ECLI:NL:RBDHA:2026:3863
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 6 november 2025.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 12 februari 2026 behandeld, waarbij partijen en hun gemachtigden aanwezig waren.
Op 26 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan over het beroep en dit ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten - Boon, en is gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen nadat het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning ongegrond is verklaard.