Uitspraak
Rechtbank den haag
bijgestaan door mr. L.C. van Leeuwen, advocaat te Leiden,
bijgestaan door mr. N. van Heel, advocaat te Leiden,
bijgestaan door mr. J.H.S. Reukers, advocaat te Den Haag.
Rechtbank Den Haag
Op 24 februari 2026 diende een rechter van de rechtbank Den Haag een verzoek tot verschoning in vanwege een nevenfunctie die aanleiding gaf tot een gerechtvaardigde vrees voor de schijn van partijdigheid. Dit verzoek werd niet ter zitting behandeld, aangezien dat niet verplicht is bij verschoningsverzoeken.
De meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag beoordeelde het verzoek en stelde vast dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals een nevenfunctie de schijn van partijdigheid kunnen wekken. Gezien de aangevoerde omstandigheden achtte de kamer het verzoek terecht en besloot het toe te wijzen.
Als gevolg hiervan wordt de behandeling van de vorderingen tot gevangenhouding in de strafzaken voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. De beslissing werd genomen op 25 februari 2026 door de meervoudige verschoningskamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de zaak door een andere rechter wordt voortgezet.