ECLI:NL:RBDHA:2026:3928

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696284 / JE RK 25-2141
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens blijvende zorgen over veiligheid en ontwikkeling

De rechtbank Den Haag heeft op 27 januari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2010 en 2012. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar, vanwege aanhoudende spanningen en gedragsproblemen, waaronder agressie en veiligheidszorgen op school.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de moeder, haar advocaat, vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling en de gezinsbegeleider aanwezig. De vader was niet aanwezig, hoewel correct opgeroepen. De kinderrechter sprak met een van de minderjarigen en betrok diens mening in de beoordeling.

De moeder voerde verweer en stelde dat de situatie stabiel is en dat er geen juridische grondslag meer is voor verlenging. De kinderrechter erkende positieve ontwikkelingen en stabilisatie binnen het gezin, mede dankzij hulpverlening, maar constateerde dat er nog steeds substantiële zorgen zijn over de emotieregulatie en veiligheid van de kinderen.

De kinderrechter oordeelde dat de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling noodzakelijk blijft om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen en verlengde de ondertoezichtstelling met zes maanden. Tevens werd de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de verdere behandeling aangehouden tot een nader te bepalen zitting.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd met zes maanden en de beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/696284 / JE RK 25-2141
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over;
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S.O. Zengin uit Den Haag
Edward [de minderjarige 1] Woodward,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 december 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
  • mevrouw [naam 3] , de gezinsbegeleider.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter, met toestemming van [de minderjarige 1] , samengevat wat hij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn erkend door de vader.
2.2.
De moeder is eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.3.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 juli 2025 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 28 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn de afgelopen jaren opgegroeid in een gezin waarin sprake was periodes met veel spanningen, conflicten en wisselende beschikbaarheid van de ouders. Deze ervaringen werken nog steeds door in hun gedrag en ontwikkeling. Bij [de minderjarige 1] is sprake van terugkerende conflicten en moeite met het reguleren van boosheid, waarbij zijn gedrag regelmatig escaleert naar fysiek geweld. Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat de school een e-mail heeft gestuurd waarin er zorgen worden geuit over het gedrag van [de minderjarige 1] op school, ondanks dat zijn werkhouding over het algemeen goed is. Er is sprake van verzuim van gemiddeld één dag per week. Daarnaast kan [de minderjarige 1] agressief gedrag op school laten zien, dat plotseling opkomt. Hierbij reageert hij zich vooral af op spullen, en tafels en stoelen. Dit brengt ook de veiligheid van de andere leerlingen in gevaar. [de minderjarige 1] heeft intensieve ondersteuning nodig op het gebied van emotieregulatie, het hanteren van grenzen en het verwerken van eerdere belastende ervaringen. Bij [de minderjarige 2] bestaan er zorgen over haar emotionele en fysieke veiligheid, mede naar aanleiding van het verspreiden van foto’s van haar. Ook [de minderjarige 2] heeft ondersteuning nodig bij het herkennen en bewaken van grenzen, emotieregulatie en het verwerken van wat zij heeft meegemaakt. De moeder wil het beste voor de kinderen, maar het lukt haar nog niet om structureel een stabiel en voorspelbaar opvoedklimaat te bieden. De vader richt zich momenteel voornamelijk op zijn eigen herstel. De ingezette hulpverlening, waaronder 10voorToekomst, heeft bijgedragen aan stabilisatie en verbetering binnen het gezin. Om toe te komen naar een duurzame doorbreking van de langdurige gezinspatronen is, naast een langere periode van stabiele omstandigheden, behandeling van de moeder en de kinderen noodzakelijk. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn aangemeld bij het FAST-traject bij De Waag. Dat kan binnenkort starten.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzochte. De moeder geeft aan dat zij geen grote zorgen heeft over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Het gaat goed met de kinderen en zij functioneren goed op school. De moeder geeft aan dat het ook met haar goed gaat. De afgelopen periode is de thuissituatie stabiel en rustig. De moeder geeft aan dat zij en de kinderen openstaan voor het hulpverleningstraject bij de Waag. Zij is blij dat er op korte termijn een intake gesprek gepland zal worden. De moeder stelt zich op het standpunt dat er op dit moment geen juridische grondslag meer is voor het verlengen van de ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling verlengen om enkel de veiligheid te monitoren is onvoldoende. Daarnaast kan, wegens het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer, geen praktische invulling worden gegeven aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De moeder staat voor alle hulpverlening open en werkt hieraan mee. De thuissituatie is op dit moment stabiel. Mocht het in de toekomst misgaan, dan zijn er voldoende instanties die aan de bel kunnen trekken.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
De kinderrechter ziet dat er de afgelopen tijd positieve veranderingen in het gezin hebben plaatsgevonden. Sinds [de minderjarige 1] weer thuis woont, lukt het hem om zich terug te trekken als hij boos wordt, waardoor er thuis geen escalaties plaatsvinden. De moeder laat zien dat zij meer consequent grenzen stelt dan voorheen, wat voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] meer duidelijkheid geeft. De ingezette hulpverlening van 10voorToekomst heeft flink bijgedragen aan de stabilisatie van het gezin. Het afgelopen jaar is er slechts vier maanden een jeugdbeschermer bij het gezin betrokken geweest. Op dit moment is er geen jeugdbeschermer betrokken. Het is dan ook heel knap dat het gezin grotendeels op eigen kracht de positieve veranderingen teweeg heeft gebracht. De kinderrechter ziet echter ook dat de hulpverlening vooralsnog voornamelijk gericht is geweest op de praktische ondersteuning. Om te komen tot een duurzame doorbreking van de gezinspatronen is ook behandeling van de moeder en de kinderen nodig. Uit de stukken en de zitting is gebleken dat er nog steeds zorgen over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn. Met name bij [de minderjarige 1] bestaan er nog zorgen over zijn emotieregulatie en agressieregulatie. [de minderjarige 1] kan op momenten op school nog agressief gedrag laten zien, waarbij hij met spullen gooit en fysiek reageert. Het is van belang dat [de minderjarige 1] hier hulp bij krijgt om te leren zijn emoties beter te reguleren. Daarnaast zijn er nog zorgen over de emotionele en fysieke veiligheid van [de minderjarige 2] . Het is van belang dat er ook voor [de minderjarige 2] nog hulpverlening wordt ingezet zodat zij ondersteund wordt bij het leren herkennen en bewaken van grenzen, emotieregulatie en het verwerken van wat zij heeft meegemaakt. Het intakegesprek voor het FAST-traject voor het gezin zal op korte termijn worden ingepland. De gecertificeerde instelling verwacht dat de jeugdbeschermer binnen twee maanden weer bij het gezin betrokken kan zijn. Hoewel de moeder op de zitting heeft aangegeven dat zij meewerkt aan alle hulpverlening en ook bereid is om dit in de toekomst te blijven doen, is de kinderrechter van oordeel dat overdracht naar het vrijwillig kader op dit moment te vroeg is. De positieve ontwikkelingen zijn nog pril en de kinderrechter is van oordeel dat de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling nog noodzakelijk is, om de ontwikkeling en de veiligheid van de kinderen te waarborgen en om de ingezette en de nog op te starten hulpverlening te monitoren. De regie is noodzakelijk om te voorkomen dat de positieve ontwikkelingen stagneert of terugvalt. De kinderrechter vindt het daarnaast belangrijk dat de hulp van 10voorToekomst wordt voortgezet, zodat het gezin niet weer met nieuwe hulpverleners te maken gaat krijgen. Dat zal de positieve ontwikkelingen van het afgelopen jaar niet goed doen.
5.3.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengen. Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter echter aanleiding om de ondertoezichtstelling voor een kortere duur van zes maanden te verlengen. Het verzoek zal voor het overige worden aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
5.4.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling om twee weken voor de nader te bepalen zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en aan alle belanghebbenden toe te sturen, met daarin een bericht of het huidig verzoek wordt gehandhaafd en, als dat het geval is, informatie over hoe de afgelopen maanden zijn verlopen.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 28 juli 2026;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen voor 28 juli 2026, bij voorkeur bij mr. N.B. Haverhoek;
6.3.
vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • de gecertificeerde instelling;
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
  • [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor het kindgesprek.
6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.