ECLI:NL:RBDHA:2026:3838

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
09/293744-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 45 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meerdere vermogensdelicten, wapens, bedreiging en huisvredebreuk

De rechtbank Den Haag heeft op 18 februari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte geboren in 2001. De verdachte werd beschuldigd van een reeks strafbare feiten, waaronder diefstal van een scooter, kabel en kentekenbewijs, poging tot diefstal van een fiets, bezit van een alarmpistool en amfetamine, witwassen, verduistering, belediging en bedreiging van een wijkagent, huisvredebreuk en het bezit van verboden wapens zoals een ploertendoder en klapmes.

Tijdens de terechtzitting bekende de verdachte meerdere feiten, maar werd hij vrijgesproken van het stelen van een kentekenbewijs wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank achtte de overige feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen, proces-verbalen en de bekennende verklaring.

De rechtbank oordeelde dat de feiten ernstig zijn, mede door de impact op slachtoffers en de samenleving, zoals de woninginbraak 's nachts en het bezit van wapens onder invloed. Gezien het strafblad en het hoge recidiverisico van de verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van tien maanden op, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en diverse bijzondere voorwaarden gericht op gedragsinterventie en begeleiding.

De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer meldplicht bij de reclassering, gedragsinterventie middelengebruik, ambulante behandeling, begeleid wonen, dagbesteding, en controles op middelengebruik. Voor het bezit van het klapmes werd geen straf opgelegd. De voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummers: 09/293744-25, 09/030020-25 (ttz. gev.), 09/230414-25 (ttz. gev.), 09/240745-25 (ttz. gev.), 09/255184-25 (ttz. gev.) en 09/335749-24 (ttz. gev.)
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
BRP-adres: [adres 1] ,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 18 februari 2026 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Kampen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. J. Looman naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen met parketnummers 09/293744-25 (hierna: dagvaarding I), 09/030020-25 (hierna: dagvaarding II), 09/230414-25 (hierna: dagvaarding III), 09/240745-25 (hierna: dagvaarding IV), 09/255184-25 (hierna: dagvaarding V) en 09/335749-24 (hierna: dagvaarding VI). De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Kort en feitelijk weergegeven komen de verdenkingen op het volgende neer. Onder dagvaarding I wordt de verdachte ervan verdacht dat hij een scooter zou hebben gestolen door middel van braak. Ook is hem tenlastegelegd dat hij een kabel en een kentekenbewijs uit twee verschillende auto’s zou hebben gestolen. Daarnaast wordt hij verdacht van poging diefstal van een fiets in vereniging (dagvaarding II). Ten aanzien van dagvaarding III is de verdenking dat de verdachte een alarmpistool en amfetamine voorhanden zou hebben gehad. Ook is hem onder die dagvaarding het witwassen van een bromfiets en verduistering van een creditcard ten laste gelegd. Verder wordt hij ervan verdacht een ambtenaar in functie te hebben beledigd en bedreigd (dagvaarding IV). Onder dagvaarding V is hem huisvredebreuk en het voorhanden hebben van een ploertendoder en een klapmes ten laste gelegd. Tenslotte wordt de verdachte ervan verdacht airpods en een iPhone uit een woning te hebben gestolen (dagvaarding VI).

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot partiele vrijspraak voor feit 1 uit dagvaarding I. Voor het overige heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van alle feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3.
Vrijspraak
De rechtbank is met betrekking tot het onder dagvaarding I feit 3 ten laste gelegde feit (het stelen van een kentekenbewijs) van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat het kentekenbewijs dat bij de verdachte is aangetroffen het kentekenbewijs van de aangever is.
3.4.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.
De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en).
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.
Dagvaarding I
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit voor feit 1 de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025327739, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 51). Voor feit 2 betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025389040, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 57).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feit 1 en 2:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 18 februari 2026;
Ten aanzien van feit 1:
2. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , opgemaakt op 27 september 2025 (p. 5-6);
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 november 2025 (p. 7);
Ten aanzien van feit 2:
4. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] , opgemaakt op 16 november 2025 (p. 12-14).
Dagvaarding II
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025018729, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 63).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 18 februari 2026;
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 januari 2025 (p. 11-14).
Dagvaarding III
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025164233, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 90).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 4:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 18 februari 2026;
Ten aanzien van feit 1 en 2:
2. Het proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt op 19 mei 2025 (p. 54-56);
Ten aanzien van feit 3:
3. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] , opgemaakt op 22 april 2025 (p. 10-11);
Ten aanzien van feit 4:
4. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] , opgemaakt op 19 mei 2025 (p. 48-50).
Dagvaarding IV
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025310493, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 40).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feit 1 en 2:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 18 februari 2026;
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 september 2025 (p. 5-8).
Dagvaarding V
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025329958, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 47).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feit 1, 2 en 3:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 18 februari 2026;
Ten aanzien van feit 1:
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 september 2025 (p. 14-15);
Ten aanzien van feit 2 en 3:
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 september 2025 (p. 22).
Dagvaarding VI
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024341809 van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 42).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 18 februari 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] , opgemaakt op 22 oktober 2024 (p. 4-14).
3.5.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot alle ten laste gelegde feiten met uitzondering van het onder dagvaarding I feit 3 ten laste gelegde feit van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
Dagvaarding I1
hij op 27 september 2025 te 's-Gravenhage, een bromscooter (Vespa Piaggio C38 met kenteken [kenteken] die aan [aangever 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op 16 november 2025 te 's-Gravenhage een kabel die aan [aangever 2] toebehoorde uit het voertuig van die [aangever 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Dagvaarding IIhij op 18 januari 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om een fiets (te weten een fatbike) die aan een ander dan aan verdachte of zijn mededader toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
- de fiets heeft verplaatst en daardoor uit het zicht heeft gebracht,
- het slot in een gemakkelijk bereikbare positie heeft gebracht,
- het slot (met een betonschaar) heeft getracht open te knippen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Dagvaarding III1
hij op 19 mei 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een alarmpistool, voorhanden heeft gehad;
2
hij op 19 mei 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 19,2 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij op 19 mei 2025 te 's-Gravenhage een bromfiets voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
4
hij op 19 mei 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk een creditcard toebehorende aan [aangever 3] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Dagvaarding IV1
hij op 12 september 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, te weten [hoofdagent] (hoofdagent bij de politie eenheid Den Haag), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem één of meerdere malen de woorden toe te voegen: 'jouw kankermoeder' en 'kankerlijer' en 'je bent een kankerlijer', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2
hij op 12 september 2025 te 's-Gravenhage [hoofdagent] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [hoofdagent] één of meerdere malen dreigend de woorden toe te voegen 'ik sla je kapot en maak je dood' en 'laat me los anders geef ik jou kankerklappen' en 'als jij pepperspray gebruikt dan maak ik je dood' en 'ik maak je dood als ik je tegen kom dan sla ik je dood jij gaat kankerdood geloof mij', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Dagvaarding V1
hij op of omstreeks 29 september 2025 te 's-Gravenhage in de woning (een tuinhuis gelegen bij/aan de [adres 2] ) bij een ander, te weten bij Stichting Theosofisch Werkfonds, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen;
2
hij op 29 september 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;
3
hij op 29 september 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een klapmes, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen;
Dagvaarding VIhij op 22 oktober 2024 te 's-Gravenhage, een Apple iPhone en Apple airpods die aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander, toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, gedragsinterventie middelengebruik, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling met de mogelijkheid tot een kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, beheersing middelengebruik en ambulante begeleiding. Voor de overtreding tenlastegelegd onder dagvaarding V feit 3 heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder strafoplegging.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich met betrekking tot de straf gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een dertiental strafbare feiten, te weten vermogensfeiten, waaronder een inbraak in een woning, het voorhanden hebben van wapens, de belediging en bedreiging van de wijkagent, het bezit van amfetamine en huisvredebreuk. Dit is een behoorlijke rij vervelende en ook ernstige feiten. Door de vermogensfeiten hebben de slachtoffers overlast ervaren en hebben zij hun goederen opnieuw moeten aanschaffen, laten repareren of herstellen. De woninginbraak was ’s nachts, terwijl de bewoners in de woning lagen te slapen. Dat geeft niet alleen de bewoners maar ook buurtgenoten een gevoel van onveiligheid. Daarnaast is het bezit van wapens zeer gevaarlijk, zeker omdat de verdachte ook onder invloed was toen hij deze wapens in zijn bezit had. Voorts is het algemeen bekend dat harddrugs als amfetamine schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Het gedrag van de verdachte tegenover de wijkagent doet afbreuk aan het gezag van de politie en is bovendien uiterst hinderlijk. De verdachte heeft blijk gegeven van gebrek aan respect voor onder meer andermans eigendommen en gevoel van veiligheid en heeft alleen aan zichzelf en zijn eigen financieel gewin gedacht.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 31 december 2025.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies met betrekking tot de verdachte van 21 januari 2026, waaruit volgt dat sprake is van problematiek op nagenoeg alle leefgebieden. Daarnaast is sprake van een hoog recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, gedragsinterventie middelengebruik, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling met de mogelijkheid tot een kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, beheersing middelengebruik en ambulante begeleiding.
Strafmaat
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 10 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een gedragsinterventie middelengebruik, een ambulante behandeling met de mogelijkheid tot een kortdurende opname, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een dagbesteding, de beheersing middelengebruik en een ambulante begeleiding.
De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de straf een proeftijd van twee jaren verbinden met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen.
Voor het voorhanden hebben van een klapmes zal de rechtbank de verdachte schuldig verklaren zonder strafoplegging.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 45, 57, 62, 63, 138, 266, 267, 285, 310, 311, 321, 420bis van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;
- 13, 26, 27, 54, 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8.De beslissing

De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder dagvaarding I feit 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder dagvaarding I feit 1 en 2, dagvaarding II, dagvaarding III, dagvaarding IV, dagvaarding V en dagvaarding VI ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
Dagvaarding I
ten aanzien van feit 1:
diefstal;
ten aanzien van feit 2:
diefstal;
Dagvaarding II
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen;
Dagvaarding III
ten aanzien van feit 1:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
ten aanzien van feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
ten aanzien van feit 3:
witwassen;
ten aanzien van feit 4:
verduistering;
Dagvaarding IV
Ten aanzien van feit 1:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
ten aanzien van feit 2:
bedreiging met zware mishandeling en enig misdrijf tegen het leven gericht;
Dagvaarding V
ten aanzien van feit 1:
in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;
ten aanzien van feit 2:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
ten aanzien van feit 3:
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Dagvaarding VI
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
ten aanzien van dagvaarding I feit 1 en 2, dagvaarding II, dagvaarding III, dagvaarding IV, dagvaarding V feit 1 en 2 en dagvaarding VI:
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
10 (TIEN) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
5 (VIJF) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak. Deze zullen plaatsvinden op het adres Johanna Westerdijkplein 40 te Den Haag;
- gedurende de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijl 24/7 van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op verslaving/middelengebruik, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
- zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Ambulant Centrum Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verslavingsproblematiek. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie of stabilisatie noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- gedurende de proeftijd verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel als mogelijk. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
- zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
- gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door Welzijn E25 of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering;
geeft opdracht aan Fivoor tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
ten aanzien van dagvaarding V feit 3:
bepaalt dat ten aanzien van het onder dagvaarding V feit 3 bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;
voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door
mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, voorzitter,
mr. M.L. Harmsen, rechter,
mr. K.M. de Groes, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.J. van Mierlo, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen met parketnummers 09/293744-25 (hierna: dagvaarding I), 09/030020-25 (hierna: dagvaarding II), 09/230414-25 (hierna: dagvaarding III), 09/240745-25 (hierna: dagvaarding IV), 09/255184-25 (hierna: dagvaarding V) en 09/335749-24 (hierna: dagvaarding VI).
Dagvaarding I1
hij op of omstreeks 27 september 2025 te 's-Gravenhage, een bromscooter (Vespa Piaggio C38 met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2
hij op of omstreeks 16 november 2025 te 's-Gravenhage een kabel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) uit het voertuig van die [aangever 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij op of omstreeks 16 november 2025 te 's-Gravenhage een kentekenbewijs, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) uit het voertuig van die [aangever 6] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Dagvaarding IIhij op of omstreeks 18 januari 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om een fiets (te weten, een fatbike) in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
- de fiets heeft verplaatst en daardoor uit het zicht heeft gebracht,
- het slot in een gemakkelijk bereikbare positie heeft gebracht,
- het slot (met een betonschaar) heeft getracht open te knippen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Dagvaarding III1
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een alarmpistool, voorhanden heeft gehad;
2
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 19,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te 's-Gravenhage (van) een bromfiets, althans een of meer voorwerpen
Sub b
-heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
-gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
4
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk een creditcard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Dagvaarding IV1
hij op of omstreeks 12 september 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, te weten [hoofdagent] (hoofdagent bij de politie eenheid Den Haag), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar één of meerdere malen de woorden toe te voegen: 'jouw kankermoeder' en/of 'kankerlijer' en/of 'je bent een kankerlijer', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking
2
hij op of omstreeks 12 september 2025 te 's-Gravenhage [hoofdagent] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [hoofdagent] één of meerdere malen dreigend de woorden toe te voegen 'ik sla je kapot en maak je dood' en/of 'laat me los anders geef ik jou kankerklappen' en/of 'als jij pepperspray gebruikt dan maak ik je dood' en/of 'ik maak je dood als ik je tegen kom dan sla ik je dood jij gaat kankerdood geloof mij', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking
Dagvaarding V1
hij op of omstreeks 29 september 2025 te 's-Gravenhage in de woning (een tuinhuis gelegen bij/aan de [adres 2] ), het besloten lokaal en/of het besloten erf, bij een ander, te weten bij Stichting Theosofisch Werkfonds, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen
2
hij op 29 september 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad
3
hij op of omstreeks 29 september 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een klapmes zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen;
Dagvaarding VIhij op of omstreeks 22 oktober 2024 te 's-Gravenhage, een Apple iPhone en/of Apple airpods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.