ECLI:NL:RBDHA:2026:3700
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Bulgarije
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank reeds op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.4940), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen als ongegrond. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan op 24 februari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.