Uitspraak
Beschikking op het op 10 december 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
in de bodemprocedureen
de voorlopige voorzieningenprocedurekennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht van 15 december 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder;
- het bericht van 6 januari 2025 van de zijde van de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam] , reclasseringsmedewerker die in het strafrechtelijk kader is betroken als toezichthouder van de vader.
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
Beslissing
- Is er een onaanvaardbaar risico dat [de minderjarige 1] klem of verloren raakt tussen de ouders wanneer het gezamenlijk gezag in stand blijft, en zo ja, is het te verwachten dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zal komen?
- Is het anderszins in het belang van [de minderjarige 1] noodzakelijk dat de moeder met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] wordt belast ?
- Is er sprake van bezwaren die in de weg staan aan contact c.q. omgang tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ?
- Zo nee, welke zorg- c.q. omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is het meest in het belang van de kinderen en hoe dient die zorg- c.q. omgangsregeling er in aard, duur en frequentie uit te zien?
- Is er hulpverlening aangewezen voor [de minderjarige 1] en/of [de minderjarige 2] ? Zo ja, welke?
- Is er hulpverlening aangewezen voor de ouders? Zo ja, welke?
1 augustus 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht
ten aanzien van het gezag, de omgang c.q. verdeling van zorg- en opvoedingstaken, en de proceskostenaan tot
1 augustus 2026 pro forma.
verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van
donderdag 26 februari 2026 te 10.00 uur;
ten aanzien van het huurrecht en het uitsluitend gebruik van de woning en boedelaan.