Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3688

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
C/09/699151 / FA RK 26-1229
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 37 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf bij gevorderde Alzheimer en afwijzing voortzetting inbewaringstelling

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 februari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van cliënt met gevorderde Alzheimer, alsmede het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling.

Cliënt, geboren in 1967, lijdt aan een ernstige psychogeriatrische aandoening met geheugenstoornissen, desoriëntatie en psychotische klachten, waaronder wanen en agressie. Ondanks medicatie en intensieve zorg door familie en thuiszorg is de thuissituatie niet langer houdbaar. Cliënt verzet zich tegen opname en wil terug naar het buitenland.

De rechtbank oordeelt dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, en dat geen minder ingrijpende maatregelen beschikbaar zijn. Daarom wordt de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend. Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen omdat met de machtiging reeds in de noodzakelijke zorgbehoefte wordt voorzien.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden en wijst het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: I. C/09/699151 / FA RK 26-1229 en II. C/09/699148 / FA RK 26-1227
Datum beschikking: 11 februari 2026
I. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
II. Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikkingnaar aanleiding van het op 6 februari 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), alsmede het op 6 februari 2026 ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wzd, ten aanzien van:

[cliënt] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. A.R. Oosthout te Den Haag.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de verzoekschriften, ingekomen ter griffie op 6 februari 2026.
Bij verzoekschrift I zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de op 30 januari 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 13 januari 2026;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 20 januari 2026;
- een zorgplan van 21 januari 2026.
Bij verzoekschrift II zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Teylingen van 5 februari 2026 tot inbewaringstelling;
- de op 5 februari 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 2] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 20 januari 2026;
- een zorgplan van 21 januari 2026.
De mondelinge behandeling van de verzoeken heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat (telefonisch) en een tolk in de Engelse taal;
- de specialist ouderengeneeskunde, [naam 3] ;
- de specialist ouderengeneeskunde in opleiding, [naam 4] ;
- de partner van cliënt.

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is naar voren gebracht dat hij niet begrijpt waarom hij in de accommodatie is en dat hij naar het [land] wil. De advocaat verzoekt daarom namens cliënt om het verzoek af te wijzen.
De specialist ouderengeneeskunde heeft toegelicht dat cliënt gevorderde Alzheimer heeft waardoor hij de dagelijkse handelingen steeds minder goed kan uitvoeren en intensieve zorg nodig heeft. Cliënt heeft ook psychotische klachten waarbij hij, ondanks medicatie, vanuit achterdocht en wanen soms fysiek agressief kan zijn. Hij is lange tijd in de thuissituatie verzorgd door zijn familie, maar die situatie is niet langer houdbaar en zijn familie is overbelast geraakt. Cliënt is ambivalent tegenover de opname.
De specialist ouderengeneeskunde in opleiding heeft toegelicht dat cliënt geen ziektebesef en -inzicht heeft en daardoor niet begrijpt waarom hij is opgenomen. Tijdens de opname heeft hij zijn jas aangetrokken en aangegeven dat hij naar het [land] wil.

Beoordeling

Op 5 februari 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend tot en met 8 februari 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van de cliënt of een ander;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Gebleken is dat de (gevorderde) dementie bij cliënt zich onder andere uit door stoornissen in het korte- en langetermijngeheugen, desoriëntatie in tijd en plaats en begripsverlies. Cliënt begrijpt hierdoor niet goed wat er om hem heen gebeurt. Cliënt heeft intensieve zorg en begeleiding nodig en is volledig afhankelijk van zorg voor zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen. Hij is onrustig en angstig door wanen en een verminderde oriëntatie en kan daardoor verbale en fysieke agressie vertonen. De thuissituatie was al langere tijd kwetsbaar en door de toegenomen zorgbehoefte en agressie van cliënt is die, ondanks de maximale inzet van thuiszorg en de familie, niet langer houdbaar.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Cliënt heeft geen ziektebesef en -inzicht en wil niet in de accommodatie blijven. Hij is onrustig, geeft aan dat hij naar het [land] wil en wil met zijn bezoek mee naar huis.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. Nu hiermee reeds is voorzien in een maatregel ter afwending van het ernstig nadeel, is er geen grondslag meer voor toewijzing van het verzoek om voortzetting van de inbewaringstelling, zodat dit verzoek zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 augustus 2026;
wijst af het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, rechter, bijgestaan door mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.