Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:4078

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695304 / FA RK 25-8984
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek uitsluitend gebruik echtelijke woning wegens ontbreken onhoudbare situatie

Partijen zijn gehuwd sinds 2001 en hebben drie meerderjarige kinderen. De vrouw verzocht de rechtbank om haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen vanwege agressief gedrag en overmatig alcoholgebruik van de man, wat zou leiden tot ernstige spanningen in huis. De man betwistte deze stellingen en gaf aan dat partijen feitelijk gescheiden leven en hij alternatieve woonruimte zoekt, maar nog niets heeft gevonden.

De rechtbank heeft de stukken en pleidooien bestudeerd en concludeert dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de situatie onhoudbaar is. Getuigenverklaringen en het ontbreken van meldingen of aangiftes ondersteunen de stelling van de vrouw niet volledig. De rechtbank weegt mee dat de vrouw bewust kiest om vanuit huis te werken, wat het samenwonen mogelijk belast.

De man heeft geen alternatieve woonruimte en het risico bestaat dat hij dakloos wordt als de vrouw het uitsluitend gebruik krijgt. Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het verzoek van de vrouw ongegrond en wijst het af. De rechtbank ziet dit als de minst slechte optie gedurende de echtscheidingsprocedure of totdat een van beiden een andere woonruimte vindt.

Uitkomst: Het verzoek van de vrouw om uitsluitend gebruik van de echtelijke woning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een onhoudbare situatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8984
Zaaknummer: C/09/695304
Datum beschikking: 30 januari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 28 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.J. Prins te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 14 januari 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 15 januari 2026 van de advocaat van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 16 januari 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 16 januari 2026 van de advocaat van de man.
Op 16 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Van de zijde van de man zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- Partijen zijn op [datum] 2001 gehuwd te [land] .
-Zij zijn de ouders van de volgende inmiddels meerderjarige kinderen:
- [de meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2000 te [geboorteplaats] ;
- [de meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2003 te [geboorteplaats] ;
- [de meerderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2004 te [geboorteplaats] .
- Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de man en de vrouw de Nederlandse nationaliteit hebben.

Verzoek en verweer

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de vrouw voorlopig bij uitsluiting van de man bevoegd is tot de bewoning/het gebruik van de echtelijke woning te [adres] , een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige-voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw heeft gesteld dat de man regelmatig agressief gedrag vertoont jegens haar en de meerderjarige kinderen van partijen. De man slaat regelmatig tegen deuren en muren. Ook is sprake van overmatig alcoholgebruik van de man. Het gedrag van de man leidt tot ernstige spanningen in huis. De vrouw heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat het schadelijk is voor zowel haar als de kinderen als partijen nog langer samen zouden wonen in de echtelijke woning. De vrouw heeft aangevoerd dat zij niet de mogelijkheid heeft om bij familie of vrienden in te trekken, terwijl de man wel bij zijn familieleden zou kunnen verblijven. Volgens de vrouw heeft de man een grote familie en kan hij bij zijn vader of zijn zus of tante intrekken. Verder is de vrouw – in tegenstelling tot de man – in staat om de woonlasten van de echtelijke woning te voldoen. Het ligt daarom in de rede dat de man de echtelijke woning verlaat.
Volgens de man is er geen spoed om de situatie te wijzigen. Partijen wonen nog samen met de kinderen onder één dak, maar partijen leven al geruime tijd feitelijk gescheiden. De man heeft aangegeven dat de huidige woonsituatie niet ideaal is, maar hij is van mening dat de situatie niet zodanig onhoudbaar is dat de man daardoor de woning zou moeten verlaten. De man heeft betwist dat hij bij familieleden zou kunnen verblijven. Ook heeft de man betwist dat hij kampt met agressie- en alcoholproblematiek. Verder heeft de man aangegeven dat hij zich inspant om alternatieve woonruimte te vinden in de sociale huursector, maar dat dit nog niets heeft opgeleverd. De man heeft een inkomen van ongeveer € 1.500,- netto per maand, waardoor het lastig is om vervangende woonruimte te vinden. De man heeft zich op het standpunt gesteld dat partijen in de echtelijke woning kunnen blijven wonen totdat de echtscheiding geformaliseerd is.
De rechtbank overweegt als volgt. Het gaat hier om het treffen van een ordemaatregel van voorlopige aard in het kader van de echtscheiding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw onvoldoende gesteld om tot het oordeel te komen dat zij nu een dusdanig belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning dat niet van haar verlangd kan worden dat zij de beslissing in de echtscheidingsprocedure afwacht. Ter onderbouwing van haar stelling dat partijen niet langer samen in de echtelijke woning kunnen wonen, heeft de vrouw getuigenverklaringen ingediend van Daniëlle en Amy. Daarbij heeft de vrouw op de zitting desgevraagd toegelicht dat de laatste keer dat zij werd bedreigd door de man een maand geleden was en de laatste keer dat de man agressie tegen voorwerpen vertoonde bijna een half jaar geleden was. De man heeft dit betwist en de vrouw heeft haar stellingen verder niet met meldingen, aangiftes of andere documenten onderbouwd, zodat de rechtbank daar niet in meegaat. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken begrijpt de rechtbank dat de situatie verre van ideaal is, maar de rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat sprake is van een onhoudbare situatie en onoverkomelijke spanningen tussen partijen die om een ordemaatregel vragen, zoals door de vrouw is bepleit. In dit kader overweegt de rechtbank dat de vrouw heeft aangegeven dat er nooit sprake is geweest van fysiek geweld jegens personen, wat wordt bevestigd door de getuigenverklaringen van de meerderjarige kinderen. Verder overweegt de rechtbank dat de vrouw de mogelijkheid heeft om haar werk fysiek op kantoor in Amsterdam te verrichten, maar dat zij op de zitting heeft betoogd dat zij niet een uur in de auto wil zitten om op kantoor internationale videogesprekken te voeren. De vrouw kiest er daarmee bewust voor om haar werk vanuit huis te verrichten, waardoor zij veel samen met de man in het huis is. Deze keuze van de vrouw geeft de rechtbank aanleiding om aan te nemen dat het verblijf in de woning wellicht niet zo ondraaglijk is als de vrouw heeft betoogd. De rechtbank ziet aan de andere kant dat de man geen alternatieven heeft. Hij staat te ver op de wachtlijst voor een sociale huurwoning en de vrouw heeft haar betoog dat de man bij familie in kan trekken niet anders onderbouwd dan te stellen dat er ‘allemaal slaapkamers over’ zijn. Daar is de rechtbank echter niet van gebleken. Dat betekent dat de man het risico loopt dakloos te worden indien de vrouw het uitsluitende gebruik van de woning krijgt. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen. De rechtbank begrijpt dat dit voor de vrouw wellicht een moeilijk te accepteren beslissing is, maar de rechtbank acht dit voor de duur van de echtscheidingsprocedure of totdat één van beiden een andere geschikte woonruimte heeft gevonden de minst slechte optie.
De man heeft in het geval de rechtbank van oordeel is dat partijen niet meer onder één dak kunnen leven, verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Nu de rechtbank het verzoek van de vrouw zal afwijzen, hoeft de rechtbank niet op dit verzoek van de man te beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 januari 2026.