ECLI:NL:RBDHA:2026:3673
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen besluit minister
Verzoeker heeft op 15 oktober 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 18 september 2025. Vervolgens heeft verzoeker het beroep op 5 november 2025 ingetrokken, waarbij hij aangaf af te zien van de procedure.
De rechtbank beoordeelt of verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat een veroordeling in proceskosten mogelijk maakt indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep.
Uit het dossier blijkt dat de minister het bestreden besluit niet heeft herroepen of gewijzigd en dat er geen sprake is van een tegemoetkoming aan verzoeker. De enkele stelling van verzoeker dat het beroep terecht was ingesteld, verandert hier niets aan.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk ongegrond is en wijst het verzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier A.W. Landman, zonder zitting.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de minister.