ECLI:NL:RBDHA:2026:3959

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696181 / KG ZA 25-1239
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:162 BWArt. 7:204 BWArt. 7:205 BWArt. 7:213 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming huurwoning wegens overlast en huurachterstand

Metterwoon Vastgoed B.V. vordert ontruiming van een huurwoning vanwege overlast veroorzaakt door de huurder en een aanzienlijke huurachterstand. De huurder wordt verweten onder meer vandalisme, bedreigingen, geluidsoverlast en agressief gedrag, wat leidt tot een onveilige situatie voor omwonenden.

De voorzieningenrechter stelt vast dat er voldoende aannemelijk is gemaakt dat de huurder tekortschiet in zijn verplichtingen als goed huurder, mede door de vele klachten van omwonenden en politie meldingen. Daarnaast is sprake van een huurachterstand die meer dan twee maanden huur bedraagt.

Gezien de ernst van de overlast en de huurachterstand wordt de vordering tot ontruiming toegewezen met een termijn van twee maanden na betekening van het vonnis. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en de lopende huur tot het moment van ontruiming, alsmede de proceskosten.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee maanden wegens ernstige overlast en huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel – voorzieningenrechter
Zaak- / rolnummer: C/09/696181 / KG ZA 25-1239
Vonnis in kort geding van 12 februari 2026
in de zaak van
Metterwoon Vastgoed B.V.te Den Haag,
eiseres,
advocaat: mr. G.J. Kerver,
tegen
[gedaagde]te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. J-F. Grégoire.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Metterwoon’ en ‘ [gedaagde] ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 december 2025 met producties 1 tot en met 25;
- de aanvullende producties 26 tot en met 29 van Metterwoon;
- de op 6 februari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij namens [gedaagde] pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Op 12 februari 2026 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan.
Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 26 februari 2026.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Metterwoon is sinds 2016 eigenaar van de woonruimte gelegen aan de [adres] (hierna: het gehuurde). Op 15 oktober 2024 heeft Metterwoon met [gedaagde] een schriftelijke huurovereenkomst gesloten voor het gehuurde. De huidige huurprijs bedraagt € 829,84.
2.2.
[gedaagde] heeft in 2008 reeds van Metterwoon een ander appartement gehuurd. Tijdens die huurperiode ontving Metterwoon overlastmeldingen van omwonenden. Voor aanvang van de huurovereenkomst van oktober 2024 heeft daarom tussen Metterwoon en [gedaagde] een gesprek plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek heeft [gedaagde] te kennen gegeven zich in een nieuwe levensfase te bevinden waarbij hij overdag aan het werk is.
2.3.
Na aanvang van de huurovereenkomst van 15 oktober 2024 heeft Metterwoon op
17 november 2024 voor het eerst klachten van omwonenden over [gedaagde] ontvangen. Eind november 2024 is geconstateerd dat de buitenmuur van het gehuurde was bespoten met graffiti. Op 10 december 2024 heeft Metterwoon [gedaagde] per brief in de gelegenheid gesteld om de schade aan de buitenmuur op eigen kosten te verhelpen en [gedaagde] tevens verzocht de overlast te stoppen. [gedaagde] heeft de schade aan de buitenmuur inmiddels hersteld.
2.4.
Na het voorjaar van 2025 ontving Metterwoon wederom (anonieme) klachten van omwonenden over overlast veroorzaakt door [gedaagde] , bestaande uit bedreigingen en poging tot inbraak. Op 11 augustus 2025 heeft Metterwoon [gedaagde] per brief gesommeerd om zijn gedragingen per direct te staken. Op 22 augustus 2025 ontving Metterwoon wederom een klacht over [gedaagde] van een omwonende. Daarna, in september 2025, volgenden nieuwe klachten over geluidsoverlast veroorzaakt door [gedaagde] , waarbij omwonenden te kennen gaven zich bedreigd en onveilig te voelen.
2.5.
Op 10 oktober 2025 heeft Metterwoon [gedaagde] per brief voorgesteld om de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Naar aanleiding van deze brief heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen Metterwoon en [gedaagde] en heeft [gedaagde] geïnformeerd of Metterwoon bereid was een zogenaamde laatste kans overeenkomst met hem te sluiten. In navolging daarop heeft Metterwoon op 7 november 2025 een laatste kans overeenkomst naar [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft vervolgens telefonisch laten weten de overeenkomst niet te zullen ondertekenen.
2.6.
Op 15 november 2025 is [gedaagde] aangehouden op verdenking van mishandeling van zijn (ex-)partner in het gehuurde. Omwonenden zijn daarbij getuige geweest van het geschreeuw en de dreigementen van [gedaagde] . Op 19 november 2025 heeft Metterwoon het aanhangig maken van een kort geding aan [gedaagde] aangekondigd en hem nogmaals verzocht zijn gedragingen te staken.
2.7.
In de tussentijd heeft [gedaagde] meerdere keren de huur niet (volledig) voldaan, waardoor een huurachterstand is ontstaan.
2.8.
Op 29 december 2025 is de dagvaarding aan [gedaagde] betekend.

3.Het geschil

3.1.
Metterwoon vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde] te veroordelen om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, dan wel binnen een termijn die de voorzieningenrechter redelijk acht, te verlaten en te ontruimen met het zijne en de zijnen, met afgifte van de sleutels op het kantooradres van Metterwoon;
[gedaagde] te veroordelen om aan Metterwoon tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:
a. de achterstallige huur van € 1.766,18 (berekend tot en met december 2025), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:199 BW Pro, berekend vanaf de respectievelijke vervaldata tot aan de dag der algehele voldoening;
b. het bedrag aan huur van € 829,84 per maand vanaf 1 januari 2026, een reeds ingegane maand voor een hele gerekend, tot aan het moment dat [gedaagde] het gehuurde met het zijne en de zijnen heeft ontruimd;
3. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro.
3.2.
Daartoe voert Metterwoon – samengevat – het volgende aan. [gedaagde] veroorzaakt sinds aanvang van de huurovereenkomst overlast, in de vorm van vandalisme, bedreiging, intimidatie en geluidsoverlast. Omwonenden voelen zich geïntimideerd en onveilig en Metterwoon ontvangt voortdurend klachten. De handelingen van [gedaagde] zijn in strijd met artikel 12.4 van de huurovereenkomst en artikel 14.1 en 14.3 van de Algemene bepalingen. Bovendien handelt [gedaagde] in strijd met artikel 7:213 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Wat dat betreft ziet goed huurderschap ook op zorg voor de woonomgeving/medehuurders. Meerdere gesprekken en sommaties hebben niet tot een gedragswijziging geleid. Op grond van artikel 7:204 jo Pro. 7:205 BW rust op Metterwoon als verhuurder jegens haar huurders de plicht om voor een veilige en rustige leefomgeving te zorgen. Op grond van de maatschappelijke betamelijkheid ex artikel 6:162 BW Pro geldt die plicht voor Metterwoon ook jegens niet-huurders. Metterwoon heeft zodoende een wezenlijk belang bij beëindiging van de huurovereenkomst met [gedaagde] om zo de rust binnen het portiek en de omgeving te herstellen. De gedragingen van [gedaagde] bieden reeds op zichzelf voldoende grond voor ontruiming van het gehuurde, maar zeker in samenhang met de huidige huurachterstand bezien.
3.3.
[gedaagde] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
In kort geding kan een vordering tot ontruiming van een woning slechts worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter op basis van hetzelfde feitencomplex tot ontbinding van de huurovereenkomst en de daarmee samenhangende ontruiming zal overgaan. Ontbinding en de daarmee samenhangende ontruiming zijn mogelijk wanneer sprake is van een tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen, tenzij de tekortkoming de ontbinding en in dit geval ontruiming niet rechtvaardigt. Ook dient rekening te worden gehouden met de belangen van partijen.
4.2.
Uit de wet, de huurovereenkomst en toepasselijke algemene bepalingen volgt dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen. In de algemene bepalingen is eveneens opgenomen dat [gedaagde] bij het gebruik van het gebouw waarvan het gehuurde deel uitmaakt, geen hinder of overlast mag veroorzaken. Volgens Metterwoon is daarentegen sprake van ernstige en structurele overlast en schiet [gedaagde] daarmee tekort in zijn verplichting om zich als goed huurder te gedragen en rechtvaardigt deze tekortkoming ontruiming van het gehuurde. Daarbij komt dat sprake is van een huurachterstand die alsnog door [gedaagde] moet worden betaald.
4.3.
Ter zitting heeft [gedaagde] – kort gezegd – betwist dat hij overlast veroorzaakt, althans dat hij overlast veroorzaakt die de gevorderde ontruiming rechtvaardigt. Volgens [gedaagde] zijn de geuite klachten en beschuldigingen (gedeeltelijk) onjuist en in zijn ogen ligt de situatie anders. Anders dan Metterwoon stelt zou [gedaagde] geen buren hebben bedreigd, geen tegels en/of brievenbussen kapot hebben gemaakt, geen poging tot inbraak hebben ondernomen en niet opzettelijk een ruit hebben vernield. Hoewel hij erkent dat hij een fikse ruzie heeft (gehad) met één van zijn buren (de buurman wonend op nummer 99), er door de zoon van zijn vriendin graffiti op de buitenmuur van het gehuurde is gespoten en er inderdaad op 15 november 2025 tussen [gedaagde] en zijn vriendin een incident is voorgevallen waarbij ruzie is gemaakt en geweld is gebruikt en naar aanleiding waarvan [gedaagde] door de politie is gearresteerd, herkent hij zich niet in het beeld dat Metterwoon van hem schetst.
4.4.
De voorzieningenrechter constateert dat er door Metterwoon diverse (anonieme) klachten en/of verklaringen van omwonenden zijn overgelegd waarin zij aangeven dat [gedaagde] overlast veroorzaakt en dat de omwonenden zich daardoor bedreigd en onveilig voelen. In de melding van 17 november 2024 is bijvoorbeeld onder meer te lezen [1] :
“De nieuwe buurman op huisnr 85 bezorgt behoorlijke overlast (voor meerdere buren). Ik heb contact gezocht,en steeds belooft hij beterschap, maar het escaleert. Vannacht werd ik wakker omdat er iemand met een breekijzer de tegels op de binnenplaats stuk sloeg (ik heb foto’s). Dit grenst aan mijn slaapkamer. Ook staat er graffiti op de muur daar (ook foto van). Volgens hem doet hij dat niet, maar de dochter van zijn vriendin die in een “bende” zit. Hij geeft aan dat de jongen wel iets op de muren mocht sprayen, maar geen: ”Jay fuck you”. Zeggen dat ik politie bel, heeft geen nut, want zegt hij: "ik ben niet bang van de politie””
Ook vanaf medio 2025 kwamen er meldingen van diverse omwonenden binnen die dreiging en agressie vanuit [gedaagde] en een gevoel van onveiligheid omschrijven:
“Ik wil een klacht indienen over buurman [gedaagde] van [adres] hier op het portiek. Vandaag voor de zoveelste keer politie hier vanwege hem, en zijn dreigementen (nu aan buurman van 99). Hij schreeuwt, vloekt en trapt tegen deuren, en schreeuwt en dreigt vrolijk door, terwijl de politie erbij is. Ik heb zo nodig een screenshot waarin hij de
buurman via whatsapp bedreigt. We voelen ons niet veilig meer sinds hij hier woont.” [2]
“Vannacht was het weer raak met de buurman. De hele avond luid aan het praten, aan het schelden. Vannacht om 3 uur zat ik rechtop in bed omdat hij bij iedereen op het portiek aanbelde. Ik heb geprobeerd de politie te bellen, maar er was een wachtrij. Bijgevoegd het bericht dat ik aan de wijkagent en de buurvrouw heb gestuurd. Vanmorgen zag ik dat zijn raam was ingegooid, vermoedelijk door hem zelf. Ik vind de situatie niet houdbaar, en hoor graag welke stappen jullie gaan nemen om tot een oplossing te komen. Nogmaals: ik wil in verband met de veiligheid (…) in geen enkel geval dat mijn naam wordt genoemd of berichten worden gedeeld met hem, deze man is gevaarlijk en onvoorspelbaar.” [3]
“- Afgelopen week is het weer raak, drie nachten op rij met geschreeuw en andersoortige geluiden. (…)
We voelen ons als buren niet veilig meer in huis, met de agressie en onvoorspelbaarheid van [gedaagde] . Wij hebben op elk moment de deur op slot. Ik weet dat jullie er mee bezig zijn, en ik begrijp dat zoiets tijd kost. Toch wil ik graag dat er in de tussentijd maatregelen worden genomen, om te voorkomen dat het een keer volledig misloopt.” [4]
“Ongeveer 2 maanden geleden, ik was thuis aan het werk, hoor ik kabaal op het portiek. Ik ga kijken, en [gedaagde] probeert de deur van buurman [naam] in te trappen!
Ik zeg dat ie moet ophouden, en hij vraagt waar ik me mee bemoei. Maar de deur van [naam] was zichtbaar aan de binnenzijde gebarricadeerd (nr99). Dus ik wijs hem daarop. Toen werd ie agressief en kwam steeds dichterbij, dus heb ik de politie gebeld. Toen deze arriveerde ging ie ook tegen hen tekeer, want zijn eigen woorden: ik ben niet bang voor de politie!! (…)
Ondertussen: verdwijnen er steeds pakketjes van het portiek.
Gaat er geen nacht voorbij zonder herrie.
Heeft hij ook zijn eigen raam van z’n voordeur gesloopt.
En eerlijk? Ik, maar ook anderen, voelen zich niet veilig.
Ik doe nooit meer mijn slaapkamerraam open, uit angst voor wat hij kan doen. Hij is ontoerekeningsvatbaar. Dit vind ik eng.” [5]
Ook het door Metterwoon overgelegde overzicht van politiemeldingen onderschrijft dat er in de periode van 5 april tot en met 9 september 2025 over [gedaagde] diverse meldingen van ruzie, bedreigingen, een gevoel van onveiligheid en vernieling (van een ruit) zijn gedaan bij de politie.
4.5.
Gelet op de diverse meldingen van verschillende omwonenden en de daarmee overeenstemmende meldingen bij de politie, heeft Metterwoon naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] overlast veroorzaakt en dat hij zorgt voor een gevoel van onveiligheid bij omwonenden. [gedaagde] gedraagt zich hiermee niet als goed huurder. Ondanks dat Metterwoon [gedaagde] meerdere malen heeft gewezen op de meldingen en hem heeft verzocht zijn gedrag te staken, lijkt [gedaagde] zijn gedrag niet te hebben aangepast.
4.6.
Naast voornoemde overlast is sprake van diverse incidenten waar [gedaagde] bij betrokken is geweest: graffiti op de buitenmuur, een fikse ruzie met de buurman op nummer 99 en daarbij behorende agressieve situaties en een (gewelds)incident tussen [gedaagde] en zijn vriendin naar aanleiding waarvan [gedaagde] door de politie is meegenomen. Ook deze incidenten veroorzaken voor omwonenden overlast en hebben logischerwijs grote impact op de omwonenden en dragen bij aan een gevoel van onveiligheid. De eerder genoemde overlast die [gedaagde] veroorzaakt in onderlinge samenhang bezien met voornoemde incidenten waar [gedaagde] bij betrokken is geweest, maken naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat sprake is van een tekortkoming van [gedaagde] .
4.7.
Verder speelt mee dat sprake is van een huurachterstand. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg deze achterstand € 1.766,19. Uit het door Metterwoon overgelegde overzicht van 4 februari 2026 blijkt dat deze achterstand daarna is opgelopen tot € 2.775,86. Metterwoon heeft desgevraagd ter zitting toegelicht dat [gedaagde] vlak voor aanvang van de zitting nog een betaling had verricht, waardoor de achterstand op dat moment nog € 1.940,00 bedroeg. Dit is door [gedaagde] niet weersproken. [gedaagde] is op grond van de wet en de huurovereenkomst verplicht om de huur (op tijd) te betalen. Dat [gedaagde] , zoals hij stelt, pas later in de maand zijn uitkering gestort krijgt en daardoor de huur niet tijdig betaalt, laat de met Metterwoon gemaakte afspraken over het moment van betalen onverlet en bovendien doet dat ook niet af aan het feit dat de achterstand is opgelopen tot ruim meer dan één maand huur. Gelet op de huurachterstand, die overigens ten tijde van de mondelinge behandeling meer dan twee keer de maandhuur bedraagt, is eveneens sprake van een tekortkoming van [gedaagde] .
4.8.
De overlast en incidenten in combinatie met de huurachterstand rechtvaardigen naar het oordeel van de voorzieningenrechter de in dit kort geding gevorderde ontruiming. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat toewijzing van de vordering voor [gedaagde] grote gevolgen heeft omdat hij daarmee zijn woning verliest, moet dit belang wijken voor het belang dat Metterwoon heeft bij ontruiming van de woning door [gedaagde] om zo aan haar plicht te kunnen voldoen om jegens haar (overige) huurders en derden voor een veilige en rustige leefomgeving te zorgen.
4.9.
Voorgaande betekent dat de gevorderde ontruiming wordt toegewezen. De termijn waarbinnen [gedaagde] de woning moet ontruimen wordt – ruimer dan gevorderd – bepaald op twee maanden na betekening van dit vonnis.
4.10.
Ook worden de vorderingen inzake betaling van de huur(achterstand) toegewezen, met dien verstande dat [gedaagde] de huurachterstand van € 1.940,00, welke is berekend tot en met 6 februari 2026, vermeerderd met de wettelijke rente zoals vermeld in het dictum en het bedrag aan huur per maand van € 829,84 vanaf 7 februari 2026 tot aan het moment van ontruiming door [gedaagde] moet betalen. Dit laatstgenoemde huurbedrag per maand moet in het geval van een niet volledig verstreken maand naar rato van het aantal dagen worden berekend.
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor de kostenberekening wordt voor het salaris advocaat het door de kantonrechter gehanteerde tarief toegepast, omdat [gedaagde] terecht heeft aangevoerd dat Metterwoon deze zaak ook bij de kantonrechter had kunnen aanbrengen en Metterwoon daarover slechts heeft toegelicht een voorkeur te hebben voor het procederen bij de voorzieningenrechter van team handel. De proceskosten van Metterwoon worden zodoende begroot op:
- dagvaarding
120,21
- griffierecht
3.083,00
- salaris advocaat
577,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.969,21
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] het gehuurde aan de [adres] binnen twee maanden na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met het zijne en de zijnen, met afgifte van de sleutels op het kantooradres van Metterwoon;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Metterwoon te betalen de achterstallige huur van € 1.940,00 (berekend tot en met 6 februari 2026), vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, berekend van de respectievelijke vervaldata tot aan de dag van volledige betaling;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Metterwoon tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het bedrag aan huur per maand van € 829,84 vanaf 7 februari 2026 tot aan het moment waarop [gedaagde] het gehuurde met het zijne en de zijnen heeft ontruimd, waarbij het huurbedrag in het geval van een niet volledig verstreken maand naar rato van het aantal dagen berekend dient te worden;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.969,21 (te weten dagvaarding € 120,21, griffierecht € 3.083,00, salaris advocaat € 577,00, nakosten € 189,00), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
lp

Voetnoten

1.Productie 5 bij dagvaarding.
2.Melding 3 juli 2025, productie 9 bij dagvaarding.
3.Melding 22 augustus 2025, productie 14 bij dagvaarding.
4.Melding 23 september 2025, productie 17 bij dagvaarding.
5.Verklaring 7 oktober 2025, productie 23 bij dagvaarding.