ECLI:NL:RBDHA:2026:3826
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens gebrek aan onderbouwing en misbruik van recht
Verzoeker heeft tijdens een strafzitting een mondeling wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de meervoudige kamer, stellende dat hij geen vertrouwen heeft in de onpartijdigheid van de rechters. Hij baseert dit op de vermeende negering van zijn uitlatingen en het beschermen van de officier van justitie en een advocatenkantoor.
De wrakingskamer beoordeelt dat een wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De aangevoerde gronden van verzoeker zijn echter slechts onbewezen veronderstellingen en suggesties zonder feitelijke onderbouwing.
Eerder was al een wrakingsverzoek van verzoeker afgewezen om dezelfde redenen, waarbij ook werd vastgesteld dat het wrakingsmiddel wordt misbruikt om de procedure te frustreren. Daarom bepaalt de wrakingskamer dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet meer in behandeling worden genomen.
De wrakingskamer wijst het verzoek af, beveelt voortzetting van de strafprocedure en zendt de beslissing toe aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en misbruik van het wrakingsmiddel.