De rechtbank Den Haag heeft op 27 januari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de maatregel voor zes maanden, met onmiddellijke uitvoerbaarheid. De minderjarige woont bij de moeder, die samen met de vader het ouderlijk gezag heeft. De vader was opgeroepen maar niet verschenen.
Uit de procedure bleek dat de minderjarige en haar moeder positieve ontwikkelingen hebben doorgemaakt dankzij therapie, gezinscoaching en opvoedondersteuning. De minderjarige is zich bewuster van haar gevoelens en heeft meer zelfvertrouwen gekregen. De contactmomenten met de vader verlopen goed en de minderjarige heeft regie over deze contacten.
Ondanks deze vooruitgang zijn er nog zorgen over de schoolgang van de minderjarige. Zij volgt nog steeds extra begeleiding om achterstanden in te halen en kampt met vermoeidheid, wat leidt tot te laat komen op school. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om de situatie te monitoren en de hulpverlening geleidelijk af te bouwen.
De kinderrechter besloot de ondertoezichtstelling te verlengen tot 31 juli 2026 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na verzending of kennisname.