ECLI:NL:RBDHA:2026:3807
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in civiele hoofdzaak
Verzoeker heeft op 14 februari 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter mr. A.J. Japenga in de civiele hoofdzaak tussen Infomedics B.V. en verzoeker. De hoofdzaak kende op 13 februari 2026 een mondelinge behandeling en daaropvolgende mondelinge uitspraak die schriftelijk is vastgelegd.
Verzoeker stelde dat er sprake was van een verandering van rechter zonder mededeling hiervan, maar uit het dossier bleek dat mr. Japenga de zaak zelf heeft behandeld en uitspraak heeft gedaan. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek feitelijk op wraking van mr. Japenga zag.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend en de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking na einduitspraak, verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats. De beslissing is op 24 februari 2026 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de einduitspraak al is gedaan.