Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Inleiding
3.De feiten
- een contante uitgave van € 923.760,53 ten behoeve van een investering in Suriname;
- een contante uitgave van € 169,564,59 ten behoeve van de aankoop van een appartement in Thailand;
- contante uitgaven in Litouwen, bestaande uit een contante uitgave van € 102.318,09 ten behoeve van een nieuwbouwwoning in Litouwen, een contante uitgave van € 200.000 ten behoeve van de aankoop van een perceel grond in Rusland, een contante uitgave van € 200.000 ten behoeve van de aankoop van een perceel grond in Litouwen en een contante uitgave voor een BMW X6 van € 69.900;
- contante uitgaven voor huis en inrichting van € 39.225,35;
- contante uitgaven voor levensonderhoud van € 31.872,70;
- contante uitgaven voor reizen van € 116.496,97;
- een contante uitgave van € 300.000 ten behoeve van een investering in een handelsvoorraad auto’s;
- contante uitgaven voor het privégebruik van auto’s van € 11.516,71;
- contante uitgaven van € 268.648,65 ten behoeve van een investering in boten;
- contante uitgaven ten behoeve van strandstoelenverhuur van € 24.344,69;
- een vordering van € 40.000;
- contante uitgaven voor verbouwingen van € 3.043,91;
- diverse contante uitgaven van € 50.343,82 en
- contante stortingen op bankrekeningen van € 176.988,13.
4.Het geschil
primairde Staat te gebieden de tenuitvoerlegging van de gijzeling van [eiser] op te heffen, dan wel te staken, en [eiser] in vrijheid te stellen en
subsidiairde Staat te gebieden om alsnog akkoord te gaan met de door [eiser] aangeboden betalingsregeling van € 100 per maand en de Staat te veroordelen om de gijzeling van [eiser] te schorsen zolang [eiser] de betalingsregeling nakomt, een en ander met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.De beoordeling van het geschil
“ [appartement 1].”, terwijl het opschrift van het door [eiser] overgelegde document met betrekking tot de eigendom van het appartement
“ [appartement 2] ”luidt. De voorzieningenrechter volgt de Staat in zijn verweer dat [eiser] geen afdoende verklaring heeft gegeven voor het verschil tussen de unit-nummers op deze documenten. Daar komt bij dat in de door [eiser] overgelegde koopovereenkomst met betrekking tot de koopsom is vermeld
“The Seller has received the full amount :”, wat niet te rijmen valt met de stelling van [eiser] dat hij de koopsom niet heeft betaald. Ook hiervoor heeft [eiser] geen afdoende verklaring gegeven. Een en ander betekent dat [eiser] zijn stellingen op dit punt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de Staat in redelijkheid ervan mag uitgaan dat [eiser] het betreffende appartement in eigendom heeft (gehad) of althans een onvoldoende verklaring heeft gegeven voor wat betreft het appartement in Thailand.
er is niets meer overgebleven van de twee boten van cliënt”. De ene boot zou een accuprobleem hebben gehad dat van kwaad tot erger leidde, waarbij de verzekering de schade niet wilde dekken omdat degene die aansprakelijk was voor de schade bij dezelfde verzekeringsmaatschappij verzekerd was. Dit alles heeft [eiser] veel geld gekost en “
(u)iteindelijk heeft de aankoop vermeerderd met de schadepost niet eens de uiteindelijke verkoopwaarde opgeleverd, zo schrijft de advocaat van [eiser] in de brief van 19 januari 2026. [eiser] beschikt niet over documenten die dit relaas onderbouwen. De tweede boot zou tijdens zijn detentie zijn verkocht, maar hij heeft de verkoopopbrengst nooit gekregen. De voorzieningenrechter concludeert dat de stellingen van [eiser] met betrekking tot de boten vaag zijn en dat hij deze niet nader heeft toegelicht, waardoor ook op dit punt [eiser] onvoldoende concreet inzage heeft gegeven.