2026:3656

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
NL26.7983
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring ondanks vrijwillig vertrek met IOM

Eiser, een Algerijnse nationaliteithebbende vreemdeling, is sinds 29 oktober 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 9 december 2025 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.

Eiser stelt dat hij sinds 5 december 2025 meewerkt aan zijn uitzetting en dat hij op 24 februari 2026 vrijwillig met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) naar Algerije zal vertrekken. Ondanks dit vrijwillige vertrek acht de rechtbank het onttrekkingsrisico nog steeds aanwezig en is de maatregel van bewaring daarom niet onrechtmatig.

De rechtbank concludeert dat de grondslag voor de maatregel onveranderd blijft en dat het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7983

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.M. van Daalhuizen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 29 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank op 12 februari 2026 in kennis gesteld van het voortduren van de maatregel van bewaring. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 19 februari 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2000 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 9 december 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 8 december 2025, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 8 december 2025.
4. Eiser voert aan dat hij op 5 december 2025 heeft verklaard mee te werken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit en dat hij op die datum zijn werkelijke personalia heeft doorgegeven aan verweerder. Op 11 februari 2026 is een laissez-passer afgegeven door de Algerijnse autoriteiten aan IOM [3] en op 24 februari 2026 zal eiser met behulp van IOM vertrekken naar Algerije. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting. Nu eiser vrijwillig zal terugkeren naar Algerije is de maatregel van bewaring niet langer noodzakelijk voor de uitzetting van eiser.
5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten. Vastgesteld wordt dat de grondslag voor de maatregel onveranderd is en dat de gronden van de maatregel, zoals vermeld in de uitspraak van 9 december 2025, onverminderd aanwezig zijn. Het onttrekkingsrisico bestaat dan ook nog altijd. Dat eiser nu alsnog zijn medewerking verleend en met behulp van IOM op 24 februari 2026 zal terugkeren naar Algerije maakt, gelet op het onttrekkingsrisico, niet dat verweerder nu de maatregel had moeten opheffen en had moeten volstaan met toepassing van een lichter middel.
6. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 24 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
3.Internationale Organisatie voor Migratie.