Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €499 opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een vereiste motorrijtuigverzekering op 31 mei 2024. Betrokkene stelde dat het voertuig wel verzekerd was via Univé, maar dat er een maand niet geïncasseerd was door een probleem bij de verzekeraar, waar hij niet van op de hoogte was gebracht. Tevens gebruikte betrokkene het voertuig niet op de openbare weg.
De officier van justitie stelde het beroep aanvankelijk ongegrond, maar tijdens de zitting gaf diens vertegenwoordiger aan dat het overzicht van betrokkene aantoonde dat er slechts één maand een probleem was met de incasso, waarna de polis met hetzelfde nummer weer doorliep. Dit maakte het verweer van betrokkene aannemelijk.
De kantonrechter volgde dit standpunt en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere beslissing en droeg op het aan zekerheid gestelde bedrag terug te betalen. Betrokkene werd erop gewezen dat hoger beroep mogelijk is binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter C.A.W. Zijlstra en griffier D.C. Carsten op 21 januari 2026 te Gouda.