ECLI:NL:RBDHA:2026:3944

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
AWB 25-12179
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VwBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitstel van vertrek vreemdeling

Verzoekster diende op 4 juli 2022 een aanvraag in voor verlening van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister wees dit verzoek af bij besluit van 1 september 2022 en handhaafde deze afwijzing bij besluit van 27 januari 2023. Verzoekster stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 17 december 2025 in zitting, waarbij zowel verzoekster, haar gemachtigde, een deskundige van verzoekster als de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Op 27 februari 2026 deed de rechtbank uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer AWB 23/870) en verklaarde het beroep gegrond.

Gezien de gegrondverklaring van het beroep achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Tevens veroordeelde de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,-, voor de kosten die verzoekster heeft gemaakt met het indienen van het verzoekschrift.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/12179

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 februari 2026 in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

Samenvatting

1. Verzoekster heeft op 4 juli 2022 een aanvraag ingediend voor verlening van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw [1] . De minister heeft met het besluit van 1 september 2022 dit verzoek afgewezen. Met het besluit van 27 januari 2023 is de minister bij de afwijzing gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep [2] ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep van verzoekster,
op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar gemachtigde, een deskundige van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/870, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
De rechtbank ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in dit verband heeft gemaakt met het indienen van haar verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 934,-. [3]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, op 27 februari 2026, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.AWB 23/870.
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift.