De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009, vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De minderjarige heeft autisme en een verstandelijke beperking, waardoor zij veel structuur, sturing en begrenzing nodig heeft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, heeft een visuele beperking en onvoldoende opvoedvaardigheden om aan de behoeften van de minderjarige te voldoen.
Tijdens de zitting op 29 januari 2026, die met gesloten deuren plaatsvond, werd de minderjarige gehoord en konden aanwezigen reageren op haar verhaal. De moeder stond achter het verzoek en erkende de noodzaak van hulpverlening, ondanks eerdere teleurstellingen in de hulpverlening. De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling waren vervuld, gezien de ernstige bedreiging van de ontwikkeling, de kwetsbaarheid van de minderjarige en de beperkte draagkracht van de moeder.
De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering voor de duur van een jaar, met ingang van 29 januari 2026 tot 29 januari 2027. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De kinderrechter benadrukte het belang van een vaste jeugdbeschermer die een vertrouwensband opbouwt en de noodzakelijke hulpverlening regelt, waaronder ondersteuning bij zelfstandigheid, emotieregulatie en een gezond eetpatroon.