ECLI:NL:RBDHA:2026:3673

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
NL25.50259
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen besluit minister

Verzoeker heeft op 15 oktober 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 18 september 2025. Vervolgens heeft verzoeker het beroep op 5 november 2025 ingetrokken, waarbij hij aangaf af te zien van de procedure.

De rechtbank beoordeelt of verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat een veroordeling in proceskosten mogelijk maakt indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep.

Uit het dossier blijkt dat de minister het bestreden besluit niet heeft herroepen of gewijzigd en dat er geen sprake is van een tegemoetkoming aan verzoeker. De enkele stelling van verzoeker dat het beroep terecht was ingesteld, verandert hier niets aan.

Daarom oordeelt de rechtbank dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk ongegrond is en wijst het verzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier A.W. Landman, zonder zitting.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de minister.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.50259

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75
en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener ervan is tegemoet gekomen, kan de rechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Uit het dossier blijkt dat verzoeker op 15 oktober 2025 beroep heeft ingesteld tegen
het door de minister op 18 september 2025 genomen besluit op bezwaar. Verzoeker heeft het beroep vervolgens op 5 november 2025 weer ingetrokken, waarbij door hem is aangegeven dat wordt afgezien van de procedure. Gelet hierop is geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoet komen aan verzoeker door de minister. Ook uit het dossier blijkt niet dat na 15 oktober 2025 door de minister een gewijzigd besluit op het bezwaar van verzoeker van 18 september 2023 is genomen. De enkele stelling van verzoeker dat het beroep terecht was ingesteld maakt dit niet anders.
4. Nu de minister het bestreden besluit niet heeft herroepen en evenmin is gebleken
van een aan hem te wijten onrechtmatigheid, is geen sprake van het door de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet komen zoals bedoeld in de Awb. De rechtbank wijst het verzoek dan ook als kennelijk ongegrond af.

Conclusie

5. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).