ECLI:NL:RBDHA:2026:3853

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
C/09/685403 / HA RK 25-258
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:298 BWArt. 2:299 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening over ontslag bestuurders en onderzoek Stichting nalatenschap

De erfgenamen van een overleden erflater verzoeken de rechtbank om het ontslag van de huidige bestuurders en commissaris van een Stichting die het vermogen van de erflater beheert. Zij stellen dat de bestuurders tekortschieten, wanbeheer plegen en de erfgenamen niet erkennen als certificaathouders, wat leidt tot een vertrouwensbreuk.

De rechtbank benoemde eerder een tijdelijke bestuurder die het bestuur mag controleren en goedkeuring moet geven voor bestuurshandelingen. De tijdelijke bestuurder heeft een voorlopig onderzoek ingesteld en verzoekt om een beslissende stem bij bestuursbesluiten en verder onderzoek naar het bestuur en de Stichting.

De rechtbank oordeelt dat het ontslag van bestuurders een ingrijpende maatregel is en dat er aanwijzingen zijn voor tekortkomingen, maar dat het nog te vroeg is om te beslissen. Daarom wordt het verzoek aangehouden en krijgt de tijdelijke bestuurder uitgebreidere bevoegdheden, waaronder een beslissende stem en zelfstandige vertegenwoordiging van de Stichting. Tevens moet hij binnen drie maanden verslag uitbrengen van zijn onderzoek. De kosten van het onderzoek komen voor rekening van de Stichting.

Uitkomst: De tijdelijke bestuurder krijgt beslissende stem en doet nader onderzoek; het ontslagverzoek van bestuurders wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaak-/rekestnummer: C/09/685403 / HA RK 25-258
Beschikking van 6 februari 2026
in de zaak van

1.[verzoekers sub 1] te [woonplaats 1], [land],

2.
[verzoekers sub 2]te [woonplaats 1], [land],
3.
[verzoekers sub 3]te [woonplaats 2], [land],
4.
[verzoekers sub 4]te [woonplaats 2], [land],
verzoekers,
advocaten: mr. S.W. Holterman en mr. C.M. Tjoa te Utrecht,
tegen:

1.[verweerders sub 1] te [woonplaats 3], [land],

2.
[verweerders sub 2]te [woonplaats 4], [land],
3.
[verweerders sub 3]zonder bekende woon- of verblijfsplaats,
verweerders,
advocaten: mr. E.M.J. Pardoen, mr. C.B. Schutte en mr. T.J.P.H. de Bekker,
en

4.[belanghebbenden sub 1] STICHTING te [vestigingsplaats],

5.
J.M. BLANCO FERNANDEZte Amsterdam, in zijn hoedanigheid van door de rechtbank benoemde tijdelijke bestuurder,
belanghebbenden,
advocaat: mr. J.G. Molenaar,
De verzoekers worden hierna aangeduid als de erfgenamen, de verweerders worden aangeduid als [verweerders sub 1], [verweerders sub 2] en [verweerders sub 3] en gezamenlijk als [verweerders] of de bestuurders en de belanghebbenden worden aangeduid als de Stichting en de tijdelijke bestuurder.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift van 15 mei 2025 met producties 1 tot en met 21;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 juni 2025;
- de beschikking van deze rechtbank van 13 juni 2025;
- het aanvullende verzoekschrift van 16 oktober 2025 met (nogmaals) producties 1 tot en met 3;
- het verweerschrift van de tijdelijke bestuurder namens de Stichting van 2 december 2025 met producties 1 tot en met 4;
- het e-mailbericht van de rechtbank van 4 december 2025 aan partijen;
- het aanvullende verzoekschrift van 9 december 2025 met producties 22 tot en met 27;
- het verweerschrift van [verweerders] van 12 december 2025 met producties 1 tot en met 14;
- de akte aanvullende producties 5 tot en met 6b van 16 december 2025 van de tijdelijke bestuurder;
- de spreekaantekeningen die partijen tijdens de mondelinge behandeling van 19 december 2025 hebben voorgedragen en overgelegd;
- de beschikking van deze rechtbank van 12 januari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van 3 juni 2025 betrof een korte Teams-sessie, waarin het verzoek tot voorlopige voorziening ex parte is behandeld. Tijdens de mondelinge behandeling is namens de erfgenamen uitsluitend een toelichting gegeven op het karakter van de door hen verzochte voorlopige voorziening.
1.3.
Bij beschikking van 13 juni 2025 van deze rechtbank is - kort samengevat - de tijdelijke bestuurder als zodanig benoemd en is bepaald dat het [verweerders] verboden is (interne of externe) bestuurshandelingen te verrichten zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de tijdelijke bestuurder.
1.4.
De erfgenamen hebben met hun verzoek van 16 oktober 2025 onder meer verzocht te verduidelijken wat de taken en bevoegdheden van de tijdelijke bestuurder inhouden. Nadat de rechtbank de andere betrokkenen om een reactie heeft verzocht, heeft zij per e-mailbericht van 4 december 2025 aan partijen medegedeeld geen reden te zien de tijdelijke bestuurder nog een specifieke aanwijzing te geven of een opdracht of verduidelijking te verstrekken omtrent zijn taken en bevoegdheden.
1.5.
Tijdens de mondelinge behandeling van 19 december 2025 hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Op 21 januari 2024 is overleden [erflater] (hierna: erflater). De erfgenamen zijn de kleinkinderen van erflater.
2.2.
Erflater heeft tijdens zijn leven een aanzienlijk vermogen opgebouwd, dat onder meer bestaat uit 120 certificaten van aandelen, een muntencollectie en een banktegoed op een rekening bij Julius Bear. Erflater heeft de Stichting opgericht, die – in ieder geval voor een deel – de erfenis beheert.
2.3.
Op 4 november 2020 heeft erflater een ‘Letter of Wishes’ opgesteld. Hierin is, voor zover hier relevant, het volgende openomen:
1. The wealth that I accumulated was the result of work and dedication with the goal of what I imagined to be the guarantee for the future of all my
directdescendants.
2. Having reached this moment and verifying that my first degree descendants are not trustworthy of the confidence that as a father I would expect, I have decided to transfer all my assets to a Dutch Foundation with my name.
3. To this Foundation, I commit the task and responsibility to
take care ofthe management of those assets in the more convenient manner in order to increase its value in time and distribute within the indications set out below part of the annual realized gains to
the qualifying, not-excludedholders of depositary receipts of the Foundation.
4. The object and purpose of the Foundation is therefore to pursuit the management of the assets transferred as a whole for the benefit
ofall the future generations of my descendants.
(…)
10. The Foundation should not be liquidated before fulfilling 25 years of existence from
the date of its incorporation.
11. After such 25-year period, the board of the Foundation shall have evaluation made
of all assets on a five-year basis. In case the value is below €5.000.000 then the board is authorized to consult with the depository receipt holders who can ask the
board to decide at its discretion to modify the articles of association of the
foundation, the functioning of its bodies or its dissolution.
(…)
14. From the incorporation moment the board members should be:
a. The founder;
b. Mr. [verweerders sub 1];
c. Mr. [naam 1].
15. The board members will be designated and chosen by the Founder and in my absence, will be elected by the Supervisory Board by simple majority and will decide how should be the chair. In case of my absence or impediment, I would like Mr. [verweerders sub 2] to be co-opted to the first vacant board membership.
16. In terms of the composition of the Supervisory Board, my wishes are that the following members accept after the incorporation of the Foundation the role of Supervisory Board members:
a. Mr. [verweerders sub 2] (family friend);
b. Mr. [naam 2] (Legal Counsel);
c. Mr. [naam 3] (Manager of the Agricultural Business);
d. Mrs. [naam 4] (Daughter in Law);
e. Mr. [verzoekers sub 2] (Grandson).
In case of impediment of any of the following supervisory board members or in case of they are co-opted to the board, the following persons should be considered as alternates: (i) my niece [naam 5]; (ii) my caretaker Mrs [naam 6].
17. My grandsons [verzoekers sub 2] and [verzoekers sub 4] should start their preparation in view of integrating in the future the Board of the Foundation.
2.4.
Op 5 november 2020 is de akte van oprichting van de Stichting opgesteld, waarin het volgende is opgenomen:
Doel
Artikel 3
3.1
De stichting heeft ten doel:
a. het verkrijgen van, beheren van, exploiteren van, beschikken over en bezwaren van goederen tegen uitgifte van certificaten aan de founder;
b. het - in aanvulling op de juridische titel - verkrijgen van de economische
gerechtigdheid (beneficial title) tot de door de stichting ten titel van beheer
gehouden goederen, alsmede andere door de founder gehouden goederen (al dan
niet als erfgenaam tot de nalatenschap van de founder) alsook door anderen
gehouden, in dat verband met als doel het bereiken van de doelen zoals hierna
onder c, d en e vermeld;
c. het verzekeren van de continuïteit (in het bestuur) van de vennootschappen en ondernemingen die direct en/of indirect worden gehouden door de stichting en de daaraan verbonden onderneming(en) en het behartigen van de belangen van al diegenen die daarbij zijn betrokken;
d. het verzekeren van lange termijn welzijn en medische assistentie ten behoeve van
de founder gedurende zijn leven;
e. het optreden als executeur-testamentair in de nalatenschap van de founder;
f. het verrichten van alle handelingen die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
Administratievoorwaarden
Artikel 4
De stichting stelt bij notariële akte, verleden door een notaris in Nederland, de voorwaarden vast waaronder de stichting bereid is goederen te ontvangen/verwerven tegen tegemoetkoming van certificaten, deze goederen te beheren en de aan de goederen verbonden rechten uit te oefenen.
Samenstelling bestuur
Artikel 5
5.1
Het bestuur bestaat uit drie (3) of meer bestuursleden, het exacte aantal te bepalen door
de founder of - in geval de founder is overleden en/of incapabel, als bedoeld en
overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.5 sub f, is geworden - de raad van
commissarissen, met dien verstande dat de founder zijn bevoegdheden als vermeld in dit artikel 5.1 weer verkrijgt indien en per het moment dat hij zijn incapaciteit situatie heeft overwonnen, als vermeld in artikel 5.6.
Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen worden benoemd als bestuurslid.
Een excluded person kan niet worden benoemd tot bestuurslid, zolang als de excluded
person niet gerechtigd is tot de rights DR zoals beschreven in artikel 5.2 van de
administratievoorwaarden.
Voorts kan een echtgenoot/echtgenote of een geregistreerd partner van een permitted person niet worden benoemd als bestuurslid.
5.2
Bestuursleden worden benoemd, geschorst en ontslagen door de founder of - in geval de founder is overleden en/of incapabel, als bedoeld en overeenkomstig het bepaalde in
artikel 5.5 sub f, is geworden - de raad van commissarissen, met dien verstande dat de
founder zijn bevoegdheden als vermeld in dit artikel 5.2 weer verkrijgt indien en per het moment dat hij zijn incapaciteit situatie heeft overwonnen, als vermeld in artikel 5.6. De founder is tevens bevoegd - zolang hij bevoegd is tot benoeming, schorsing en ontslag van bestuursleden - om opvolgende bestuursleden te benoemen, mits bij notariële akte, verleden voor een notaris in Nederland. De founder is - zolang hij bevoegd is tot benoeming, schorsing en ontslag van bestuursleden - bevoegd om de benoeming van een opvolgend bestuurslid te wijzigen en/of te beëindigen bij notariële akte, verleden voor een notaris in Nederland.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
(…)
Raad van commissarissen
Artikel 10
10.1
Per het moment dat de founder:
a. besloten heeft tot het instellen van een raad van commissarissen; of
b. is overleden en/of incapabel is geworden als bedoeld in en overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.5 sub f,
zal de stichting een raad van commissarissen hebben.
De raad van commissarissen treedt in functie - ten aanzien van het bepaalde hierboven
bedoeld onder a - met ingang van de dag genoemd in het desbetreffende besluit.
Zolang als de gebeurtenis als bedoeld hierboven onder b niet heeft plaatsgevonden of
in het geval de founder incapabel is geworden als bedoeld en overeenkomstig het
bepaalde in artikel 5.5 sub f, de incapaciteit situatie, als bedoeld en overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.5 sub f, die leidde tot zijn defungeren als bestuurslid overwonnen is als bedoeld in artikel 5.6, kan de founder besluiten tot beëindiging van het bestaan van de raad van commissarissen die eerder is ingesteld. De beëindiging van het bestaan van de raad van commissarissen zal effectief zijn per de dag genoemd in het desbetreffende besluit.
Zolang geen raad van commissarissen in functie is, vervallen de in deze statuten
opgenomen vereisten van goedkeuring van de raad van commissarissen en zijn de overige bepalingen met betrekking tot de raad van commissarissen niet van toepassing.
10.2
Het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de
stichting en haar activiteiten wordt uitgeoefend door een raad van commissarissen-
indien en zolang deze is ingesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.1 -
bestaande uit een door de founder of - in het geval de founder is overleden en/of
incapabel is geworden als bedoeld in en overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.5 sub f - de raad van commissarissen te bepalen aantal van een of meer natuurlijke personen, met dien verstande dat de founder zijn bevoegdheden als vermeld in dit artikel 10.2 weer verkrijgt indien en per het moment dat hij zijn incapaciteit situatie heeft overwonnen, als vermeld in artikel 5.6. Slechts natuurlijke personen kunnen commissaris zijn.
10.3
De raad van commissarissen staat het bestuur met raad ter zijde. Bij de
vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar het belang van de stichting.
(…)
Benoeming, schorsing en ontslag van commissarissen
Artikel 11
11.1
Commissarissen worden benoemd door de founder of - in geval de founder is overleden
en/of incapabel, als bedoeld en overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.5 sub f, is geworden - de raad van commissarissen, met dien verstande dat de founder zijn bevoegdheden als vermeld in dit artikel 11.1 weer verkrijgt indien en per het moment dat hij zijn incapaciteit situatie heeft overwonnen, als vermeld in artikel 5.6. De founder is - zolang hij bevoegd is commissarissen te benoemen, schorsen en ontslaan - ook bevoegd om opvolgend commissarissen te benoemen, mits dit bewerkstelligd is door een notariële akte die verleden is voor een notaris in Nederland. De founder is - zolang hij bevoegd is commissarissen te benoemen, schorsen en ontslaan - bevoegd de benoeming van een opvolgend commissaris te wijzigen en/of beëindigen per notariële akte die verleden is voor een notaris in Nederland.
Indien de founder overleden is en er geen commissarissen in functie zijn en er geen opvolgend commissarissen benoemd zijn die de functie kunnen en willen hebben, zal het bestuur één (1) commissaris benoemen. Verdere benoemingen zullen geschieden met inachtneming van het bepaalde in dit artikel 11.1.
Een excluded person kan niet worden benoemd tot commissaris, zolang als de excluded
person niet gerechtigd is tot de rights DR zoals beschreven in artikel 5.2 van de administratievoorwaarden.
Voorts kan een echtgenoot/echtgenote of een geregistreerd partner van een permitted person niet worden benoemd als commissaris.
2.5.
Eveneens op 5 november 2020 zijn de administratievoorwaarden opgesteld, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
Definitions
Article 1
(…)
Permitted persons: (1) the founder, (ii) the son of the founder: [naam 7]
, (iii) the daughter of the founder: [naam 8], (iv) the direct descendants of the son of the founder being at this time: [verzoekers sub 4] and [verzoekers sub 3], (v)
the direct descendants of the daughter of the founder being at this time: [verzoekers sub 1] and [verzoekers sub 2] and (vi) any other person designated by the founder;
(…)
Transfer, division and other passing
Article 5
Any transfer, division and other passing of depositary receipts to others than a permitted
person is null and void.
(…)
De-administration of assets
Article 9
The board of directors can decide upon a full or partial de-administration (decertificering) of administered assets. Furthermore, the depositary receipt holder can request de-administration of one or more administered assets following which the (board of directors of the) foundation must transfer the relevant administered assets to the depositary receipt holder as a result of which the relevant depositary receipts shall have been cancelled.
(…)
Letter of wishes
Article 13
Part of the objects of the foundation is to ensure the continuity of the companies and enterprises held (in)directly by the foundation and to safeguard any other assets kept by the foundation, after the decease of the founder. For the purpose of guidance of the board of directors, the founder has drafted a letter of wishes. Any decision to be adopted or action to be taken by the board of directors after the decease of the founder should be in line with the intentions and the spirit of the letter of wishes. A copy of the letter of wishes signed by the founder will be attached to this deed.
2.6.
In de donatieovereenkomst van 10 december 2020 heeft erflater laten opnemen dat hij - kort samengevat - aan de Stichting overdraagt de aandelen van twee bedrijven in Panama, een geldbedrag op de bankrekening bij Julius Baer en de inhoud van een kluis in Zwitserland, bestaande uit een muntencollectie en andere historische voorwerpen.
2.7.
De Stichting heeft bij notariële akte van 11 december 2020 certificaten van aandelen uitgegeven aan erflater. De akte vermeldt:
Whereas
(…)
3. The Founder desires to arrange his estate in such a way that his qualifying descendants
will receive for free Depositary Receipts (as defined below) entitling each holder thereof to financial benefits arising out of the assets transferred to the Foundation in a manner provided for in this notarial deed.
(…)
6. The Foundation hereby issues one hundred twenty (120) corresponding depositary
receipts for the Assets, each depositary receipt having a par value of one cent
(EUR 0.01), numbered 1 up to and including 120 (the Depositary Receipts), to the
Founder (without any (actual and/or contingent) consideration being due and/or payable
by the Founder to the Foundation.
2.8.
Erflater heeft op 21 december 2020 een testament opgesteld. In dit testament staat onder meer het volgende vermeld:
III) Assets
My assets consist of various real estate properties, works of art, bank accounts and financial assets.
(…)

2.Foundation

That, nevertheless, in the event that the same resolutions are not declared null and void by the time of my death, and also with a view to preventing future disputes regarding my estate between my heirs and avoiding other situations that may affect my assets, 1 set up, on the fifth of November of two thousand twenty, a foundation, of Dutch nationality, called “[belanghebbenden sub 1] Stichting”.
(…)
That this foundation receives my assets to safeguard my legal heirs and future generations
of my family.
2.9.
In de na het overlijden van de erflater tot stand gekomen akte van verdeling van 13 januari 2025 is opgenomen:
That the Depositary Receipts issued by the Foundation in favour of the deceased represent contractual rights over all the assets delivered to the Foundation.
That the aforementioned 120 (one hundred and twenty) Depositary Receipts are included in the deceased’s estate, under the terms of the law applicable to the succession of the deceased (Portuguese law).
That the signatories agreed on the partial division of the inheritance, according to which the Depositary Receipts issued by the Foundation in favour of the Deceased, and which represent the totality of the assets that comprise the Foundation’s estate, are awarded to the four grandchildren, the third signatories identified in i) and ii) and the representatives of the third signatory identified in iii), in equal parts, of account of the filling of the remainder of the Deceased ‘s available inheritance share, to which they are entitled to, by virtue of the will executed by the Deceased.
That the signatories assign the face value of €1.20 (one euro and twenty cents) to the Depositary Receipts transferred, until the total value of the Inheritance estate is finally determined.
That the signatories agree that, after the total value of the inheritance estate has been finally determined, the rights that the testamentary heirs must receive will be calculated, and that all the signatories undertake to pay the respective balancing and offset payments between heirs, if they are entitled to them, under terms to be agreed.
2.10.
[verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] zijn bestuurders van de Stichting. Het bestuur heeft in november 2024 de broer van [verweerders sub 1] (hierna: [naam 9]) benoemd tot commissaris. [naam 9] heeft vervolgens in die hoedanigheid [verweerders sub 3] als derde bestuurder benoemd. [verweerders sub 3] is op 19 februari 2025 als bestuurder van de Stichting ingeschreven in het Handelsregister, [naam 9] is op 28 mei 2025 ingeschreven als commissaris.
2.11.
De tijdelijke bestuurder heeft op 6 augustus 2025 een memorandum opgesteld en aan de erfgenamen en de bestuurders gestuurd, waarin hij zijn voorlopige bevindingen omtrent de Stichting heeft beschreven.
2.12.
De bestuurders (exclusief de tijdelijke bestuurder) hebben een plan van aanpak opgesteld voor de Stichting en dit op 28 oktober 2025 met de erfgenamen gedeeld.

3.Het geschil

3.1.
De erfgenamen verzoeken de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:
in de hoofdzaak
voor recht te verklaren dat het besluit tot benoeming van [verweerders sub 3] als bestuurder van de Stichting nietig is;
[verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] (en [verweerders sub 3] voor zover het gevorderde onder 1 wordt afgewezen) te ontslaan als bestuurder van de Stichting (artikel 2:298 Burgerlijk Pro Wetboek, hierna: BW) met gelijktijdige benoeming van [verzoekers sub 1], [verzoekers sub 2] en [verzoekers sub 3] (verzoekers sub 1, 2 en 3), dan wel een of meerdere door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke perso(o)n(en) als bestuurder(s)s van de Stichting (artikel 2:299 BW Pro);
[verweerders sub 1], [verweerders sub 2] en [verweerders sub 3] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 2:298 lid 2 BW Pro:
4. zo spoedig mogelijk en voor de duur van het onderzoek volgende op het verzoek ex artikel 2:298 lid 1 BW Pro (i) [verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] te schorsen als bestuurders van de Stichting, met gelijktijdige benoeming van [verzoekers sub 1], [verzoekers sub 2] en [verzoekers sub 3] (verzoekers sub 1, 2 en 3), dan wel meerdere door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke perso(o)n(en) als tijdelijk bestuurder van de Stichting, althans, indien het onder (i) gevraagde niet wordt toegewezen, (ii) [verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] te verbieden de statuten van de Stichting te wijzigen, leden van de raad van commissarissen te benoemen en vermogen of vermogensbestanddelen van de Stichting te vervreemden (waaronder onder meer, maar niet uitsluitend de door de Stichting gehouden aandelen) en betalingen te verrichten aan (rechts)personen gelieerd aan henzelf, een en ander op straffe van een dwangsom van € 250.000,- per overtreding;
5. te bepalen dat de door de rechtbank te treffen voorlopige voorzieningen werking zullen hebben zolang de rechtbank geen beslissing ten gronde heeft genomen over de verzoeken ex artikel 2:298 lid 1 BW Pro en artikel 2:299 BW Pro;
6. [verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
in het aanvullende verzoek van 16 oktober 2025 hebben verzoekers nog gevraagd dat de rechtbank nader bepaalt dat:
7. de tijdelijke bestuurder niet gehouden is een verweerschrift in te dienen, nu dit niet als onafhankelijk van het standpunt van de bestuurders kan worden beschouwd;
8. het verlenen van goedkeuring aan de bestuurders om middelen van de Stichting aan te wenden voor het bekostigen van hun verweer tegen het ingediende ontslagverzoek, indruist tegen de bedoeling van de getroffen voorlopige voorziening en niet is toegestaan;
9. de tijdelijke bestuurder enkel zijn goedkeuringsrecht (op het door het bestuur of de bestuurder(s) voorgestane handelingen) dient te gebruiken en van zijn overige bevoegdheden terughoudend gebruik dient te maken, wat met zich brengt dat hij in beginsel niet meer doet dan past bij de hem als tijdelijke bestuurder opgedragen taak en in de gegeven omstandigheden noodzakelijk is voor een behoorlijk bestuur van de Stichting;
in het aanvullende verzoek van 9 december 2025 hebben zij verzocht:
10. [naam 9] te ontslaan als commissaris van de Stichting;
10. bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 2:298 lid 2 BW Pro (i) [naam 9] te schorsen als commissaris van de Stichting en (ii) de heer [naam 2], de heer [naam 4] en de heer [verzoekers sub 2] te benoemen als commissarissen van de Stichting;
10. te bepalen dat de door de rechtbank te treffen voorlopige voorzieningen werking zal hebben zolang de rechtbank geen beslissing ten gronde heeft genomen over de verzoeken ex. 2:298 lid 4 BW;
10. [naam 9] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
De erfgenamen leggen aan hun verzoeken, kort samengevat, ten grondslag dat [verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] ernstig tekortschieten in hun rol als bestuurder en [verweerders sub 3] niet rechtsgeldig tot bestuurder is benoemd. De bestuurders hebben verschillende statutaire en wettelijke verplichtingen geschonden, hebben (financieel) wanbeheer gepleegd en er zijn gewichtige redenen en ingrijpende wijzigingen van omstandigheden die maken dat het voortduren van hun bestuurderschap niet langer kan worden geduld. [verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] weigeren de erfgenamen als certificaathouders te erkennen, hebben zonder rechtsgrond [verweerders sub 3] als derde bestuurder ingeschreven en weigeren de erfgenamen van informatie te voorzien waardoor een vertrouwensbreuk is ontstaan. Daarnaast blijkt uit de benoeming van [naam 9] als commissaris en uit het plan van aanpak dat de bestuurders hun eigen belang boven dat van de Stichting stellen. De erfgenamen vrezen dat er als gevolg van een gebrek aan toezicht op de bestuurders gelden aan de Stichting worden (of al zijn) onttrokken en dat de positie van de erfgenamen steeds verder zal worden uitgehold. Verder zou de tijdelijke bestuurder geen verweerschrift mogen indienen omdat hij niet onafhankelijk is van de bestuurders, druist de goedkeuring om het verweer van de bestuurders te bekostigen uit middelen van de Stichting in tegen de bedoeling van de getroffen voorlopige voorziening en vat de tijdelijke bestuurder zijn taak te ruim op door op eigen initiatief onderzoek te doen naar de aandelen en de muntencollectie en de positie van de erfgenamen ten opzichte van de Stichting. Ten slotte dient [naam 9] te worden ontslagen, dan wel te worden geschorst, omdat hij zijn taak verwaarloost, een familieband heeft met de bestuursvoorzitter, niet door erflater als potentiële commissaris is genoemd, hij er kennis van had moeten nemen dat zijn benoeming in strijd was met de wens van erflater, zijn inschrijving in het Handelsregister pas een halfjaar na zijn benoeming heeft plaatsgevonden en er een onherstelbare vertrouwensbreuk is ontstaan, aldus de erfgenamen.
3.3.
De bestuurders verzoeken de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:
bij wege van voorlopige voorziening drie tijdelijke commissarissen te benoemen hangende het onderzoek naar [naam 9];
te bepalen dat het onderzoek naar [naam 9] wordt gestaakt indien en zodra [naam 9] de personen van de tijdelijke commissarissen benoemt tot (permanente) commissarissen en zijn ontslag als commissaris indient;
de getroffen voorlopige voorziening betreffende de aanstelling van een tijdelijke bestuurder op te heffen;
de erfgenamen te veroordelen in de kosten van deze procedure, waarbij de toegewezen kosten aan de Stichting zullen worden afgedragen.
3.4.
De bestuurders leggen hieraan, kort samengevat, ten grondslag dat bij toewijzing van deze verzoeken het geschil tussen partijen op de meest efficiënte wijze opgelost kan worden.
3.5.
De tijdelijke bestuurder verzoekt de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:
het verzoek tot ontslag van de bestuurders aan te houden;
bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat (i) hetzij dat de tijdelijke bestuurder bij alle besluiten een beslissende stem heeft (in die zin dat het besluit luidt overeenkomstig de bepaling van de tijdelijke bestuurder, ook als de meerderheid van het bestuur een andersluidende stem heeft), dat de tijdelijke bestuurder het recht heeft de Stichting zelfstandig te vertegenwoordigen en dat de andere bestuurders geen vertegenwoordigingshandelingen kunnen verrichten zonder zijn medewerking, (ii) hetzij de bestuurders te schorsen totdat de rechtbank bij eindbeschikking over hun positie heeft beslist;
te bepalen dat de tijdelijke bestuurder het tot zijn taak mag rekenen om onderzoek te doen naar al dan niet door de rechtbank nader genoemde onderwerpen die van belang zijn voor een oordeel over het verzoek tot ontslag van de bestuurders en daarvan op een door de rechtbank te bepalen termijn verslag doet;
te bepalen dat de kosten van het onderzoek voor rekening komen van de Stichting en dat de Stichting naar genoegen van de tijdelijke bestuurder zekerheid moet stellen voor de kosten van het onderzoek;
bij wijze van voorlopige voorziening [naam 9] te schorsen;
te bepalen dat voor de duur van de procedure de statutaire bepalingen over de raad van commissarissen van de Stichting buiten toepassing zullen blijven; hetzij een commissaris te benoemen;
erfgenamen niet ontvankelijk te verklaren in hun aanvullende verzoek van 16 oktober 2025, althans het verzoek geheel af te wijzen;
erfgenamen te veroordelen in de kosten van dit geding tot zover.
3.6.
De tijdelijke bestuurder legt hieraan ten grondslag dat er nog te veel onduidelijkheden zijn om over het ontslagverzoek van de bestuurders te kunnen beslissen. Er is wel voldoende grond voor verdenking van een persoonlijk belang bij de bestuurders en er is een gebrek aan vertrouwen tussen de erfgenamen en de bestuurders, zodat de tijdelijke bestuurder voorlopig een beslissende stem zou moeten krijgen en verder onderzoek zou moeten doen. [naam 9] functioneert niet als commissaris en heeft een familieband met één van de bestuurders en zou daarom geschorst moeten worden, aldus de tijdelijke bestuurder.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank stelt voorop dat zij bij de al genoemde (ex parte) beschikking van 13 juni 2025 bij wege van voorlopige voorziening de tijdelijke bestuurder heeft benoemd en bepaald heeft dat het [verweerders] verboden is (interne of externe) bestuurshandelingen te verrichten zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de tijdelijke bestuurder. In het bericht van 4 december 2025 heeft de rechtbank partijen laten weten geen reden te zien de tijdelijke bestuurder een specifieke aanwijzing te geven of verdere verduidelijkingen aan te reiken. Daarnaast is bij (ex parte) beschikking van 12 januari 2026 bij wege van voorlopige voorziening [naam 9] geschorst als commissaris en is bepaald dat de statutaire bepalingen over de taken en bevoegdheden van de raad van commissarissen van de Stichting voor de duur van deze procedure buiten toepassing blijven. In het vervolg gaat de rechtbank in op de beoordeling van de overige verzoeken die door partijen aan haar zijn voorgelegd.
4.2.
Verzoekers hebben het ontslag van commissaris [naam 9] verzocht op de voet van het bepaalde in art. 2:298 lid 4 BW Pro. Dat aanvullende verzoek hebben zij tot de rechtbank gericht kort voor de mondelinge behandeling, als gevolg waarvan [naam 9] niet meer tijdig voor de zitting opgeroepen kon worden. Dit verzoek zal in een later stadium behandeld worden, op een nader te bepalen datum. Hierna zal het dus gaan om het verzochte ontslag van de bestuurders.
4.3.
Het verzoek van de erfgenamen tot ontslag van [verweerders] als bestuurders van de Stichting is gegrond op artikel 2:298 lid 1 BW Pro. De rechtbank kan een bestuurder van een stichting ontslaan wegens (voor zover in dit geval relevant):
  • verwaarlozing van zijn taak;
  • andere gewichtige redenen;
  • ingrijpende wijzigingen in de omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.
4.4.
De erfgenamen hebben feiten en omstandigheden aangedragen die in hun visie het ontslag van de bestuurders op een of meer van deze gronden zou rechtvaardigen. [verweerders] betwisten de stellingen van verzoekers. De tijdelijke bestuurder verzoekt het ontslagverzoek aan te houden en hem op te dragen nader onderzoek te doen naar de feiten en omstandigheden om op basis van een compleet beeld te kunnen oordelen over het eventuele ontslag van de bestuurders. De tijdelijke bestuurder heeft tijdens de mondelinge behandeling kenbaar gemaakt dat hij vooralsnog niet twijfelt aan de integriteit van de bestuurders maar er nog verschillende vragen beantwoord moeten worden waarvoor nader onderzoek noodzakelijk is.
4.5.
De rechtbank stelt voorop dat ontslag van de bestuurders van een stichting een ingrijpende sanctie is die met terughoudendheid behoort te worden toegepast. Er zijn aanwijzingen dat de bestuurders zijn tekortgeschoten in de vervulling van hun taak op grond waarvan een ontslag mogelijk gerechtvaardigd is. In dit verband wijst de rechtbank bijvoorbeeld op het aanstellen van [naam 9] als commissaris, die als zodanig toezicht zou moeten houden op het bestuur waarvan zijn oudere broer de voorzitter is. Verder hebben de bestuurders mogelijk hun functie op verzoek van een of meer verzoekers ter beschikking willen stellen tegen een financiële vergoeding. Verder speelt nog de vraag welke activa precies toebehoren aan de stichting en voor zover activa aan de stichting toebehoren, of de bestuurders zich wel naar behoren hebben ingespannen die activa in de macht van de Stichting te brengen. Verzoekers dragen ter onderbouwing van hun ontslagverzoek aan dat de communicatie van de bestuurders ernstig te wensen overlaat, en ook de tijdelijke bestuurder heeft kenbaar gemaakt dat het moeilijk is gebleken contact te krijgen en te onderhouden met [verweerders] Er zijn, kortom, omstandigheden die er op kunnen duiden dat de bestuurders hun taak niet naar behoren vervullen. De rechtbank acht het echter bij de huidige stand van zaken, gelet op de gemotiveerde betwisting van de bestuurders, te vroeg om een oordeel te vellen over het verzoek tot ontslag van [verweerders] De rechtbank is daarom, met de tijdelijke bestuurder, van oordeel dat meer onderzoek naar de relevante feiten en omstandigheden nodig is om te kunnen beslissen over het ontslagverzoek en (na een ontslag) de in aanmerking te nemen behoeften van de Stichting wanneer – zoals verzocht – nieuwe bestuurders moeten worden benoemd.
4.6.
De rechtbank zal een nadere voorlopige voorziening treffen die eruit bestaat dat de huidige tijdelijke bestuurder wordt opgedragen (nader) onderzoek te doen. Tot de taak van de tijdelijke bestuurder zal tevens gaan behoren het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de Stichting, in het licht van het verzoek tot ontslag van de bestuurders. Bij dit onderzoek dient de tijdelijke bestuurder zoveel als mogelijk en passend in een geval als dit, de bepalingen in acht te nemen zoals opgenomen in de Leidraad voor onderzoekers in enquêteprocedures (te raadplegen op www.rechtspraak.nl). Het onderzoek zal zich met name moeten richten op:
  • het inventariseren van de status van de Stichting, in het bijzonder een inventarisatie van de belangrijkste (vermogens)bestanddelen die haar toebehoren c.q. onder het beheer van de Stichting (zouden moeten) vallen;
  • de wijze waarop de bestuurders zijn omgegaan met de aanspraken van de erfgenamen op de (certificaten van de) aandelen en hun daaruit voortkomende rechten, waaronder die op informatie;
  • de bedoeling die erflater met de Stichting heeft gehad, gelet op de oprichtingsdocumenten waaronder de oprichtingsakte, de administratievoorwaarden, de ‘letter of wishes’ en het testament van erflater, voor welke generatie(s) erflater zijn nalatenschap heeft willen conserveren en welke consequenties dit zou moeten hebben voor de governance van de Stichting;
  • de (vermeende) bereidheid van de bestuurders om hun positie tegen een financiële vergoeding af te staan en de motieven die daarbij een rol speelden;
  • de juiste governance in de Stichting en de gewenste achtergrond c.q. deskundigheid van het bestuur (en van de commissarissen) mede in het licht van de bedoeling van de erflater met het onderbrengen van (delen van) zijn vermogen in de Stichting.
4.7.
De bestuurders, de (geschorste) commissaris en de verzoekers zullen de tijdelijke bestuurder zowel voor wat betreft zijn tijdelijke bestuurstaak als voor wat betreft zijn onderzoek tijdig en onverkort hebben te voorzien van de door hem gewenste informatie.
4.8.
De taak die de tijdelijke bestuurder bij beschikking van 13 juni 2025 heeft gekregen wordt gewijzigd en wel zo dat hij bij alle besluiten van het bestuur van de Stichting een beslissende stem heeft. De tijdelijke bestuurder krijgt voorts het recht de Stichting zelfstandig te vertegenwoordigen; de andere bestuurders kunnen geen vertegenwoordigingshandelingen verrichten zonder zijn medewerking.
4.9.
De rechtbank bepaalt verder dat de kosten van het onderzoek door de Stichting gedragen zullen worden. De Stichting moet, op verzoek van de tijdelijke bestuurder, zekerheid stellen voor deze kosten.
4.10.
Van de resultaten van het onderzoek zal de tijdelijke bestuurder uiterlijk drie maanden na de datum van deze beschikking een schriftelijk verslag opmaken. Nadien zal de mondelinge behandeling worden voortgezet, waartoe ook [naam 9] opgeroepen zal (moeten) worden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
bepaalt dat de bevoegdheden van de tijdelijke bestuurder die hem zijn verleend bij beschikking van 13 juni 2025 in die zin worden uitgebreid, dat hij bij alle besluiten van het bestuur van de Stichting een beslissende stem heeft, waarbij hij het recht heeft de Stichting zelfstandig te vertegenwoordigen en de andere bestuurders geen vertegenwoordigingshandelingen kunnen verrichten zonder zijn medewerking;
5.2.
bepaalt dat de tijdelijke bestuurder binnen drie maanden na de dag van deze beschikking verslag doet van zijn onderzoek, zoals uiteengezet in overweging 4.6 van deze beschikking;
5.3.
bepaalt dat de kosten van de tijdelijke bestuurder (ook in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek) door de Stichting gedragen zullen worden en hiervoor op verzoek van de tijdelijke bestuurder zekerheid gesteld moet worden;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
3425