Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 453,50 te willen vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Hierdoor hebben verzoekers hun beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat de minister met het alsnog nemen van het besluit aan verzoekers tegemoet is gekomen. Daarom dient de minister de proceskosten van verzoekers te vergoeden. De minister had een vergoeding van € 453,50 aangeboden, maar de rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467,00, het normbedrag voor 2026.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoekers kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,00 aan proceskosten aan verzoekers.