ECLI:NL:RBDHA:2026:3941

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/09/698241 / HA RK 26-55
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:23c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening vereffening ontbonden vennootschap voor doorhaling hypotheekrecht

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot heropening van de vereffening van de ontbonden vennootschap [bedrijfsnaam] B.V. De verzoeker, voormalig enig aandeelhouder en bestuurder, wenst de woning vrij van het hypotheekrecht te kunnen leveren. De hypotheekrechtelijke vordering is voldaan door verrekening bij ontbinding, maar de doorhaling van het hypotheekrecht is destijds verzuimd.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 2:23c BW de vereffening kan worden heropend indien na het ophouden van het bestaan van de rechtspersoon een belanghebbende opkomt. Hoewel er geen bate meer is, is heropening met een analoge toepassing van dit artikel mogelijk om de doorhaling van het hypotheekrecht te realiseren.

Tijdens de mondelinge behandeling werd bevestigd dat de vennootschap is ontbonden en opgehouden te bestaan, al blijkt dit niet uit het handelsregister. De verzoeker wordt als belanghebbende erkend en benoemd tot vereffenaar. De rechtbank wijst het verzoek om de verzoeker zelf in de proceskosten te veroordelen af.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 30 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank heropent de vereffening van de ontbonden vennootschap en benoemt de verzoeker tot vereffenaar om doorhaling van het hypotheekrecht mogelijk te maken.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/698241/ HA RK 26-55
Beschikking van 30 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker], te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaten: mrs. M.M. van den Boomen en R.B. van Beem.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 20 januari 2026 van de rechtbank Limburg.
1.2.
Op 29 januari 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling. Hierbij was de heer H.M. Wenting aanwezig, bijgestaan door mr. Van Beem.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1.
Het verzoek strekt tot het heropenen van de vereffening van de ontbonden rechtspersoon [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: de vennootschap) op grond van artikel 2:23c BW met benoeming van verzoeker tot vereffenaar.
2.2.
Aan het verzoek is het volgende ten grondslag gelegd. Verzoeker wenst de woning aan de [adres] (hierna: de woning) te verkopen. Op de woning rust nog een hypotheekrecht ten behoeve van de vennootschap. Verzoeker stelt dat de vordering waarvoor het hypotheekrecht tot zekerheid strekte, zijnde een geldlening van € 205.000,-, is voldaan door verrekening ten tijde van de ontbinding van de vennootschap. Volgens verzoeker is destijds verzuimd de inschrijving van het hypotheekrecht door te halen. De vennootschap is op 30 december 2009 uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Om de woning vrij van het hypotheekrecht te kunnen leveren, wordt heropening van de vereffening van de vennootschap verzocht.
2.3.
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 2:23c Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat indien na het tijdstip waarop een rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening kan heropenen en zo nodig een vereffenaar kan benoemen. Naar het oordeel van de rechtbank kan de heropening van de vereffening met een analoge toepassing van artikel 2:23c lid 1 BW ook worden bevolen in een geval als het onderhavige, waarin het tijdelijk herleven van de rechtspersoon is vereist om doorhaling van het hypotheekrecht te realiseren, terwijl er geen bate meer is nu de vordering tot zekerheid waarvan het hypotheekrecht strekte niet meer bestaat.
2.4.
De noodzaak van de heropening is voldoende duidelijk geworden. Tijdens de mondelinge behandeling is tevens duidelijk geworden dat de vennootschap is ontbonden en heeft opgehouden te bestaan, al blijkt dit laatste niet uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarbij kan verzoeker, naar het oordeel van de rechtbank, als voormalig enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschap en als eigenaar van de woning, op grond van artikel 2:23c BW als belanghebbende worden aangemerkt. Gelet daarop zal de rechtbank overgaan tot heropening van de vereffening van de vennootschap en benoeming van verzoeker tot vereffenaar, aangezien er tegen zijn benoeming geen bezwaren zijn gebleken.
Proceskostenveroordeling
2.5.
De rechtbank heeft kennis genomen van het wonderlijke verzoek om verzoeker zelf te veroordelen in de kosten van deze procedure. De rechtbank acht het niet nodig op dat verzoek te beslissen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
heropent de vereffening van het vermogen van [bedrijfsnaam] B.V., laatstelijk gevestigd te [plaats] ;
3.2.
benoemt tot vereffenaar de heer [verzoeker] ;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.type: 3384