ECLI:NL:RBDHA:2026:3920

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696229 / JE RK 25-2137
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens onvoldoende stabiele thuissituatie

De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen tot 28 juli 2026, waarvan zes maanden direct en zes maanden aangehouden voor een later toetsmoment. De kinderen wonen bij hun ouders, waarbij de moeder eenhoofdig ouderlijk gezag heeft. Tijdens de zitting gaf de kinderrechter de kinderen gelegenheid hun mening te uiten, met toestemming van twee van hen.

De moeder stemde in met de verlenging en gaf aan dat de kinderen, met name de oudste, rustiger zijn geworden en beter functioneren op school. De vader heeft sinds september 2025 een baan en heeft zijn behandeling voor alcoholverslaving afgerond, wat bijdraagt aan meer rust in het gezin. Ondanks deze positieve ontwikkelingen constateerde de kinderrechter dat de onderliggende patronen in het gezin nog niet zijn doorbroken, waardoor de situatie op langere termijn onvoldoende veilig en stabiel is.

De kinderrechter besloot daarom de ondertoezichtstelling met zes maanden te verlengen en het resterende verzoek aan te houden voor een toetsmoment over zes maanden. De gecertificeerde instelling werd verzocht een schriftelijke update te geven over de voortgang. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wordt verlengd met zes maanden vanwege onvoldoende doorbroken problematische patronen in het gezin.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/696229 / JE RK 25-2137
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 3] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders,
gezamenlijk wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 december 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • [naam] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter, met toestemming van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , samengevat wat zij hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. De kinderrechter heeft tijdens de zitting niet samengevat wat [de minderjarige 3] tijdens het gesprek heeft verteld, omdat zij hier geen toestemming voor heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn erkend door de vader.
2.2.
De moeder is eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen wonen bij de ouders.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 januari 2025 [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 28 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar, waarvan zes maanden wordt aangehouden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder stemt in met het verzochte. Er is een verandering zichtbaar in het gedrag van [de minderjarige 1] . Hij is rustiger geworden en gaat naar school. Hij begrijpt dat er consequenties verbonden zijn aan zijn gedrag. De uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in het vrijwillig kader heeft veel impact op hem gehad, waar hij nog steeds last van heeft. Hij vertrouwt mensen niet meer en is bang dat hij weer uit huis wordt geplaatst als hij zich niet goed gedraagt. Ook [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn moe van alle hulpverlening. De relatie tussen de vader en de moeder gaat goed. De vader heeft sinds september 2025 een baan, waardoor er meer rust is gekomen thuis en geen sprake meer is van escalaties. Ook heeft de vader het behandelingstraject voor zijn alcoholverslaving bij de Brijder afgerond. De moeder vindt het fijn als de ondertoezichtstelling nog doorloopt en de jeugdbeschermer nog betrokken blijft, zodat de hulp vanuit 10voorToekomst nog voortgezet kan worden om de thuissituatie nog stabieler te maken, zodat de ouders het na verloop zelf kunnen gaan doen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
Uit de stukken en de zitting is gebleken dat het gezin in de afgelopen periode een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De kinderrechter complimenteert hen hiervoor. Het is in de thuissituatie rustiger geworden, wat ook merkbaar is in het gedrag van de kinderen. Het gaat goed met [de minderjarige 1] sinds hij naar het voortgezet onderwijs gaat. Hij heeft daar een goede start heeft gemaakt. Ook bij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] lijkt er geen sprake meer te zijn van de concentratieproblemen op school, maar dit blijft wel een aandachtspunt. Verder is de relatie tussen de ouders ook verbeterd. De kinderrechter stelt vast dat, ondanks dat nu sprake is van een rustigere periode, de patronen nog niet zijn doorbroken, waardoor de situatie nog onvoldoende veilig en stabiel is voor de kinderen op de langere termijn. Het gezin heeft in het verleden goede en slechte periodes gekend, waarbij de ouders in de goede periodes geen hulpvraag hebben gehad, terwijl in de slechte periodes sprake is geweest van ernstige spanningen en conflicten tussen de ouders en de kinderen hierbij aanwezig waren. De hulpvraag van de ouders was toen groot en het lukte hen niet om gezamenlijk op een passende manier vorm te geven aan de opvoeding van de kinderen. Het is daarom van belang dat de jeugdbeschermer nog betrokken blijft zodat het gezin voldoende kan profiteren van de ingezette hulpverlening, waaronder 10voorToekomst, en de positieve verandering bestendigd kan worden, zodat de kinderen op langere termijn zullen opgroeien in een veilige opvoedsituatie.
5.3.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] verlengen voor de duur van zes maanden, en het verzoek voor het overige aanhouden zoals verzocht, zodat over zes maanden een toetsmoment kan plaatsvinden.
5.4.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling om
twee wekenvoor de nader te bepalen zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en aan alle belanghebbenden toe te sturen, met daarin een bericht of het huidig verzoek wordt gehandhaafd en, als dat het geval is, informatie over hoe de afgelopen maanden zijn verlopen.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] tot 28 juli 2026;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen
voor 28 juli 2026, bij voorkeur bij mr. N.B. Haverhoek;
6.3.
vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • de gecertificeerde instelling;
  • de moeder;
  • de vader;
  • [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voor het kindgesprek.
6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.