ECLI:NL:RBDHA:2026:3856

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
NL25.54562
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 6 november 2025.

Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, locatie Groningen, en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 februari 2026 behandeld in aanwezigheid van verzoeker, diens echtgenote, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Op 26 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dit ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten - Boon, en is gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54562

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 6 november 2025 afgewezen.
2. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 februari 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van verzoeker. [1] Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de echtgenote van verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.54561, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.54561.