De rechtbank Den Haag heeft op 29 januari 2026 een beschikking gegeven waarin de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige worden verlengd tot 5 februari 2027. De minderjarige verblijft bij zijn grootouders en heeft angsten en een grote behoefte aan duidelijkheid over zijn toekomstperspectief. De moeder en de grootouders steunen het verzoek tot verlenging.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek gemotiveerd met het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer en de noodzaak van vervolgtherapie voor de angsten van de minderjarige. Er wordt een coach geregeld en een veiligheidsplan opgesteld voor omgang met de vader. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk om de ontwikkeling van de minderjarige te beschermen en de hulpverlening te continueren.
De omgang tussen de moeder en de minderjarige is verbeterd, mede door een nieuwe omgangsbegeleidster, maar de ontwikkeling wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.