ECLI:NL:RBDHA:2026:3817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitsland in asielzaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij aan Duitsland wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van onmiddellijke spoed en dat de belangen van verzoeker zwaarder wegen dan die van verweerder. Verweerder heeft bovendien geen bezwaar gemaakt tegen het treffen van de voorlopige voorziening.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en wordt de overdracht aan Duitsland verboden tot vier weken na de beslissing op het beroep. Er is geen proceskostenveroordeling omdat het verzoek om voorlopige voorziening pas later is ingediend.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in een bodemprocedure niet. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Duitsland wordt verboden tot vier weken na beslissing op het beroep.