Verzoekster, Vereniging Vrienden van Vlietland, heeft een preventief handhavingsverzoek ingediend tegen werkzaamheden die belanghebbende wil uitvoeren in het recreatiegebied Vlietland. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wees dit verzoek af, waarna verzoekster bezwaar maakte en een voorlopige voorziening vroeg om de werkzaamheden stil te leggen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege het risico op onomkeerbare schade aan beschermde diersoorten zoals boommarter, steenmarter, vleermuizen en diverse beschermde vogels. Hoewel het college stelt dat de werkzaamheden grotendeels afgerond zijn en een vergunningplicht niet geldt, blijkt uit onderzoek en foto’s dat er wel degelijk bomen zijn gekapt, wat afwijkt van de ecologische onderbouwing.
De ecologische rapporten vertonen tegenstrijdigheden en omissies, onder meer doordat niet alle beschermde soorten adequaat zijn meegenomen en het werkprotocol niet volledig aansluit bij de feitelijke werkzaamheden. Hierdoor is twijfel gerezen over de zorgvuldigheid en deugdelijkheid van het besluit van het college.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van verzoekster bij het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij voortzetting van de werkzaamheden. Daarom wordt het besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar en moeten de werkzaamheden per direct worden stilgelegd. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.