ECLI:NL:RBDHA:2026:3656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring ondanks vrijwillig vertrek met IOM
Eiser, een Algerijnse nationaliteithebbende vreemdeling, is sinds 29 oktober 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 9 december 2025 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
Eiser stelt dat hij sinds 5 december 2025 meewerkt aan zijn uitzetting en dat hij op 24 februari 2026 vrijwillig met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) naar Algerije zal vertrekken. Ondanks dit vrijwillige vertrek acht de rechtbank het onttrekkingsrisico nog steeds aanwezig en is de maatregel van bewaring daarom niet onrechtmatig.
De rechtbank concludeert dat de grondslag voor de maatregel onveranderd blijft en dat het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.