ECLI:NL:RBDHA:2026:3738

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
C/09/695399 en C/09/695405
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens medische belangen kind

De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2024. De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, omdat de vader niet betrokken is bij de zorg en opvoeding van het kind en niet reageert op communicatie.

Het kind kampt sinds de geboorte met medische beperkingen waarvoor hulpverlening noodzakelijk is. De moeder heeft de vader meerdere malen verzocht toestemming te geven voor een medische ingreep (plaatsing van buisjes in de oren), maar de vader heeft niet gereageerd. Hierdoor moest de moeder zich al tweemaal tot de rechtbank wenden voor vervangende toestemming.

De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind vereist dat het gezag wordt gewijzigd, zodat de moeder tijdig noodzakelijke hulp kan organiseren. De vader is niet verschenen op de zitting en toont geen betrokkenheid. Daarom wordt het verzoek van de moeder toegewezen en krijgt zij het eenhoofdig gezag.

Het verzoek om een voorlopige voorziening voor vervangende toestemming en schorsing van het gezag van de vader wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, nu de bodemprocedure het gezag al wijzigt.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is uitgesproken op 26 januari 2026 door kinderrechter A.C. Olland.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder wegens het belang van het kind en de afwezigheid van betrokkenheid van de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-9046 (bodemprocedure) en FA RK 25-9050 (art. 223 Rv Pro)
Zaaknummers: C/09/695399 (bodemprocedure) en C/09/695405 (art. 223 Rv Pro)
Datum beschikking: 26 januari 2026

Gezag en voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro

Beschikkingop het in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 op 25 november 2025 ingekomen verzoek en het in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 op 27 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. Boers te ‘s-Gravenzande.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 (bodemprocedure):
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 4 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage.
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 (art. 223 Rv Pro):
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 4 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage.
Op 12 januari 2026 zijn deze zaken gevoegd op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting.

Feiten

In beide procedures:

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.

Verzoek en verweer

In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 (bodemprocedure):
De moeder verzoekt:
- het gezamenlijk gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], te beëindigen en te bepalen dat het gezag over voornoemde minderjarige voortaan alleen aan de moeder toekomt;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 (art. 223 Rv Pro):
De moeder verzoekt:
  • primair:de moeder toestemming te verlenen voor het laten verrichten van een medische ingreep, te weten het plaatsen van buisjes in de oren bij [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], welke toestemming die van de vader vervangt;
  • subsidiair:het gezag van de vader over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], te schorsen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Bodemprocedure:
Gezag
-Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
-Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt om haar – met uitsluiting van de vader – met het gezag over [minderjarige] te belasten. Volgens de moeder heeft de vader nooit naar [minderjarige] omgekeken. Zij informeert de vader per e-mail over [minderjarige], maar ontvangt daarop geen reactie. Daarbij kampt [minderjarige] sinds zijn geboorte met medische beperkingen, waarvoor hulpverlening noodzakelijk is. Omdat de vader geen gehoor geeft, heeft de moeder zich al twee keer tot de rechtbank moeten wenden om vervangende toestemming te verkrijgen. Op dit moment heeft [minderjarige] volgens de KNO-arts buisjes in zijn oren nodig. Deze medische ingreep zal ervoor zorgen dat hij minder vaak oorpijn heeft, waardoor hij zijn hoortoestellen vaker kan dragen. De moeder heeft de vader verzocht hiervoor toestemming te verlenen. De vader heeft hierop niet gereageerd. De vader laat structureel na invulling te geven aan de uitoefening van zijn gezag, waardoor de moeder niet tijdig de noodzakelijke hulp voor [minderjarige] kan organiseren.
De rechtbank overweegt als volgt. De moeder draagt alleen de zorg en opvoeding van [minderjarige]. Gelet op de medische beperkingen van [minderjarige] vergt dit veel tijd en inspanning van haar. De vader is niet betrokken bij het leven van [minderjarige] en lijkt ook niet betrokken te willen worden. Hij is niet verschenen op de zitting. Ook reageert hij niet op de e-mails van de moeder – onder meer – met betrekking tot het organiseren van de voor [minderjarige] noodzakelijke hulpverlening. De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is, zodat hij voortaan tijdig de hulp kan krijgen die hij nodig heeft. Het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten, zal dan ook worden toegewezen.
Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro:
Vervangende toestemming medische ingreep en schorsen gezag
Op grond van het eerste lid van artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.
Zoals hiervoor is overwogen, belast de rechtbank de moeder in de bodemprocedure met het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. Daarmee gaat de rechtbank ervan uit dat de moeder de noodzakelijke hulp voor [minderjarige] zelf kan organiseren. Het verzoek van de moeder tot het treffen van voorlopige voorzieningen, zal dan ook wegens gebrek aan belang worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 (bodemprocedure):
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 (art. 223 Rv Pro):
*
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 januari 2026.